maandag 4 augustus 2014

Huis

Het was meer dan goed toeven in Vlagtwedde. Er was veel bij te praten; het was als vanouds dichtbij en vertrouwd en de inmiddels volwassen kinderen zag ik ook voor het eerst (foei). Zaterdagavond tot laat onder de boom en zondagochtend hetzelfde ritueel (eigenlijk moet ik fietsen, nu… ach… één bakje koffie kan toch nog wel?).
Uiteindelijk is het goed half twaalf als ik de straat opdraai, nog een keer zwaai en koers zet naar huis.

Met een vrij draaiend achterwiel droom ik van enige snelheid op de laatste 134 kilometer. De reis is niet meer de bestemming; Sneek is nu de bestemming. Of dat jammer is weet ik niet (thuis ben ik ook graag) maar het fietst wel anders. De focus is op het einddoel gericht en daardoor minder breed op alles wat zich onderweg afspeelt.

Behalve als je de route iets te geautomatiseerd gepland hebt….

In Base-Camp (Garmin’s  Mac variant van Mapsource) had ik met de Open Fiets Map als kaart mijn routes in elkaar gezet (prima kaart trouwens). Met behulp van Google Earth controleer ik de routes en pas ze waar nodig aan. Ik kijk of er geen al te idiote onverharde paden tussen zitten, of de bruggetjes wel breed genoeg (lijken te) zijn e.d.
Voor Duitsland vond ik dat een vereiste. In Nederland blijkbaar niet, in mijn hoofd zijn in Nederland geen onverharde of ooit verharde paden…..

Nu mist Open Fiets Map de optie heeft “vermijd fietspaden” en dat kun je ze niet kwalijk nemen. Maar ik heb het geweten. De eerste 15 kilometer tot Stadskanaal is “bruggetje op… bruggetje af”, “schelpenpaadje op… schelpenpaadje af….”




Daar gaat alle kans op een met ‘enige trots’ te vermelden gemiddelde. Ik ben aangenaam verrast door de hoeveelheid natuurschoon die Zuid Oost Groningen te bieden heeft en ben in elk geval redelijk behendig in het ontwijken van brandnetels die je over de body van de Quest aanvallen. Na ruim drie kwartier schamp ik Stadskanaal en kom ik er achter waarom langwerpige enveloppen handig zijn.



Gieten kan ik niet in. Dorpsfeest. Het hele centrum is afgezet en het is stapvoets manoeuvreren tussen al het verkeer dat opzoek is naar een parkeerplekje. Het plan is om hier wat te drinken, maar in zoveel drukte – en daarmee zoveel bekijks - heb ik geen zin. Ineens schiet het me in gedachten dat hier in de buurt oude vrienden wonen; ook van school. Ik heb geen adres, maar wel een telefoonnummer. Ik bel: wow... Gasteren ligt op mijn route. Ze zijn vannacht terug van vakantie gekomen (Kilimanjaro; en ik vond Bielefeld al ver weg en hoog zat) en eigenlijk is dat nog te kort voor de daadwerkelijke verhalen. Maar ook hier is de sfeer dichtbij, vertrouwd en gezellig. Een uur later nemen we afscheid. Binnenkort toch maar eens wat afspreken en echt bijpraten.  



Om vier uur en zeventig kilometer: Friesland. (oh ja... voor ik het vergeet. In Zijen kwam ik een andere Quest rijder tegen; was het Marcel Prins met zijn onherkenbare nieuwe helm? of vergis ik me) Bij Haulerwijk rollend de provincie binnen. Via de Haulerwijkstervaart naar Waskemeer.  Het kanaal (uit 1713) was ooit een onderdeel van de Drachtster Compagnonsvaart voor de vervening van turf. Achthonderd (!) arbeiders werden in 1642 tewerkgesteld om de Drachtstervaart te graven. Het leverde de compagnons “schut- en bruggewippersgelden” op terwijl zij ook (in tegenstelling tot de arbeiders) de visrechten bezaten. Geen wonder dat ik hier regelmatig over een “Domela Nieuwenhuisstraat” fiets.

