Posts tonen met het label Garmin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Garmin. Alle posts tonen

donderdag 17 mei 2012

Moustey - Servanches

Vanmorgen eerst maar eens mijn banden op spanning gebracht. Viel mee; de Schwalbes houden zich goed. De Risse; daar ben ik maar niet aangekomen. Zolang deze het doet, doet tie het en ik hoor de Big Apple (mijn achterband) nog niet tegen de fiets schuren.
Het weer is fris; grotendeels bewolkt en een bries (variërend van windkracht drie tot vijf) vanuit het Oosten. Enigszins cynisch schoot het door mijn hoofd “ ach, daar heb je in het bos toch geen last van”. Het rare bos was nog steeds niet op. Ik vind fotograferen leuk (dat zal bekend zijn) en lelijke foto’s maak ik uit gewoonte (geloof ik) niet. Vandaag maak ik een uitzondering: Productiebos in Frankrijk ziet er kilometers lang als volgt uit:


Toch is het fietsend genieten. Meer kleine dorpjes onderweg met hele mooie oude kerken. Zoals in Retis. In al haar eenvoud een pracht kerkje uit 1100; al 900 jaar bekend bij Pelgrims; ik werd er stiller van dan in de meeste Kathedralen.



Bij Landiras is het bos gelukkig (voorlopig) op. De dennenbomen worden wijnranken en de vlakke slechte wegen worden ingeruild voor heuvelachtige slechte wegen. Na bijna 60 kilometer komt Caddilac in zicht. De Garonne wordt overgestoken en ik hoop op een bak koffie. Alles dicht; hemelvaart waarschijnlijk, maar nog meer: gewoon failliet. Eetgelegenheden bestaan niet meer. Zelfs het hotel serveert alleen nog maaltijden op vrijdag en zaterdag.

Nog even doortrappen voor een bakkie. Na Branne (ook failliet of in de kerk) en dik zeventig kilometer besluit ik zelf een kop koffie te zetten en mijn laatste banaan op te eten. De hongerklop van enkele weken terug (Sneek – Lattrop) wil ik zien te voorkomen.


De weg slingert verder door de wijnvelden. Vanaf hier heet alles een Chateau en wordt alles “direct gevent”. St. Emilion (na 90 kilometer) is een toeristisch plaatsje waar van alles open is. Ik eet een overheerlijke Croque Monsieur en heb zin om het antieke plaatsje rond te wandelen. Ik twijfel vanwege mijn fiets; de Quest trekt veel bekijks. Opeens zie ik een dame van een jaar of 40 mijn fiets in stappen! Ze staat al gewoon op de stoel. Ik er scheldend heen en leg uit dat ze met haar poten van mijn fiets af moet blijven. Ik heb er maar een, en als zij hem kapot maakt is mijn vakantie over. Ze schrikt (en dat doe ik eigenlijk ook wel van mezelf) en ze biedt haar excuses aan. Ik zeg (ze spreekt gelukkig ook Engels) “Ik snap het gewoon niet; ik stap toch ook niet zomaar in uw auto of zo”. Haar matige verweer is dat ze werd uitgedaagd. Volgens haar vrienden zou ze te klein zijn om in zo’n fiets te kunnen rijden. Ik geef haar een hand en we nemen afscheid. Ik door het dorp uit te fietsen. Mijn kop staat jammer genoeg niet meer naar die fraaie Kathedraal met pelgrimsgraven.

Vlak bij het plaatsje Francs rijd ik verkeerd. Volgens de kaart bestaat de weg niet meer. Ik heb een groot deel van de route gepland met behulp van originele (auto) Garmin kaarten. Veel wegen staan er op; de leuke fietspaden in België echter niet. Daarom had ik ook “openstreetmaps” gedownload. Een prachtig en zowaar gratis alternatief. Tot nu toe werkt het perfect. Spanje staat er prima op! Gister had ik gezien dat er een paar zijwegen ontbraken. Vandaag bestaat mijn route opeens niet meer. Ik krijg geen aanwijzingen meer maar moet op het kleine schermpje van de Garmin de “track” volgen. Het voordeel van deze misser is wel dat ik het kasteel van Francs van verschillende kanten kan fotograferen. En zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd hebt; maar het moet er wel spoken ’s nachts (of heeft het verdwijnen van mijn route ook met het kasteel te maken… )




Het landschap blijft heuvelachtig en na een kilometer of 120 zijn de bossen weer terug. Dit keer loofbossen en opeens merk ik het grootste verschil met het productiebos. De dieren! Hier zingen de vogels en soms schiet er zomaar een eekhoorntje over de weg. Gelukkig lezen die slecht wat er hangen om de 100 meter onaardige bordjes op de bomen. De meest bijzondere hieronder: De jacht en het plukken van paddenstoelen zijn beiden verpacht! Hoe krijg je het voor elkaar.



(ik weet niet of de zwam (?) aan de boom tot een eetbare soort hoort; bijzonder vond ik hem wel).

De weg blijft flink op een neer zwalken tussen de 13 en de 103 meter. Dat heet in de Tour een saaie vlakke etappe (met een kopgroepje van 14 man, die 12 minuten voorsprong krijgt en dan 3 minuten voor de meet wordt ingerekend). Ik zie dat ik voorwaar weer 800 meter heb moeten klimmen en 760 meter heb mogen dalen; een gemiddelde van uiteindelijk 22 kilometer per uur. Vlak heet dat….

