maandag 19 november 2018

Het onvermijdelijke....

Tja, en daar staat tie dan. Te koop. De velomobiel waar ik zo veel mooie avonturen mee heb mogen beleven. Hij staat al een tijdje stil en geloof me, ook dat doet pijn.

Ik ben ruim twee jaar geleden ziek geweest. Zo'n 5 maanden met koorts op bed gelegen. In het begin was het spannend; de afloop was helemaal goed en er zijn geen restverschijnselen of zo iets. Dus op zich geen reden om niet meer te fietsen in een Quest. Wel een moment in je leven waardoor (in mijn geval dan) "samen" belangrijker werd dan "solo". Mijn partner is geen fietser, die loopt graag. En ik heb bijna een hekel aan wandelen, dus dat werd hem niet. Seperaat op vakantie (wat we eerder gedaan hadden) vonden we eigenlijk ook niets meer. Dus na wikken en wegen (wikken en fietspaden) hebben we (ik durf het bijna niet te zeggen) E-bikes aangeschaft. Veel, echt veel minder comfortabel en op zich veel minder mooi dan een Quest, maar het is wel samen. En dat is voor lange tochten wel van grote waarde.

Vorige jaar hebben we de Hanzestede route vanuit Sneek via de Oostzee en de Oder gefietst tot en met Berlijn, dit jaar het Olafspad van Sundsvall in  Zweden naar Trondheim (Noorwegen) en komend jaar staat Spanje in mei op het programma. Het fietsen blijft. De Quest dus niet.



Peter de Rond heeft de fiets technisch helemaal in orde gemaakt. Wat dat betreft is tie als nieuw. Optisch ziet hij er goed uit, al kun je wel zien dat ik een schuiver gemaakt hebt. Ik heb hem niet helemaal laten schuren en plamuren: de kans dat je met een Quest "om" gaat is in je eerste maanden vrij groot (sprak ik uit ervaring). Aan de nieuwe eigenaar de keuze en dit risico.

De feiten:

Het is een glasvezel Quest 26" uit 2009 nr. 327
  • Kilometer stand is ongeveer 50.000
  • Nieuwe ketting 
  • Ovale Rotor tandwielbladen en cassette.Hierdoor meer vermogen op het achterwiel, hogere cadans en minder verzuring.
  • Zowel voor als achter strakke vering, met achter de gemodificeerde "de Rond" demper.
  • 90 mm remtrommels met nieuwe kabels.
  • Nieuwe voorwielen.
  • Bebop pedalen (met vrijheid voor je knieen)
  • Garmin Edge GPS op het stuur met nieuwe kaart van de Benelux
  • 2 accu's.
  • Oplader.
  • Verschillende binnenbanden.
  • Wielsporing verstelling.
  • Nieuwe tilbeugel.
  • Twee spiegels.
  • Nekrol
  • Standaard, velomobiel tasje en astrekker.


De fiets staat bij Peter, en daar kun je ook objectief alle informatie over de fiets en haar staat krijgen.

Waar ik trouwens ook niet mee gestopt ben, is foto's maken. Volgens mij is dat misschien nog beter geworden. De liefhebber kan hier altijd een kijkje nemen.


maandag 29 juni 2015

Het is een daalders plekje

Gister was een rare dag. Ik had de Quest getrakteerd op olie voor de ketting en de banden van frisse lucht voorzien. Alles gepakt, fietshelm op en….. druppels op mijn bril. Verdorie. Regen. Niet super erg maar ook niet behaaglijk. Dan maar even wachten. Mijn verwachting was dat het mooi weer zou zijn. Zo had Gerrit Hiemstra beloofd, misschien een beetje regen in de avond, maar dat is alleen maar goed voor de tuin.

Op "Wheater Pro" zie ik dat er een enorme strook vol van regen over gaat trekken. Minstens een paar uur nattigheid. Vreemd genoeg ziet de regenzone er op "Buienradar" er wat milder uit. Maar ook niet dat je zegt van; yes… dit is het ideale fietsweer.