Of het ook met de linkse opstandelingen uit het veen te maken heeft weet ik niet, maar ik rijd over de Petersburg en over de Moskouwei (helemaal naar Klein Groningen). Bij het Wijnjeterperschar stop ik even. Een moerasgebied met een aantal wandelroutes. Een route heeft de naam “de Poezieroute”; ik loop hem niet, maar kan me wat bij de naam voorstellen.




Voor Beetsterzwaag is het rammelen. De Poostweg door het bos heeft nostalgische klinkers. Soms gedraagt de weg zich als heuse kasseien: een achterwiel dat stuiterend wegglijdt. De brug over de A7 voelt als “zo, nu zijn we er”; nog  maar 33 kilometer”. Het laatste stuk rijd ik - gedrogeerd door 2 druivensuikers – net over de 30 km per uur.  Weer inclusief vizier; de wind is tegen en dan maak je zonder twijfel meer snelheid (en meer zweet) met vizier dan zonder.


In Akkrum nog even voor kop koffie bij mijn zus langs. Bij het flinstonen is het opeens “pang”; ketting doormidden. Waarom? zou het niet weten. Gelukkig is daar ook een neef die me naar huis brengt. Ik heb een pracht familie!





(de tocht die zoveel anders liep.. een dikke 700 km)

zaterdag 2 augustus 2014

Draai het wieltje....

Deze week was er geregeld mail verkeer tussen Peter en mij. De achteras achterbrug was voor 80% (!) doormidden, daardoor was het wiel een stuk meer naar rechts in de wielkast komen te staan. Kon goed gelast worden; werd sterker dan het origineel! Ik was zowaar blij dat de reden echt goed bekend was. Peter wilde weten of ik nog wilde fietsen. (“nou, als het kan het weekend nog”) en potverdrie; donderdag avond een mail dat de fiets opgehaald kon worden. Ik heb nog even gekeken of je met openbaar vervoer in Lattrop kunt komen op zaterdag. Maar het scherm van 9292 bleef akelig leeg: Lenie was zo lief…. (dank)..

Vanmorgen om 10 uur in Lattrop. Bakkie koffie, wat uitleg over ovale tandwielen (je zult wel spierpijn hebben morgen), een nieuwe Schwalbe Marathon erom (die oude, joh, die kan nog best) en tegen 12 uur de fiets in. Beetje lastig kiezen. Er was onweer voorspeld. Langs de Ems omhoog was het plan. Wel wetende dat dat traag fietsen is; gravel, onverharde, of (even erg) ooit verharde wegen. Maar het is altijd zo mooi he, fietsen waar geen auto’s mogen komen.
Dan maar extra vlot via Nordhorn naar Lingen. Dertig kilometer vanuit Lattrop, hoofdzakelijk langs een wat grotere weg, maar als ik eerst wat snel fiets, kan ik daarna wat meer lui langs de Ems glijden. En oh… wat wilde mijn fiets graag. Zonder er erg in te hebben reed ik lange stukken 35 per uur met bagage en al. “Dit is Questen”, schiet het door me heen. “Fietsen zoals meneer Quest het bedoeld heeft!”. Ik ben ontwend hoe mooi de fiets kan uitlopen als je stopt met trappen. Hij rolt weer door! Van de ovale tandwielen heb ik geen last. Het valt me op hoe eenvoudig de Quest optrekt en bij de bruggen (veel hoger heb ik vandaag niet gehad). Merk dat je mooie ronde slagen kunt blijven maken; je hebt geen dood punt meer waarvoor je extra kracht moet zetten (“dag Kop van de Kat” , vrees ik)

Ondanks de drukte van de weg geniet ik van het fietsen. Ik ga spontaan harder dan ik wil en alles kost me zoveel minder moeite dan de afgelopen dagen. In Lingen; de E(e)ms. Wellicht romantiseer ik het beeld, maar sinds het jaagpad langs de Dender in België ben ik verslingerd aan stille wegen langs rivieren. Het liefst het jaagpad. Ik heb geluk. Direct bij Lingen vind ik hem. Een beetje gravel met wat gele klei, maar omdat het droog is fietst het prima.