Vanaf 130 kilometer gaan mijn ogen op zoek naar een onderkomen voor de nacht. Het is wel mooi genoeg geweest. Ik ga er vanuit dat het de camping van St. Aulaye wordt; in de routebijbel (die ik op de kop lees) van Clemens Sweerman staan geen eerdere mogelijkheden. Nog 20 kilometer te gaan dus. In het gehucht Servanches zie ik –door mijn lage klimsnelheid – een bordje “Bed & Breakfast”. Het statige pand ziet er geweldig uit. Ik bel het nummer dat op het bord staat en wordt te woord gestaan door een aardige Nederlander (!). Jazeker hebben ze een plek voor me; en natuurlijk kan ik er ook eten (zeg maar hoe laat); en ik kom u zo wel even een pilsje brengen; en kijk, zo werkt de televisie (zat zowaar net Nieuwsuur te zien).



Mijn uitzicht is schitterend. De maaltijd geweldig en de mensen zeer gastvrij en vriendelijk. Een beetje flauw misschien maar die God in Frankrijk; die bestaat echt nog: www.lepetitchateauservanches.com



maandag 30 april 2012

"ik ben even naar de fietsenmaker"

Voordat ik naar Santiago de Compostella vertrek (en vooral terugfiets) wil ik mijn Quest in hele goede conditie hebben. Een nieuwe ketting en bladen staan op het verlanglijstje. Net als het inbouwen van de Risse schokdemper. De originele veerpoot neem ik voor de zekerheid maar mee; je weet het maar nooit. Liever Ligfietsen in Leeuwarden heeft haar werkplaats vol, dus moet ik kiezen tussen ‘ Zelf Doen’ , Dronten of Lattrop. Ik vind Peter “Lattrop” de Rond een prima kerel en ik ben benieuwd hoe het daar is, dus de keuze was niet al te moeilijk (vooral omdat zelf doen een ramp zou worden). Ik zou zaterdagochtend op pad om de 150 kilometer af te leggen. Maar; wauw wat een regen die dag. Grijs, nat en kil. Dat was niet wat ik in gedachten had. Ik had een mooie route gepland en in de Garmin geladen, maar als ik niets zie vanwege regen op het vizier en op mijn bril... Dat is toch zonde.
Ik maak een nieuwe afspraak voor vandaag. De kids een beetje saggerijnig (Koninginnedag he), maar tja… ik kan niet alles.

Vanmorgen om 6:30 uur wakker. De jongste uit bed geholpen zodat die op zoek kan naar een mooi plekje om “grof geld” te verdienen. Nog even dommelen en dan om 7:15 uur met de auto naar het stadscentrum (300 meter verderop). Dozen met handelswaar: “Je weet dat ik je niet kan ophalen he, je moet proberen zoveel mogelijk te verkopen…”
Om 10:00 uur nog even bij de kraam gekeken met 4 oranje tompouces (toch een knagend schuldgevoel?). De handel was niet geweldig, maar het weer fraai en de sfeer goed. Ik kan dus met een gerust gemoed op pad.

Om half twaalf een ietwat verlaat maar gezellig bezoek (heeeeel gezellig). Het gevolg is dat ik toch weer later mijn fiets in duik dan gepland was. Ik had bij Peter om 17:00 uur afgesproken en was van plan om ruim voor twaalf op pad te gaan. Nu is het toch weer kwart voor een dat ik vertrek. Van de weeromstuit niets gegeten (behalve dan die tompouce); snel twee bananen in de tas en op pad.

Mooi weer en het fietst vrij goed. Zolang mijn nagelnieuwe (gister er om gezet) Schwalbe Marathons een glad wegdek hebben ligt de snelheid redelijk hoog (36, 37), om vervolgens flink naar beneden te kachelen bij klinkers of ander beroerd wegdek. De wind is niet al te gunstig; komt uit alle hoeken. Meest zijwind, maar ook hele stukken tegen.



Toch is het genieten. De lente barst los en velden paardenbloemen kleuren het landschap. Even wat foto’s (er zijn er ook altijd een aantal bij die sneller moeten dan de rest ;) ) en de klinkers van Vinkega, Wilhelminaoord en Frederiksoord denderen als kasseien onder mijn nieuwe banden door.

Na 70 kilometer wil ik wat eten. Koekange: een leuk restaurant met terras. Dicht. Shit. Ik besluit mijn bananen op te eten en wat te drinken. Dan de fiets weer in. Loop (logischerwijze flink) achter op het 5 uur schema (zal wel zes uur worden). Dus zet stevig de sokken er in. Voor Balkbrug pak ik de rijbaan. Veel fietsers met kleine kinderen op het fietspad. En jawel hoor. Een motoragent. Hij sommeert me naar het fietspad. Als ik uitleg dat ik niet verplicht ben op het fietspad te fietsen, vraagt hij “heeft u een motor dan”. Oh, wat kan ik slecht tegen zulke volstrekt overbodig vragen. “Nee, tuurlijk niet” antwoord ik. “Dan bent u dus een fietser en moet u op het fietspad”. Ik sta perplex van zoveel logica. Als ik vertel dat ik zo breed ben dat ik ook op de weg mag fietsen vraagt hij weer “Heeft u een motor dan?”. Ik word boos. Zeg dat ik hier geen zin in heb; dat ik wel op het fietspad blijf en dat hij thuis de regels maar moet nakijken. Hij blijft door emmeren “het is voor uw veiligheid meneer”. Ik denk “dan was ik wel gaan schaken” , maar houd mijn mond. Ik zeg “geef me maar een bekeuring, dan zoeken we het later wel uit en anders rijd ik nu door.” Een bekeuring durft hij blijkbaar niet aan; dus ik rijd weg bij de nog altijd pratende motoragent. Goed voor mijn gemiddelde is het wel. De adrenaline giert door mijn lijf. Bah, wat een arrogantie….