Ik besluit te wachten – een domme onzinnige bezigheid - en dat heb ik uiteindelijk tot vanmorgen gedaan. Kort geleden hebben we gewandeld over de Delleboersterheide. Bijna (geen edelhert maar ree en geen wild zwijn maar das) een soort van “Veluwe” maar dan volledig onbekend en zowaar dichtbij in de Friese Tjongervallei. Een wijds zelfs licht golvend heidelandschap met vennetjes en bos waar het uren goed struinen is.

Met veel zin stap ik de fiets in en koers via Joure richting de Tjonger. Ik merk dat ik een aantal weken niet gefietst heb (o.a. door een weekje Schotland. Foto’s van vogels zijn hier te vinden. Van het fraaie land hier) Helemaal niet erg; dan maar wat minder snel. De route neemt een kleine omweg zodat ik door de weelde van het Easter Skar fiets, daarna via Nieuweschoot helemaal echt langs de Tjonger. Een 50 kilometer lange rivier die nog steeds de taalgrens is. Ten zuiden van de rivier spreekt met Stellingwerfs ten noorden Fries. Zo rond 1880 is de rivier over een lengte van 35 kilometer gekanaliseerd. Hoe de rivier ooit slingerde is te zien aan de vele natuurgebieden die in de buurt van de huidige Tjonger in de Tjongervallei liggen.




Het eerste stuk tot Mildam zie ik vrijwel niets van de rivier. Het hoge gras in de berm ontneemt me het zicht. Het fietspad is smal maar op maandagochtend te befietsten; niemand gezien; geen E-bike de berm in gejaagd. Daarna langs het Katlijker Schar. Een mooi groot oud bos dat ooit aan de rivier lag. Het fietst hier heerlijk. De weg rolt goed; vrijwel zonder auto’s; de bermen mooi, wat roofvogels in de lucht en de zon schijnt weldadig.  Even verderop schampt de route “Kiekenberg” met heuse zandduinen die ooit ook door het meanderende riviertje zijn opgeworpen. 





De weg blijft de vallei volgen. Het ene type landschap ontrolt zich na het andere. Prachtig. Na zo’n 15 kilometer probeer ik weer een te smal fietspad. Met 10 kilometer per uur door een oud bos, daarna een stukje langs de rivier en dan bij de sluis de rivier over richting Diakonievene en de Delleboersterheide. Hier kan de fiets op slot. Camera en koffie mee en hup; de heide in. Tientallen vlinders vliegen hier. Het kleine mooie blauwe heideblauwtje (3 centimeter) etaleert zijn schoonheid met gesloten en open vleugels even fraai. 





Verderop probeert een specht zich te verstoppen achter een paardenbloem (mislukt). Hij vliegt het duistere dennenbos in en poseert nog even op een tak voordat hij voorgoed verdwijnt.



 Ik loop naar de Catspoele:  De vlonder aan de rand van het meertje vol met libellen, kikkers en een paar dodaars (kleine wat zeldzame fuut) is mijn koffieplekje. De krentenbol smaakt prima en de koffie is nog heerlijk warm. De tijd glijd voorbij. Er gebeurt genoeg en de wereld is vol moois als je je ogen maar een beetje open doet.  




Ik heb geen verstand van Libelles (heb toch geen seks op de foto gezet he… ).weet ook niet hoe ze heten maar er schijnen hier zeldzame exemplaren rond te vliegen.



Af en toe springt een kikker het water uit in een poging een libelle te vangen. In de verte zwemmen de dodaars. In de boom dichtbij hupt een geelgors rond. Het is hier een daalders plekje.

Na een dik uur loop ik terug naar mijn fiets. Na een vriendelijk praatje over de fiets en over de streek hier vervolg ik de route. Via Wolvega (leuk, ooit gewerkt) naar de Blessebrug om daar het fietspad langs het volgende riviertje – de Linde - op te pakken. Ook op dit pad geld een ongeschreven maximumsnelheid van niet meer dan 15 kilometer per uur. 



De bochten zijn te haaks, de bermen te zacht om sneller te gaan. Ik glijd tussen de distels door langs de grens van Overijssel en Friesland. De Linde zelf ligt vol met gele lis. Europa in rep en roer; hier is de wereld vredig.
Een paar keer kom ik een tegenligger tegen; een paar keer moet ik remmen voor een schaap en net na de Driewegsluis stop ik om wat foto’s te maken van een tiental (!) lepelaars in de wei. Ze doen helaas wel een beetje alsof ze er niet zijn.