Wel roep ik vaak (om) “Verzeihung! Ich bin ja ziemlich breit” als ik weer een aantal fietsers voor bij wil.
De Ems wordt geregeld afgewisseld met stukken oud bos, of velden in een fraai coulissen landschap. Af en toe stop ik even om de wereld tot me te nemen (en neem de gelegenheid te baat om flink te drinken). Het is fraai hier.





De hele Ems Radweg is een kleine vierhonderd kilometer. Ik ben vandaag op nauwelijks een vierde ervan haar gast. “Die andere kilometers, die komen nog wel”.
Duitsland is leuk om te fietsen. Je hoeft je – in vergelijking tot Frankrijk – geen zorgen te maken over slaapplekken, over eten of drinken. In bijna elk dorpje vind je wel wat. Ook heeft men landbouwverkeer gescheiden gehouden van auto verkeer. Op vele binnenwegen mogen geen auto’s of motoren komen. Fietsen mag wel. Dwars door alle fraaie stilte. 
De Ems glijdt mooi door het landschap. Soms met de sokken er aardig in. Ik volg haar met plezier. De zon gooit af en toe wat schilfers zilver op het water. Voorwaar wat is dit een mooie dag.




Bij het Borkener Paradis maakt een zijtak van de rivier een watervalletje. Je mag er stapvoets met de fiets overheen. De kilometers erna laat de natuur zien waarom ze die wonderschone naam verdient heeft. Het water, het licht, de bomen: het zou zo maar kunnen dat het ooit zo bedoelt was.





(in Duitsland trouwens, verlaat je het paradijs via een gammele brug…. Een voor een, anders moet je er altijd blijven)




Tegen half vijf kom ik in het Duitse Haren aan. Wat pret bij de oude sluis en wat drinken in het centrum. Ik kijk op buienradar en zie dat het eerste onweer Coevorden al bereikt heeft. Nu wordt het lastig. Ik mag nog 25 trage kilometers langs de Ems en dan nog 20 naar Vlagtwedde (het eindpunt voor vandaag bij vrienden). Of ik verlaat de Ems en ben met 34 kilometers “thuis”. Het besluit is “nog een alcoholvrij biertje, bitte” en de 34 kilometer.

Navigon op de iPhone leidt me naar Vlagtwedde. Het gaat prima en vlot genoeg. Bij de Sellinger bossen en het Ruiten AA kanaal (een initiatief van de Vereniging ter bevordering van de kanalisatie van Westerwolde opgericht door Boelo Luijtjens) fiets in Nederland weer in.



Daarna nog wat historische namen die onder mijn wielen wegglijden en vlak langs (de hel van) Jipsingeboertange waar mijn opa in de dertiger jaren de werkverschaffing moest dienen. Ik geloof dat hij de dominee van iedereen de slavernij daar nog het meeste kwalijk nam.

Om iets na zessen rijd ik Vlagtwedde binnen. Het spat nog niet eens.



zaterdag 26 juli 2014

Panne, Pech, Pleite....

Vanmorgen keurig op de afgesproken tijd bij “Zweiräder Blaumann”. Samen de werkplaats in en eerst maar eens besproken wat er mis zou kunnen zijn en wat we er eventueel aan zouden kunnen doen. Bij dit laatste trekt Herr Blaumann direct zijn handen terug. “Je denkt toch niet dat ik daar aan ga sleutelen he…”. Ik snap hem; het is natuurlijk ook een idiote fiets. “Nou”, zeg ik, “dan houd ik de sleutel wel vast, als u maar toeziet dat ik geen stomme dingen doe”.
De taakverdeling is afgesproken. Het plastic om de ketting wordt verwijderd, de Risse losgedraaid en ook het beschermkapje van de versnelling kan nu verwijderd worden. Alle onderdelen worden geïnspecteerd door vier ogen. Gelukkig zie ik geen grote scheuren of ander onheil. Ik geloof zowaar voorzichtig dat herstel wellicht ter plekke mogelijk is. Eigenlijk valt niets vreemd op: geen speling op het wiel; alle spaken zitten er in; het draait nog mooi recht, alleen staat het wiel wat veel naar rechts. Hoe we de achterbrug wat meer naar links kunnen drukken ontgaat me. Wel lukt het (lijkt het te lukken) om het wiel iets meer naar buiten “te draaien” door middel van de moer in de ophanging van het achterwiel.