Bij Beerselo een korte plasstop; ik heb geen eten meer en in de omgeving is niets te zien of te krijgen. Voor Vasse – met de haven vrijwel in zicht – merk ik dat mij snelheid daalt en daalt en daalt. Harder dan 24 lukt niet meer. Dus dit is honger klop. Ik voel met net Indurain die La Plagne op klimt (1996 als ik het goed heb) en daar de Tour verliest. De eerste kramp onder mijn voet en in mijn bovenbeen en ik hoef niet eens La Plagne op!. In Vasse brengt een ijswinkel een beetje redding. Cappuccino met suiker (veel suiker zelfs) en een zoete ijsco. Daarna (relatief) op mijn gemak kalm verder. Een heuse klimpartij naar Ootmarsum en dan in de afdaling naar Lattrop. Veel te laat arriveer ik daar (kwart voor zeven). Ik voel me knap lullig ten opzichte van Peter en Grytsje. Grytsje heeft zelfs heerlijk gekookt. Zoveel gastvrijheid en ik moet om kwart over acht weer te trein in.



De minuten die ik er ben zijn goed. Volgens mij kun je in Lattrop alleen maar vakantie vieren. Verder gebeurt er niets (oh ja, en hout hakken natuurlijk ;) ). Wat een pracht omgeving. Een wijds uitzicht achter het huis. Glooiend zoals het hier hoort. “Je kunt hier nog schrikken van de stilte” zegt Peter.

dinsdag 1 november 2011

Toegift....

Wat een dag vandaag!

Ik had al eerder geschreven dat een van mijn projecten tot 3 november stil ligt. Wel; het is vandaag 1 november en prachtig weer. Dan is er eigenlijk maar een ding dat echt gebeuren moet. Fietsen!

De route volgt weer een stuk van Frieslands randen. Wat een verschil met vrijdag. Het eerste stuk tot aan Oude Bildzijl is nagenoeg hetzelfde. Alleen fiets ik nu via Leons en Hûns naar Dronrijp zodat ik geen last heb van afgesloten wegen. Waar vrijdag de dikke natte nevel alle zicht en kleuren opzoog, is het nu de zon die met de laatste krachten voor dit jaar extra kleur aan het landschap toevoegt. Het is een volkomen ‘nieuwe’ tocht. Menaldum bereik ik binnen de 50 minuten, daar waar ik er in de Alleweder minstens een uur over deed. Doorontwikkeling heet zoiets, geloof ik, en dan heb ik het niet over mijn kuiten.





Vrijdag fietste ik over de Oude Bilddijk van nummer 120 naar 1226. Vandaag sla ik de andere kant op en is deze dijk na een kleine kilometer in het dorp ten einde. Daarna hoog langs het Wad naar Holwerd. Een mooie stop bij de dijktempel van Ids Willemsma. Ontworpen in 1993 omdat toen hier de dijk op Deltahoogte werd gebracht. Deze 'tempel' boven Marrum is een deel van de dijk dat is opgetild door pilaren. Vandaar dat het dak bedekt is met gras. Het schijnt dat de pilaren verwijzen naar de vrouw; breed in de heupen en smal in de schouders. Maar dat heb ik gelezen hoor; zelf was ik er niet opgekomen. Mooi is het kunstwerk zeker!



De route vervolgt zich via Holwerd naar Ternaard en dan onder de dijk langs naar Wierum. In 1983 hebben wij een half jaar in Ternaard gewoond. Maandags was het traditioneel wasdag; dus kwam er voor de douche geen druppel water uit de kraan. Ooit zeiden we gekscherend “als de wereld vergaat, gaan we naar Ternaard. Daar gebeurt het 10 jaar laten”. Ik fiets langs het dorp en denk hoe kloppend die zin is. Alles hier herken ik nog; de huizen, de hokken, de velden. Niets is veranderd.

In Wierum weer even de fiets uit. De kerk heeft hier iets raars; alsof hij ‘uit het lood’ is. Hij staat op een eeuwenoude terp; de tufstenen toren is gebouwd in 1200. De rest is in de vorige eeuw vrijwel geheel vervangen. De verhouding kloppen nog steeds, maar door een andere materiaal (steen) keuze is een samenhang uit het gebouw gehaald. Wierum was –net als verder op Paesens en Moddergat - een vissersdorp. Totdat in 1893 13 van de 17 boten na een storm niet meer terugkeerden. Het dorp was in een klap 22 mannen armer.



Langs de dijk lukt vanaf hier niet meer in de Quest. Er wordt iets meer binnen langs gefietst naar Nes en dan naar Paesens Moddergat. Deze laatste twee dorpjes zijn ooit verkozen tot mooiste plek van Nederland. Het is er zeker niet lelijk; maar elke wandelaar of Quest rijder weet een aantal mooiere plekken aan te wijzen. Maar goed; het kan zijn dat ik bevooroordeeld ben. Een aantal jaren geleden reden we hier in de auto op een grijze zondag. Er gingen drie kerken in of uit. Het talrijke kerkvolk dwong ons om het hele (lange) dorp door stapvoets te rijden. Mede door de grijze klei op die grijze dag had die rondgang iets beklemmende.