De Linde meandert mooier dan de Tjonger. Het dijkje cruised heerlijk naar Slijkenburg. Veel vogels – ganzen met jongen – in de weiden naast de rivier. Ik app naar huis: “Kom wat later. Het pad langs de Linde is prachtig maar traag. Reken op half zes.”


Vanaf hier zijn de wegen bekend. Langelille, Delfstrahuizen, Oosterzee en Woudsend glijden onder de wielen door. Sinds het bericht aan huis is alles helaas een beetje anders:  Ik rijd niet meer een mooi rondje, maar fiets ik gewoon naar huis.

woensdag 27 mei 2015

Skrok & Skrins

Het weerbericht lijkt maar niet te kloppen. Gisteravond zou het net te hard waaien voor een rondje met de Quest. Ik had er zowaar een beetje de smoor over in. Om kwart voor negen ben ik maar een rondje gaan wandelen “als het toch te hard waait…
Buiten bleek het vrijwel windstil weer te zijn. Niks niet harde wind, niks niet uitschieters tot windkracht 7. Een rondje Sneekermeer had prima gekund. Ik besluit enige troost (met succes overigens) te zoeken in het kleinste ijsje van de McDonalds en wandel de stad rond. Nog voor ik thuis ben heb ik op “Wheater Pro” al naar het weer voor vandaag gekeken. Windkracht 4 tot 5, grijs, kans op een bui en pas aan het eind van de middag kans op wat zon. “Als ze het nu zo mis hebben, zal het morgenvroeg met de wind ook wel meevallen.” En ik besluit dat het maar een fraaie tocht moet worden vandaag.

Het gordijn trek ik met enige spanning open. Een vrijwel strak blauwe lucht en de bomen in de straat bewegen nauwelijks. Direct in de fietskleren en – bij toch wel uitzondering – ik bereik fluitend de keukentafel. Omdat de bermen zo fraai zijn en omdat de vogels zo in de weer zijn kies ik voor een mooi oud weidegebied waar Natuurmonumenten ruim driehonderd hectare beheerd (dus nog niet maait). Het gebied rond de dorpen Wommels, Lions, Hylaard, Jorwerd en Easterlittens.
Het weidelandschap is zo’n 1000 jaar geleden ontstaan en sinds die tijd (ik kan het niet controleren) weinig veranderd. Ik slinger via Tirns het vlakke landschap in en nog voordat ik Easterein heb bereik kan mijn dag al niet meer stuk. Het fietsen is een weldaad. Niet te warm, de frisse geur van vergezichten, de mooie luchten en een zon die kleur geeft aan het roze van de koekoeksbloem, het geel van de boterbloem en koolzaad en vooral het uit de grond gespoten wit van het fluitenkruid.



 In Easterein volg ik niet de weg naar Wommels, maar ik fiets het dorp uit. Richting Itens om direct na de laatste huizen “het Skrok” in te draaien. Aan het Skrok staat in het land een vogelhut. Ik ben er nog nooit geweest. De eerste kilometer is prima. Mooie grote betonnen platen waarover de wielen zonder veel weerstand rollen. Bij de eerste boerderij zet ik even aan om de grote hond van boer Jansen te ontwijken; als het veilig is rol ik heerlijk meters uit. 


Direct naast de weg en toch midden in het land staan wat bomen. Hier heeft vroeger onmiskenbaar een boerderij gestaan. Wat fruitbomen in bloei en de grond volledig bedekt met boter- en paardenbloemen. Ik stop even en vind me al snel met mijn fototoestel op mijn knieën. Wat een weelde en ik fantaseer zelfs van een huis hier op dit stuk grond met geschiedenis (kan in elk geval mijn Quest binnen staan).