Oh, stel je voor dat dit het is”, hoop ik vurig. We zijn een uur bezig geweest. Van betalen wil Herr Blaumann niets weten. “Kom op joh, dit was leerzaam toch…. En ik wist er ook niets van. Koop hier volgende keer maar een Gazelle, met accu, gaat ook hard.”

We nemen afscheid en ik dank hem. Als de problemen nu opgelost zijn is hij “held van de week”. Ik gun het hem vurig. De fiets wordt terug naar het hotel geduwd. Ik durf euforie en teleurstelling zonder bagage nog niet aan. Een snelle douche en ik reken af (€ 53,- inclusief Hauseigene Schnitzel, Zwei Cappuccino  und ein Weissbier, das ist ja nicht veul).

Met beleid richt ik de fiets in. Zwaar spul zo veel mogelijk voorin: wat niets weegt achterin. De route laad ik in de Garmin (oh, wat duurt dat lang) en ik vertrek. Krie—prie--- krie--- prie…. Grrr… Dit is een serieus probleem. Het wiel loopt nog steeds fors aan; met overduidelijke weerstand. Het voelt alsof ik op een oude damesfiets met veel te zware dynamo na de kroeg en tegenwind naar huis trapt.

Toch rijd ik door. Stel dat het over gaat. Zou toch zo maar kunnen, zo maak ik me wijs. Ik houd het precies 15 kilometer vol… dat mezelf wijs maken. Ik stop en denk oprecht “ook als het fietsen niet lukt, dan nog kun je er toch nog wel een pracht dag van maken? De omgeving is schitterend, kom op Klaas”. Ik stap uit de fiets en maak foto’s. Ik geloof dat ik zelfs nog wel geniet wat de wereld me hier te bieden heeft. Ik ga op een bankje zitten en mijmer wat voor me uit. Meestal valt er dan vanzelf wat binnen. Een konijn dartelt wat om me heen en een oude tractor rijdt voorbij. Het leven gaat elke dag hier zo, al vele jaren, denk ik … Dat maakt mijn fiets even wat minder belangrijk.





Er komt een groep grijze dames aan (Gazelle met accu). Keurig met valhelm. Ik zit op hun bankje, zo blijkt. De dames lonken naar de bank, maar vragen me niets. “He wat jammer, daar zit al “eine” (dat ben ik dus). Mijn Duits is slecht. Ik wil wel hun vragen beantwoorden, maar mijn humeur is niet zo goed dat ik op indirect geneuzel in ga. Ze kijken naar me, doen een vraag antwoord spelletje (weet jij nog een andere bank in de buurt? Nee, volgens mij is er geen ander bankje), maar ik reageer niet. Ze rijden door. 100 meter, dan kijken ze nog een keer om naar dat prachtige bankje waar die domme Hollander zit.

Zodra ze weg zijn zet ik mijn mijmeringen voort. Ik besluit een deel van de bagage terug te sturen. Dat scheelt altijd. Tent, slaapzak, matje, kookgerei. Toch een acht kilo, schat ik in. Tegelijkertijd stemt de maatregel me droef. Een harde maar ware uitspraak komt boven drijven. “Een fiets waarmee ik niet normaal op vakantie kan, dat is voor mij geen fiets”. In Frankrijk heb ik ook bagage moeten terugsturen. In Frankrijk liep het wiel op een gegeven ogenblik ook aan. Is een Quest überhaupt wel geschikt voor een reis als deze? Of is hij enkel ontworpen voor “speed and records”. En is het probleem na Frankrijk wel grondig bij de wortel opgepakt of is dit een vervolg van het zelfde euvel?
Het zijn vragen waar ik nu geen antwoord op krijg. Hoeft ook niet; ik laat ze eenvoudig los.

Twee bejaarde Duitsers (zonder helm) komen langsgefietst. Ze stoppen en vragen “ach, meneer, dit is ons favoriete bankje. Toen we bij huis weggingen zeiden we tegen elkaar dat we hier gingen uitrusten. Vind u het goed als we bij u komen zitten?”.
Tuurlijk” is het antwoord en ik ben blij dat het bankje speciaal voor hun bezet heb gehouden. 