Na Anjum rijd ik verkeerd. De nieuwe weg naar Esonstad staat blijkbaar nog niet in mijn Garmin. Ik besluit "de stad" of beter het “Landal Green Park” in te rijden, om met mijn eigen ogen te aanschouwen wat voor bijzonder dorp ze er van gemaakt hebben.


Daarna weer terug en over een eeuwenoud dijkje naar Ezumazijl. Dit is het meest verassende stukje van de tocht. Langs een hele oude dijk (1100) richting Dokkumer Nieuwe Zijlen . De dijk is schitterend verweerd en hier en daar kun je de lagen van vroegere ophogingen zien.

Bij het “oud Dokkumer diep “ gaat het mis met de route. Zonder dat dat erg is trouwens. De route loopt vanaf hier naar Damwoude (naar vrienden) en dan via Leeuwarden naar huis. Ik bel naar Damwoude; onze vrienden zijn spijtig genoeg niet thuis. Ik denk “maar dan kan ik ook een andere route nemen; dan hoef ik niet door Leeuwarden” en toets als eindbestemming “thuis” in in de Garmin. De afstand is nagenoeg dezelfde en de route die de Garmin mij voorschotelt is minder mooi, dus laad ik het oorspronkelijke plan weer. Ik de fiets in en hup, daar gaan we weer.



In Oudwoude denk ik voor het eerst “wilde ik hier heen?” Het antwoord is nee, maar omdat ik ook geen andere kaart bij me heb, kan ik geen alternatief bedenken. De Garmin heeft blijkbaar een aanpassing in de route gemaakt en koerst nu vreemd genoeg via Hardergarijp naar Leeuwarden. Daar heb ik in elk geval geen zin in. Tien kilometer langs een drukke autoweg. Ik besluit om weer “thuis” in te typen en vervolg de rit. De Garmin piept echter niet meer als ik links of rechts af moet. En met de zon fel in het gezicht is het vanaf hier redelijk vaak “mis fietsen”. Eerst twee keer in Veenklooster (wauw, wat een mooie State). Vervolgens bij Zandbulten en dan nog een keer voor Burgum. Ik denk geregeld “oh, wat ben ik hier nog nooit geweest he….” En vervolg dan de weg met een slakkengangetje van net over de dertig. Mijn gemiddelde zakt dramatisch (31,6km/u) maar daar doen we het vandaag niet voor.

Na Burgum en Garijp ken ik de weg weer op mijn duimpje. Nog een stukje fraai fietsen via Warten, dan vervelend over het industrieterrein naar Grou , oppassen bij de afritten van de A32 en dan via Irnsum naar Sneek. Nog mooi voor dat de kinderen thuis uit school komen zet ik de Quest na 147 km in het hok.

maandag 22 augustus 2011

Twaalf mooie foto's

Maar je moet er wel een pokke end voor fietsen

Tweede Pinksterdag wordt altijd de officiële Fiets Elfstedentocht gereden. 230 kilometer slingerend door Friesland. 15.000 fietsers; sommige zeer serieus (een vriend van ons fietst volgend jaar zijn vijftigste (!) tocht; dat zijn 11.500 Friese kilometers); sommigen zijn zo mal mogelijk uitgedost; veel toerrijders die hun conditie testen en een enkele Velomobiel. Ik fiets die dag niet. Met de Quest tussen al die anderen op soms vrij smalle fietspaden, daar doe je mij geen plezier mee. Als ik hem fiets, dan wel de dag ervoor.

Dit jaar lukte dat niet; op 13 juni (en dus ook op 12 juni) stond de Quest in Dronten. Onze vriend mailde mijn zijn negenenveertigste resultaat: Vijf uur ’s ochtend vertrokken; half drie terug. Een gemiddelde van 26,7 km per uur. Op een bukfiets! Ook nog bij slecht weer. Het zou me niets verbazen als hij harder had gekund. Bij stempelposten wordt gecontroleerd op je snelheid; harder dan 25 kilometer per uur is eigenlijk verboden.
Ik tuurde meermalen en langdurig naar de fraaie route, keek naar zijn snelheid en dacht: “Hoe dan ook. Ik fiets hem dit jaar.”

Vanmorgen kwart voor zes op; een snelle douche; flink eten en om goed twintig voor zeven zat ik in de Quest. De wereld was stil en ik zag net buiten Sneek de zon op komen. “Dit wordt een mooie dag”, glimlachte ik, de eerste foto werd gemaakt en hup; op naar Bolsward.



Sneek, 6:45 uur

Om zeven uur reed ik Bolsward binnen. De stad waar de tocht elk jaar begint. Het slapende stadje werd mooi verlicht door het eerste strijklicht van de zon. Ik nam als stempel mijn tweede foto en zette koers naar Harlingen.


Bolsward 7:00 uur

Een mooie route via Schettens, langs het monument van (de grote) Menno Simons in Witmarsum en via Grauwe Kat, Arum, en Kimswerd (Grutte Pier) naar Harlingen. Om zes over half acht wordt de derde foto gemaakt. Niet gek; het eerste uur lag mijn gemiddelde keurig boven de dertig.


Harlingen 7:36 uur

Na de havens op het industrieterrein was het even draaien, keren en zoeken. Ik had de track van m'n vriend omgezet naar een route met behulp van OnRoute voor motorrijders; bij Midlum wilde ik echter graag het fietspad op omdat de doorgaande weg wel erg tot snel autorijden uitnodigde. Uiteindelijk na wat “flinstonen” de koers weer gevonden en in een verder vrijwel rechte lijn op een heerlijk breed fietspad (parallelweg) reed ik iets over achten het nog stille Franeker in.