Vanaf hier zijn de brede betonplaten vervangen door een versie met een breedte die gelijk is aan de spoorbreedte van de Quest. Behoedzaam manoeuvreer ik door het rode zuring. Een keer schiet mijn wiel naast het pad. Ik hoor het wiel schuren als ik bijstuur. “dit moet geen drie keer, Klaas” en ik herinner me dat er in elk geval nog een vouwband ergens achter in de Quest te vinden moet zijn. Het fietsen doet hier meer denken aan een soort van ringrijden en ik ben opgelucht dat ik zonder tegenliggers de vogelhut bereik. De hut ligt naast een boerderij en geeft mooi zicht over de weide, een oud dijkje en een plas vol vogels. Verschillende steltlopers (oh.. die fraaie Kluten), eenden met en zonder kuikens en een rustige reiger bevolken het water.







Op het dijkje struinen spreeuwen, waterhoentjes, scholeksters met kroost hun kostje bij elkaar en ligt een eend in de zon uit te rusten van welke inspanning dan ook. Mijn verbazing is groot als ook nog een pimpelmees zich aan de kale slootkant laat zien.





Wat een dag! Een uur lang staar ik (gebiologeerd?) naar het schouwspel. Ik geniet van de tien (!) foeragerende kluten; van de onrust die er op de plas ontstaat als er een buizerd langs vliegt; van de eenden die het gevecht aangaan als er iemand te dicht hun kroost nadert en van de tureluur die (ondanks zijn naam) onverstoord door pikt in de drassige bodem.



Om kwart over tien stap ik de fiets weer in. Omdat het rustig op de weg is, kies ik voor meer experiment; fietspaden die ik niet ken. Het smalle trekpad langs de Bolswarder Vaart is mooi en goed te doen. Daarna een paar kilometer met snelheid (40+ km) naar Easterlittens. Een bijzonder voertuig: zo’n Quest. Het ene moment glijd je er langzaam en haast geruisloos als een kano mee door het landschap en als het kan zit je comfortabel een snelheid te trappen die concurrerend is met menig gemotoriseerd voertuig.

Vanaf Easterlittens tot Hoptille (vast het vrolijkste plaatsje van Friesland) ben ik weer “kano”. Ik fiets door een oerwoud van struikgewas in allerlei kleuren, rem voor opvliegende protters,  spuug helaas weer vliegjes uit en heb geregeld geen zicht vanwege alles dat de lente uit de grond heeft weten te trekken.



Daarna is het met enig tempo “cruisen” naar Jorwert. Het dorp met 320 inwoners waar Geert Mak het boek “Hoe God verdween uit Jorwerd” schreef.
Mak was niet de eerste schrijver in het dorp: Slauerhoff was verliefd op de dochter van de domineesfamilie Lammers. En dominee van Gelder schreef er het boek “Nachtboek van een kerkuil” toen hij tijdens de oorlog in het dorp ondergedoken zat.


Voor de Friezen zelf is Jorwert het bekendst van het “Iepenloftspul”. In 1951 stortte de kerktoren tijdens een restauratie van de grote (deels) tufstenen kerk uit de 12e eeuw in. Met een openluchtspel in de notaristuin werd succesvol geld ingezameld voor de herbouw. Elk jaar zijn er in augustus en september in de tuin nieuwe voorstellingen: elk jaar moet je je best doen om een kaartje te bemachtigen.

Na Jorwert is het terug naar Easterlittens en Itens. De lucht betrekt en als ik de vogelhut Skrins bereik vallen enkel druppels naar beneden. De hut biedt  - voor de vandaag verwende fietser - wat minder spektakel dan Skrok. Maar het licht is door de donkere wolken ook minder fraai. Een prima schuil- en “banaanoppeuzelplekje” is de hut zeker.



Als het droog is wordt het laatste deel van de reis ingezet. Via bekende paden en over de Slachtedijk richting Boazum. 


Direct na het spoor wordt het nieuwe fietspad naar Scharnegoutum uitgeprobeerd. Een mooi pad en zelfs voor een Quest goed te befietsen. Alleen de laatste kilometer is van vers en vooral van veel grind: hier ben ik geen kano, maar een waterfiets die met veel trappen langzaam en inefficiënt vooruit komt.


Om twaalf uur staat de fiets weer in de steeg. Zoveel moois in een rondje van amper 60 kilometer. Het zou haast verboden moeten worden.