We kletsen wat over de fiets en over mijn wens om bagage terug  te sturen. Dan mag je wel opschieten, de post is zaterdag om 13:00 uur echt wel dicht hoor”. Ik vraag in welk dorp er nog een postkantoor bestaat, bereken dat het nog net mogelijk moet zijn, neem afscheid met een handdruk en stap weer in.



Krie- prie – krie – prie… Diep achter mijn ogen voel ik tranen. Oh, wat is dit jammer. Met een gemiddelde van 16,8 kilometer per uur rijd ik zo hard als ik kan verder. Ik stijg wel (in totaal 50 meter in 20 kilometer dus dat mag geen naam hebben) en bereik om tien voor één het postkantoor van Steinhagen.

Net op tijd om twee pakjes terug te sturen naar Nederland. Tijd om te testen of minder bagage helpt is me niet gegund. Ik schat in dat de kans dat het me lukt om zonder bagage de boel weer aan de praat te krijgen groter is dan met. Het moet maar.



Ik stap in de nu lichtere fiets en doe mijn ogen dicht. Ik hoop zo erg dat ik iets niet hoor als ik de trappers ronddraai. Ik adem diep in (als een zwemmer op het startblok) en zet aan. In mijn hoofd schalt (nee echoot) een verkorte naam van een primair geslachtskenmerk (sorry). Het geluid is niet weg. Even lijkt het er op dat het iets beter gaat, een hobbel later en alle hoop is vervlogen.

Ik besluit om dit een rustdag te noemen. Op zoek naar een hotel; wat eten kopen; kleren wassen; misschien een power nap en dan als het niet zo heet meer is de fiets repareren. Pas dan wil ik besluiten hoe ik verder trek. De originele route naar Braunschweig? bij Hameln omhoog naar Bremen (scheelt 300 km)? of een stukkie terug en dan de Emst Radweg oppakken? Die komt door Noordhorn en bij Bourtange Groningen binnen. Scheelt ook zo ongeveer weer een extra 200 km.

Het hotel is Duits netjes en ligt tegenover de Lidl. Ik koop wat eten (veel gezond spul; tomaten, bosbessen, paprika’s, banaan, vruchtensap, pastasalade en een stokbrood); “Whats app” met deze en gene; lig even lui op bed; bekijk de schoonheid van de Emst Radweg op het internet (krijg er zowaar zin in) en voor vijf uur zoek ik een bouwmarkt op. Ik heb een steeksleutel (13) nodig en een nieuwe buitenband.  De Schwalbe heeft zich slecht gehouden vandaag. Ik schat in dat na nog zo’n 20 kilometer de binnenband door de buitenband piept.

Om zeven uur is de zon achter de heuvel. Als eerste ga ik aan de slag om de Risse schokdemper te vervangen door de originele veerpoot. Die heb ik nog altijd bij me. Het lukt me ook nog. In korte tijd is de vervanging klaar. De fiets oogt hoger op zijn poten en ik hoop voor de derde keer vandaag dat het nare geluid verdwenen is. Nope… weer niet. Zonder bagage hoor ik nog steeds over duidelijk hoe de band aanloopt. Ik zet even kracht en verbeeld me even in dat ik geschroeid rubber ruik. Een heuse F1 start.

Het laatste wat me nu nog rest is de nieuwe “anti-plat” band van de bouwmarkt. In korte tijd zit hij erom. Maar ook dat helpt niet.


Ik zoek op internet op hoe ik van hieruit in Nordhorn kan komen. Drie keer bus; en twee keer trein. Maar het is te doen. Peter haalt me uit Nordhorn op; ik leen zijn auto met kar en haal dan de fiets op. Die breng ik terug naar Lattrop. Een reis van een uur of drie, vier schat ik in. Mijn neef uit Bathmen wil me wel uit Lattrop halen en me ergens op de trein zetten. Lenie haalt me op uit Heerenveen. De soepelheid waarmee iedereen beweegt zorg ervoor dat ik niet balen kan. De trip had ik me ook niet mooier voor gesteld. Het was prachtig, echt, het was genieten. Het was alleen een dag of acht negen te kort….