Franeker 8:00 uur


Franeker uit was een groter probleem (ach, probleem…. ) Weer verkeerd gereden (eigen stomme eigenwijze schuld) en zelfs met flinstonen lukte het me niet om de bocht te nemen. Hop; uit de fiets; fiets gedraaid en weer verder. De tweeëneenhalve kilometer Franeker in precies 12 minuten afgelegd.

Op naar de volgende stad; Dokkum een kleine vijftig kilometer verder. “Dit is het stuk waar de schaatsers het moeilijk hebben”, dacht ik. Een kaal ingepolderd klei landschap waar de wind altijd harder waait dan elders. In de Quest ging het prima. Ik had alleen in elk dorp van het Bildt ruzie met het fietspad. Meestal volg ik de hoofdrijdbaan totdat ook de bromfietsers naar het fietspad gedirigeerd worden. Meestal wordt vanaf dat moment het fietspad breder en beter begaanbaar.

Zo niet in de gemeente het Bildt. Blijkbaar wijkt alles daar een beetje af: in 1505 werd de Middelsee door ‘Ollanders’ ingepolderd. Nog steeds spreekt men geen Fries maar Bildtkerts.
In elk geval: als je in het Bildt op die plek het fietspad op rijdt, moet je na 20 meter hard in de remmen knijpen: Einde fietspad aan deze kant van de weg. Pas aan de andere kant van de weg gaat het pad verder. De oversteekplaats maakt zo’n fraaie haakse “anti-Quest” bocht en is voorzien van een hegje met dezelfde naam. Op gehoor oversteken heet dat. Eerst de Quest – zichtbaar maar nog ontwijk-baar - 30 centimeter de weg op en als er geen geluid is van piepende remmen is, snel oversteken.

Het stomste is wel dat ik er in drie van de vier dorpen ingestonken ben.

Om twintig over negen langzaam het meest noordelijke dorp door (Holwerd). Daarna snel afzakken naar Dokkum. Ik had zin in koffie en in Dokkum is een Hotel op zondagochtend open. Bijkomend voordeel; het terras ligt op een pracht plek.


Dokkum 9:40 uur


We hebben ooit een half jaar net boven Dokkum gewoond. Dat was begin tachtiger jaren. We konden –vooral op het werk- niet aarden en mijn partner en ik spraken af dat we weer naar Dokkum zouden verhuizen als de wereld zou vergaan: In Dokkum gebeurt alles tien jaar later. Ik was dan ook blij verbaasd dat de cappuccino Italiaans lekker smaakte (oh, mevrouw, mag ik er nog zo een) en gesterkt door dit vocht en de suikerklontjes reed ik met 36 per uur richting Birdaard. Mooi langs de Dokkumer Ee naar Leeuwarden en eigenlijk heb je hier het meeste “contact” met het Elfstedenwater. “Hé, Birdaard woont Marcel Prins daar niet?” Er fietsten veel mensen in Birdaard. Met het gezangboek naar de kerk. Maar een knalgele Quest heb ik niet gezien; ook niet op een oprit. Jammer; ik had hem wel even willen spreken. (In elk geval: “Marcel, wat ben jij een bevoorrecht mens; de weg van Birdaard naar Leeuwarden is écht van grote schoonheid! En oh ja, jeetje mineetje; ben jij wel eens over die k*t hobbel geknald net voor je de Canterlanswei oprijdt? Mijn knie weer lekker tegen de moer van de spiegel….grrrr… en uh.. hoe rijd jij de stad in via Snakkeburen of Lekkemerend?")

Leeuwarden was ik in een kwartier door. Het is maar een kilometer of drie langs de noordelijke stadsring. Veel oversteekplaatsen waar je moet mikken om goed bij het knopje van het verkeerslicht uit te komen. Ik vergat haast een “stempelfoto” te nemen van de hoofdstad (zag ook niets moois op deze route). Gelukkig is de glazen piramide “Crystalic” bij het verlaten van de stad nog net beeldbepalend genoeg om toch als stempel te kunnen dienen.


Leeuwarden 11:05 uur


De originele tocht gaat via het fietspad langs de zuidkant van de snelweg naar Dronrijp. Ik had mijn twijfel of ik daar goed met fatsoen kon Questen, dus koos ik voor de Noordkant via Marsum. Marsum is een pracht dorpje (Popta Slot), maar ook het dorpje met het meeste last van de vliegbasis. Het schijnt dat als de Joint Strike Fighter haar intrede doet op de vliegbasis heel Marsum mag verhuizen of zo.
Deze zondag was vredig en ik ben even gestopt om naar een kaatswedstrijd te kijken. Ik snap de spelregels en de telling nog steeds niet, maar vond het zo in het zonnetje een pracht gezicht.

Na Dronrijp slingert de weg via Winsum, Spannum, Kubaard en Hichtum over oude onverkavelde dijkjes (hard fietsen lukt niet met al die “slingers” in en van het landschap) naar Bolsward. Kwart over twaalf zaten de eerste 150 km er op. Tijd voor een lange pauze (uh… was ik ook wel een beetje aan toe trouwens). Samen met Floor (dochter) en Lenie (partner) heerlijk gegeten op het warme, zonnige terras. Bijna een uur later reed ik Bolsward weer uit.


