woensdag 19 november 2014

Spinnen

Vandaag 100 kilometer gefietst voor een overleg van een uur; Sneek – Dokkum. Wat mooi dat ik me dat zo af en toe kan veroorloven.

De weg naar Dokkum is altijd fraai; heerlijk binnendoor met maar weinig auto’s langs de Dokkumer Ee. Op de terugweg een paar foto’s gemaakt. Voorwaar, wat mis je elke keer weer veel moois als je in de auto stapt (Een auto trouwens, die wel keurig je voorruit schoon blaast… het vizier heb ik op de terugweg hopeloos beslagen achterin de fiets gelegd.)



Het meest bijzondere overvalt me bij Burdaard. Een laagstaande zon schijnt over het natte grasland. Het land is bedekt met spinnenweb! Zichtbaar vanwege de dunne druppels die zich aan de kunstwerkjes hebben vastgezet. Kilometers zilverdraad verlicht door de late zon. Ik hoef niet te weten hoeveel spinnen hier verantwoordelijk voor zijn. Fascinerend is de aanblik zeker.





donderdag 13 november 2014

De Wereld

Gister was ik zowaar terneergeslagen. Zomaar. Opeens.

Ik was onderweg naar een afspraak voor mijn werk. In een vergrijzende regio dreigen een aantal verliesgevende zorgvoorzieningen te verdwijnen. Ooit zo mooi door de inwoners – de samenleving - opgericht vanuit charitas, vanuit de zorg voor elkaar.

De afspraak is een poging om die inwoners de zeggenschap terug te geven over de toekomst van hun regio. Kijken of vanuit hun wensen een herontwerp gemaakt kan worden in plaats van de voor de hand liggende spreadsheetsanering.

Een radio-uitzending in de auto was aanleiding voor mijn stemmingsomslag. Het nieuws van de dag was…. zucht…  Zwarte Piet. “Wat een wereld… we poneren, saneren en duelleren. We weten niet meer wat samenleven is”, verzucht ik en draai triestig de radio uit.

Tuurlijk klopt onze mooie traditie niet (ook al ben ik zwart als roet, ik meen het wel goed…..). Prima dat we het er over hebben. Maar waarom lukt het niet om gewoon het liedje samen te herschrijven? (ook al ben ik zwart van roet, het leven is zoet…).
Als de buren zich storen aan mijn muziek, kan mijn radio toch ook zachter zonder dat een al dan niet rijdende rechter zich ermee bemoeit.



Vanmorgen fiets ik de wereld in. Met de zon op mijn pet zie ik haar ontwaken. Af en toe houd ik mijn benen stil en glijd ik als een kano haast geruisloos door het weidse landschap. Ik voel me ermee verbonden. “Dit is de wereld”, schiet het door me heen. Die koe in de wei, de ganzen in het water, het verstilde dorp aan de einder. 





Ik fiets langs de (mijn) âld toer uit de elfde eeuw met de tekst “Libje foar en meielkoar”. Eenzelfde tekst hoorde ik laatst een cabaretière van Turkse afkomst zeggen:


De wereld is mijn dorp, liefde mijn religie, dus jij bent mijn buurman….

Gaan we dan toch de goede kant op?




dinsdag 11 november 2014

Alles anders dan gedacht.

Vanmorgen bij het opstaan al zin in een pittig rondje. Eerst mijn werk af (zo sprak Calvijn) en dan hup..  dan de wijde wereld in. Pracht fiets weer. De zon kleurt de wereld met strijklicht in; de wind blaast met kracht 4 uit het zuiden en de temperatuur is “best genôg”.
Om elf uur ben ik klaar. Met de fietskleren aan merk ik dat de zon verdwenen is. Het is grijs buiten. Een compact wolkendek bedekt de hemel en de zon heeft geen kracht om er door heen te breken.
"He, bah…" ik heb geen zin in een koude grijze fietstocht en loop terug naar binnen. Daar drentel en aarzel ik wat. “Wel, niet, wel, niet…. en zo ja, waarlangs dan…. “ Ik besluit dat het dan maar het rondje Sneekermeer moet worden. Geen tocht voor het “grote genoegen”, maar het conditierondje.

Ik duw de fiets uit te steeg en nu is links voor plat. Ook dat nog… bah… De banden die me lekvrij Frankrijk door hielpen zijn zo goed als op. Ik kleed me om en loop naar de fietsenmaker voor twee nieuwe Marathons. Waarschijnlijk nog steeds niet de snelste banden van het continent, maar vrijwel nooit lek is me veel waard. Ik pomp ze op tot de geadviseerde 5 bar. De vorige stonden meestal op 7 bar; zou sneller zijn. Vooral bij klinkers.

Terwijl ik de tweede band verwissel breekt de zon door. Het oorspronkelijke plan wordt opgepakt. Het Tjeukemeer rond. Via de pont bij Langweer en dan beschut door het bos naar St Nicolaasga om via Follega en Oosterzee het grote platte meer te ronden.  Na Echtenerbrug wil ik de Tjonger weer bezoeken. Vorige week had ik gezien dat aan de andere kant van het riviertje ook een nog onbekend fietspad liep: op ontdekkingsreis dus.