Bolsward 12:15 uur


De toerrijders rijden vanuit Bolsward naar Sneek en duiken dan Zuid West Friesland in. Ik neem de lus –logischerwijze- in tegengestelde richting omdat niet Bolsward maar Sneek mijn start en finish plaats is. Richting Workum dus. Bij Tjerkwerd mis ik het fietspad langs de grote weg en rijd ik het dorp in. Een kleine maar mooie omweg via Arkum en Dedgum naar Parrega is het gevolg. Een beetje baal ik wel: in Bolsward had ik me verrekend; ik dacht dat ik nog 70km te gaan had. Stom; want 230 minus 150 is nog altijd 80; en dat was precies wat de Garmin aangaf toen ik Bolsward verliet. “Twee keer meer en ook nog stevig wind tegen...”.

Iets na half twee zette ik de Quest stil voor het Jopie Huisman museum (als je in de buurt bent…. Doen!). Maakte snel een foto en vertrok richting Hinderlopen.



Workum 13:35

Ongeveer een kwartier later zag ik het havenplaatsje liggen. Ik besloot mijn omweg van Dedgum hier ‘terug te nemen’. Niet het dorp in over die stomme klinkers; maar lekker over het asfalt van de ring er omheen. Scheelde vast wel die ene kilometer. Ik zette de Garmin stop en maakte de stempelfoto.



Hinderlopen 13:48 uur

Vervolgens zoef ik over het asfalt om Hinderlopen en via de smalle dijk (wat een drukte!) naar Stavoren. Pas daar ergens kom ik er achter dat ik de Garmin niet heb aangezet (“ik fiets al kilometers boven de 33km/u waarom spring mijn gemiddelde niet meer omhoog?”). De CatEye geeft nog wel het exacte aantal kilometers aan. Gelukkig heb ik zaterdag de juiste bandenmaat ingevoerd. In Stavoren mag ik lang stil staan bij de sluis. Vind ik stiekem wel lekker; tijd voor een paar slokken water en een krentenbol. Mijn snelheid is er wat uit. Ik heb moeite om boven de 32 te blijven. En eigenlijk moet dat wil ik overall de dertig kunnen halen. In de steden of dorpjes hier mag je blij zijn als je zestien, zeventien km/uur trappen kunt.


Stavoren 14: 17 uur; ook dit is Friesland.

De weg vervolgt zich langs de dijk naar de top van “de kuitenbijter” het Rode Klif (leaver dea as slaef; slag bij Warns, 1345) om vervolgens via het kleinste haventje van Nederland (Laaksum) Gaasterland verder in te duiken. Nog steeds wind tegen. En nog steeds moet ik moeite doen om boven de 32 te trappen. Ik weet zeker dat het na een ijsco op het Mirnster Klif beter moet gaan. Dit plekje is voor mij een van de mooiste plekjes van Friesland. Omgeven door bos steekt een klif hier zomaar een paar meter hoog het IJsselmeer in. Opeens dat uitzicht; prachtig. Ik weet dat het IJsselmeer hier niet dieper wordt dan een centimeter of 30. Toch denk ik altijd aan het terrasje op Skiathos in de Egeïsche zee als ik hier naar de horizon staar.

De ijsco en de twintig minuten pauze doen wonderen en zoevend zweef ik Gaasterland door naar het kleinste stadje uit de reeks: Sloten (740 inwoners). Ik kom de fiets niet eens meer uit om van dit fraaie plaatsje een foto te maken; het “stempel” is binnen.


Sloten 15:30 uur

Op naar Sneek. Eindelijk pers ik weer enige snelheid uit de kuiten. Tussen Spannenburg en Hommerts haal ik met gemak 37km per uur. Heerlijk; voor deze snelheid (of harder) is de Quest gebouwd. Bij Jutrijp dient een klein dilemma zich aan.
Als ik doorfiets; ben ik met drie kilometer thuis…. Niemand die iets merkt; zelfs op het routekaartje zal het niet echt opvallen. Maar als ik afsla, fiets ik door IJlst en pas dan heb ik alle 11 steden gehad; wel vier extra kilometers.

Ik sla af. Om 16:20 uur – na 9 uur en 40 minuten - rijd ik Sneek binnen. Een gemiddelde van 30 mooie kilometers per uur. Zeven en een half uur gefietst. Lenie onthaalt me met een heus minispandoekje en met pannenkoeken; een super onthaal na een fraaie tocht.


IJlst 16:09 uur

zaterdag 13 augustus 2011

Cruise Contol

Het zal iets meer dan een jaar geleden zijn. Ik fiets mijn bekende rondje Sneekermeer in mijn Alleweder en ben blij met mijn 27 of 28 kilometer per uur. Om dat te halen heb ik een kruissnelheid van 32 nodig. Vlak na Terhorne fiets ik een paar kilometer met een aardige knaap uit Akkrum op. We doen hetzelfde rondje. Alleen ik vanuit Sneek en hij vanuit Akkrum. Ik vertel dat ik er meestal een 5 kwartier over doe. Hij is iets sneller en zijn doel is om de 35 kilometer nog een keer binnen het uur te halen. Ik weet nog dat ik zei; “ Wow, denk je echt dat je dat gaat lukken? Dan moet je toch wel het grootste deel tegen de 40 aan trappen.”. Hij wist het en hoopte dat het lukken ging “als het niet te hard waait, dan moet het een keertje mogelijk zijn……”.

Daarna sloeg hij links af, richting Akkrum; ik rechts af; Irnsum. “In een uur, pfffffff” mijmerde ik na, “ik vrees dat ik dat nooit haal”.

Vandaag is het aardig fietsweer. Bewolkt, een graad of twintig en de wind komt uit het zuiden; windkracht 3. Om half drie meldt de buienradar dat het pas om vier uur gaat regenen. Ik besluit er een rondje tegenaan te gooien. Het gaat heerlijk vandaag.

Elke Quest rijder krijgt nu en dan de vraag of er een motortje in de fiets zit. Ik denk dat ik vandaag die vraag met “ja” beantwoord: Mijn Garmin Edge 800 (vind ik zoveel mooier dan de Oregon) meldt me elke vijf kilometer hoe snel ik ga. Ik glimlach om zoveel constantheid:


Alleen de vijf kilometer waar Joure in voorkomt is iets afwijkend. Daar zakt mijn gemiddeld (logisch en gelukkig; ik houd niet van roekeloosheid) naar 34 kilometer per uur. In de eerste vier “rondjes” zit per vijf kilometer een verschil van maximaal zes tellen. Alsof ik een cruise control op mijn benen heb.

Als ik Sneek weer in fiets heb ik de 34,8 kilometer met een gemiddelde van 35,8 kilometer per uur afgelegd. Ik heb er volgens de Garmin 58 minuten en 21 seconden over gedaan. Das een fiks en fraai nieuw record. De totale tijd dat ik onderweg ben geweest is echter 1 uur en 8 minuten. Zowel de brug bij Oude Schouw, bij Joure en bij Uitwellingerga stonden open. Daardoor heb ik geen antwoord op de vraag of ik nu binnen een uur het Sneekermeer heb rond gefietst. Ik elk geval zoek ik het telefoonnummer van die aardige knaap uit Akkrum nog maar niet op.


woensdag 4 mei 2011

Quest-ions

Een aantal dagen heb ik nu de Quest onder voeten genomen. Hij bevalt goed; is snel (zeer snel) en je kunt er aardig in door trappen zonder uitgeput te raken. Zo comfortabel als mijn Hiawata Kano (de Alleweder) zal hij niet worden en mooie bruine benen levert de Quest me ook niet op. Maar oké; daar doe ik het ook niet (meer, hèhè) voor.

Toch ben ik een aantal kleine ongemakken tegen gekomen die andere Quest rijders ongetwijfeld ook tegen gekomen zijn. Tips ?? Mijn dankbaarheid zal groot zijn.

In mijn Alleweder fietste ik het liefste met een grote pet op. Zo een met een aardige zonneklep. De afgelopen dagen toch maar met helm gefietst; snelheden liggen hoger en ik ken de Quest nog niet zo goed. Ondanks het feit dat ik een “meekleurende sportbril” op heb in de fiets, miste ik de zonneklep van mijn pet enorm. De laatste ochtend heb ik zelfs eerst mijn pet en toen mijn helm opgezet. Zag er niet uit! Zeker niet in een glimmende strakke aerodynamische Quest. Wie heeft dé oplossing? Een goed merk helm met vizier? Een extra lange zonneklep op een helm? Een pet met harde schalen? Een lasbril?

Mijn nek; ik had in de Alleweder een neksteuntje gemaakt (een stuk schuimrubber met een Buff er om heen en met tie-ribs vastgezet). Deze had ik gemaakt om te voorkomen dat bij een fiks ongeluk mijn nek achter over zou slaan tegen de (veel te) harde aluminium rand van het stoeltje. Maar de neksteun bleek in praktijk ook uiterst comfortabel (na een fiks sprintje; hoofd lui naar achteren; diep inademen en dan langzaam uitblazen) . Ik heb getracht (zoiets zat er ook al op) om aan het klittenband net boven de stoel wat comfortabels te vinden en te bevestigen. Zucht…. Of ik schopte het er af; of het schoof er af; of het zat niet lekker. Stel ik me aan? Of zijn er - wellicht anonieme - lotgenoten die stiekem ook wat in hun nek (willen) hebben?



Voor het overige; de hoeveelheid mee te nemen bagage viel me zeker niet tegen. Ik heb een vrij lange koerierstas van Ortlieb. Deze past heel keurig achter de stoel en je schuift hem er mooi in en uit. Twee kleinere tassen van Ortlieb heb ik aan de linker kant naast me (voortassen op tweewielers). Omdat je armen op deze tassen steunen heb ik wel wat schuimrubber op de harde delen van de tassen gelegd. De rechter kant hield ik vrij voor mijn tas met “kostbaarheden en electronica” en voor wat eten. Voor een slaapmatje; mijn tent; slaapzak en wat kookgerei is nog net voldoende ruimte schat ik in.

Ik denk dat ik onder op bodem nog wat klittenband bevestig voor mijn drinkwaterzak. Kan deze niet tegen de kettingkast (heet dat zo?) aanschuiven en het lijkt me een prima plek om deze vast te zetten.

Mijn fototoestel had ik om mijn nek hangen (zo’n mooie kleine Panasonic Lumix met Leica lens). Op die manier ben ik “een fotograaf die fietst” in plaats van een “fietser die te hard rijd om weer een foto te maken”.

De Garmin Edge 800 bevalt me errug goed. Hij geeft keurig op tijd aan hoe je moet rijden. Wel is het zaak om bij thuis geladen routes de “automatische herberekening” uit te zetten. Anders wil de Garmin je bij een verplichte omleiding terugsturen naar je beginpunt; en das niet handig he. De zekerheid dat je hoe dan ook bij je bestemming uitkomt vind ik vooral bij langere afstanden een geruststellende gedachte.
Na een pauze moet je de Timer wel weer starten. Als je navigeert zie je dat snel over het hoofd. De Garmin laat de tijd en de afstand tot de bestemming zien; toont ook je snelheid maar de afgelegde afstand en de gemiddelde snelheid veranderen niet (zie je na 15 km hard koersen). In totaal heb ik volgens Mapsource een 60 kilometer “gemist”. Niet ernstig, maar wel een beetje
zunde….