Ik ben de stad nog niet uit en bedenk plots dat mijn beurs nog thuis ligt. Zit in mijn andere jas. "Jeetje, de pont... dat lukt dus niet, die kost een euro". Dan toch maar het Sneekermeer? Twee keer het saaie rechte stuk naar Joure heb ik geen zin in. Op het laatst besluiten mijn handen om niet  naar links (Sneekermeer) maar  naar rechts te sturen. De rondweg langs, een stuk stad door en dan richting Hommerts en Woudsend. Kan bij Follega het oorspronkelijke plan weer worden opgepakt.

In de woonwijk de stad uit rijd ik twee keer verkeerd en de eerste twintig minuten zijn ruim voorbij als ik het idee heb dat de fietstocht echt begint. Hommerts en Woudsend gaan rap en gedachteloos; elke meter is bekend. Een schip kruist de route bij Spannenburg. Het keurig recht gegraven kanaal is verder leeg en lost aan de einder op in het Slotermeer.


Bij Oosterzee Buren kies ik ervoor – omdat het zo heerlijk weer is - om niet stiekem over N294 te scheuren maar om braaf en traag door het dorp te rijden. Vanaf het talud van de A7 laat ik me naar beneden glijden, zet het dorp nog even op de kiek en sta dan eigenlijk direct stil. Een bord “doorgaand verkeer gestremd”, midden op de weg. Daarachter steken net twee gele helmen boven de grond. Dit is spannend. Terug mag niet; rechtdoor kan niet. Ik vraag een van de helmen of ik ergens anders langs kan. “Ja”, grapt hij, “neem een aanloop en dan met je linkerwiel over mijn helm heen, dan red je het wel Zijn collega reageert met een “He, he, daar heb je hem weer..”  en legt uit dat ik ook over het erf van de boer mag rijden. “Ah”, antwoord ik, “dan probeer ik eerst die optie wel”. Ik groet de heren, wens ze een mooie dag en vind het wel mooi dat je zomaar, zonder problemen over iemands erf mag rijden als de overheid met de weg bezig is. “Kan volgens mij alleen in een dorp…” denk ik als ik in gedachten de boer groet. 


Na Echtenerbrug – om precies te zijn in Delfstrahuizen -  fiets ik over het parkeerterrein van het sportpark naar boven, het kleine dijkje op, langs de Pier Christiaanssleat. De – brede – sloot verbind de Tjonger met het Tjeukemeer en is de scheiding tussen de twee dorpen. Het pad op de dijk is smal. Met één wiel in het sompige gras en één wiel op het schelpenpad komt de snelheid niet boven (een leuke) 13 kilometer per uur. Ik vraag me af wie die Pier geweest is, zoek het thuis op, maar zelfs Wikipedia kan me niet helpen. De drumband heet PCB (Pier Christaans Band), maar is volgens een van de leden vernoemd naar de sloot. Dus dat schiet ook niet op.




Langs de Tjonger wordt het pad weer een weg. Ik fiets in een polder. Het riviertje zie ik niet, die stroomt een meter of wat boven mijn hoofd aan de andere kant van de dijk. De weg is minder mooi dan het pad aan de overkant; wat slordige huizen aan ‘een soort van eind’ van de wereld.

In het grasland ganzen en zwanen in sloot. Het pedaleert vredig. Ik fiets langs het Easter Skar, een prachtig laagveenmoerasgebied dat ontgonnen (“opgelost”) zou worden in de zestiger jaren. De graafmachines stonden al klaar, alleen omdat de economie aantrok waren er in Heerenveen geen werklozen meer voor de noeste arbeid in het moeras (met dank aan Batavus). Ik fiets een straatje om voor een bezoek aan de vogelhut de Skiere Goes. Het Skar ligt er fraai bij; vogels zijn er niet. De wind waait stevig over de lengterichting van  het meertje; er is geen beschutting. Twee week geleden stond hier een witte reiger vijf meter voor mijn neus vandaan. Het hoort niet zo; maar ze was te mooi om hier niet te posten.





Na Joure fiets ik “het segment” in, niet van plan om de snelste tijd aan te vallen. De Quest wil en gaat echter steeds harder. Bij de brug over de Langweerder Wielen kruipt mijn kruissnelheid naar de 40; het gemiddelde is met 35km per uur nog niet echt hoog. “Als ik mijn best doe, dan lukt het Klaas” en ik zet aan. Tot het Margrietkanaal houd ik de 43 met redelijk gemak vast. Daarna zakt het tempo naar beneden (oh.. die brug omhoog….. grrr….). Ik gok dat als ik tot Sneek boven de 37 blijf trappen er een nieuw record aan komt. De bochten halen de snelheid er een paar keer uit (terug naar de 20) maar de nieuwe Schwalbes accelereren op 5 bar lichter dan ik verwacht had. Met andere woorden: de drie seconden die ik nodig had, zijn eenvoudig gehaald.