Het navigeren met Onroute voor Motoren is een prima oplossing gebleken. Alleen de stad uit gaat wel eens mis; vooral als er een brug en een snelweg in het spel is.
Met fietskaarten in een navigatiesysteem heb ik grotere problemen en ik denk ook wel dagelijks méér problemen gehad (te smalle fietspaden; te steile fietsbruggen; te smalle schapenhekjes; en Lelystad kom je zo wie zo nooooit door) .

Ik denk wel dat ik routes zoveel mogelijk thuis blijf maken in Mapsource en dan exporteer naar de Garmin. Onroute in de Garmin weigert soms pertinent om een lelijke weg te nemen: Ik wist dat ik nog twee kilometer van Bathmen verwijderd was; ik vond de drukke weg langs Colmsgate ook niets, maar om nu 10 kilometer om te rijden is in het zicht van de haven teveel van het goede. Met Mapsource kun je zulke “omwegen” eenvoudig corrigeren. Dat werk wel weer alleen met het automatische her berekenen uit.

Na deze vier pracht dagen de Quest wel wat beter leren kennen. Ik ben blij met de fiets en verwacht nog mooie momenten in hem door te brengen....

zaterdag 30 april 2011

Nederland vlak? nou, vooruit dan.....

(Wat leven we toch in een fraai land.)

Na uitgebreid afscheid genomen te hebben van mijn broer Ivo en van Carien
(juist, ja) op weg naar Bunnik. Er stonden mij twee routes ter beschikking. De zuidelijke via Arnhem en dan langs de Rijn om uiteindelijk bij Wijk bij Duurstede naar Bunnik af te buigen en de route over de Veluwe. Het verschil in kilometers was te verwaarlozen: 130 langs de rivier en 124 over de Veluwe. Ik had met mezelf afgesproken na Zutphen de keuze te maken. Wind en zon zouden bepalend zijn. De weg naar Zutphen was van grootse schoonheid. Bos, akkers, een verdwaalde koe en heerlijk rustige goed rijdende wegen. Mooie namen als "de kring van Dorth" en de "Joppelaan" rolden onder mijn wielen door.






Zutphen was vrij snel in zicht. Ik wilde Deventer niet weer door (drukke stad) en had ooit begrepen dat Zutphen ook een pareltje is. Anderhalf uur heb ik in de stad doorgebracht; veel langer dan bedoeld of gewild: er werd -oh nijver volk- aan de weg gewerkt. Het fietspad was opgebroken en de hoofdweg was voor mij gezien het razende verkeer geen optie. De fietsomleidingen werden van A tot en met E aangegeven. Allemaal omleidingen naar pracht plaatsjes; maar ik kende er geen een! Op de gok Warnsveld uitgekozen. Vraag me niet waarom, maar dat klonk toch aardig Veluws. Een echt tweewieler pad bracht me er heen.



Passen, meten maar het ging! Warnsveld is niets mis mee. Het dorp trof haar voorbereidingen voor een geweldig Koninginnefeest; maar op de Veluwe ligt het niet. Mijn Garmin was de weg echt kwijt (zet nooooooit automatisch herberekenen aan) en bracht mijn route naar 160 km! Een lus; terug naar Bathmen, wat een onzin!
Puur omdat ik me herinnerde dat Eerbeek op de Veluweroute lag, de Garmin die kant op geprogrammeerd. En zoef, Zutphen door, richting Eerbeek. Daar de originele route weer opgepikt, om in Loenen me te goed te doen aan een kom soep en een uitsmijter.



Ooit schreef ik een verhaal in mijn IJslandblog over klimmen. De titel was "als God wilde dat Friezen konden klimmen, had hij ons wel een berg gegeven". Nu op de Veluwe kwam ik er weer achter dat Nederland stiekem toch niet vlak is. Grrrr... Wat heb ik een hekel aan klimmen en vooral aan vals plat. Je denkt dat je band lek is, of dat je rem aanschuurt. Niets in de omgeving wijst erop dat je omhoog fietst - of in mijn geval; kruipt - . Ik heb de hoogtemeter opgezocht in de Garmin en volgens haar had ik al 56 meter (!) geklommen. "aaaah, zit dat zo...." en gerustgesteld kroop ik door. Nu zegt een al oude wet "what comes up, must come down" (welke popgroep??). En inderdaad ging het hard, richting benee. Ik kan alleen niet met de voorste bladen schakelen, maar heb op de Veluwe zowel het binnen als het buitenblad gemist.






Bij Barneveld merk je dat ons Holland drukker wordt. Minder mooie binnenwegen en meer mini-rotondes; wat een drukte. Vlak voor Zeist nog een keer klimmen om daarna in een mooie lange afdaling Bunnik in te glijden. Een nachtje Stay Okay in een kasteel: een diner met Carpachio vooraf en Tortellini met Spinazie als hoofdgerecht. 's Ochtends een prima ontbijt. Ik was € 40.- kwijt. Dit was helaas inclusief een optreden van 4 compleet dronken (en overgevende) knapen om half vier in de nacht bij mij op de 8 persoons slaapzaal. Maar ach, je kunt niet alles hebben.....