Geen Quest meer. Maar de liefde voor het fietsen is met hulp van "sjoemelsoftware" gebleven
Posts tonen met het label Extremadura. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Extremadura. Alle posts tonen
zaterdag 25 mei 2019
Malpartida de Plasencia
Google Malpartide de Placencia, Zilverroute, en ik denk dat je maar weinig hits krijgt. Het dorpje heeft niets met de tocht te maken, toch overnachten we hier maar liefst twee vette nachten. Het “waarom” is een paar zinnen waard. In November ben ik hier in Extremadura een paar dagen geweest. Toen heb ik heerlijk vanuit een schuilhut gieren gefotografeerd. Op Facebook kreeg ik een reactie van Michel Viskens. Hij vroeg of deze foto’s bij Trujillo genomen waren. Dat klopte… “hij moet de streek dan wel heel goed kennen”, dacht ik. Soms zag ik een foto van Michel voorbijkomen in de groep “vogelvrienden”, altijd mooi, altijd met liefde gemaakt. Een paar maand geleden was ik deze route aan het voorbereiden en pas toen schoot het door mijn hoofd: “wow, Michel kent de streek niet alleen goed, hij woont vlak aan de route!”
En zo zitten we hier. Vanavond op stap geweest met twee Extremadura-kenners én ambassadeurs; Michel en Jenny. Ze kennen het gebied, de vogels, de vlinders, en de reptielen als hun broekzak en -nog belangrijker- we voelen ons op ons gemak bij deze aardige zuiderburen. Morgen nog een dag. Heerlijk om de hele dag de telelens er op te hebben, en heerlijk om met zijn vieren de schoonheid van deze regio te mogen delen. Heerlijk om foto’s te maken zonder “shit, ik ben te laat” omdat je fiets eerst weer op de staander moet.
We mochten 75 kilometer fietsen om hier te komen. Gewoon over asfalt en daarmee wordt een kilometer toch bijna de helft korter. Het was weer een pracht etappe. Het landschap bracht niet veel nieuws. Lommerrijke boomweiden met wat vee en het geluid van koeiebellen en vogels. Zelf af en toe een plas water of een nog niet opgedroogd riviertje met mooie plekjes voor koffie tussen de staartmezen.
Na 50 kilometer bereiken we het “Parque National de Monfraque”. Zo ongeveer de natte droom van elke vogelaar. We zijn niet echt wezen kijken, behalve bij de grootste (letterlijk grootste) attracrie van het gebied. De Peña Falcon. Op deze grote rots broeden meer dan 100 paar gieren. Soms zitten ze er met zijn vierhonderden. Letterlijk vliegt er altijd wel eentje om je oren. Deze grote vogels blijven indrukwekkend. Hun grootte, hoe ze gebruik maken van de thermiek, hoe geluidloos ze door het luchtruim zweven. Het zijn er veel. Heel veel. Vandaag was het gelukkig niet zo warm. Maar als ik deze groep gister in de hete steppen van Trujillo was tegengekomen, had ik zonder te jokken opgeschreven “gelukkig bracht de schaduw van de vele vale gieren nog enige verkoeling..”
Na een drie kwartier en een glas zumo weer verder. De Taag over (ja, we zitten zo ongeveer ter hoogte van Lissabon) en klimmend het park uit. Het waait aardig vandaag. Dat zorgt voor koelte. En verder fietsen we weer heerlijk door het fraaie Spaanse land. Verdikkie, ik begin er zowaar echt van te houden…
vrijdag 24 mei 2019
Trujillo
Zeven uur eruit. Dat is een heel klein beetje extra vroeg. Maar vandaag zou het gebeuren he: Het steppelandschap van Caceres en Trujillo. Grote trap, Kleine trap, Witbuikzandhoen, Scharrelaar, Wouw (rood en zwart), Kiekendief, Zwartbuikzandhoen, Steenuil (na 6,8 km bij het huis met het oranjedak), Kuifkoekoek, Kleine Torenvalk… De ANWB vogelgids verbleekt haast bij dit aanbod.
Telelens op de camera en over de schouder en nog in Cacares vraag ik aan Lenie of ze wil kijken welke rem (links of rechts) het minst piept, want het zou toch rampzalig zijn als de familie Trap (hee, die ken ik ergens van) hem smeert voordat ik enig sluitertijd heb kunnen instellen.
Volgens de route zouden we de eerste 15km langs de snelweg fietsen. Off-road vinden we leuker, dus beginnen we de tocht met een extra lange aflevering van “de gevaarlijkste wegen van Europa”.
Mijn lieve Jacob, wat een kuilen in de weg. Zand, harde geulen van klei en stenen. Oh ja, en badkamertegels die de diepste kuilen opvullen. De vering van de fietst maakt overmeters. De zadelvering is geweldig. Voor de liefhebber; als een soort Gimbal laat hij ons over het pad glijden.
Ook hier meteen al, vogels die uit alle hoeken tevoorschijn schieten. We stoppen slechts een keer. De Wielewaal binnen 10 meter! Je weet wel, zo’n knal gele grote vogel (en toch weer anders dan Pino). Zo’n vogel die zich zo goed verstoppen kan. We genieten wel 10 minuten van zijn gezang, maar zien… ho maar.
Opeens hard in de remmen. Ik ontwijk geen steen, maar een stoffige schildpad. Blij dat ik het experiment “hoeveel kilo fiets en bestuurder kan een schildpad dragen” niet ben aangegaan maken we wat foto’s van het diertje en we hobbelen met zeven kilometer per uur verder.
Het landschap is afwisselend. Van de boomweides (minder compact en meer spontaan ontstaan, of zo) die opeens overgaan in ruime (echt ruime) steppes. Roofvogels – heel, echt heel veel kiekendieven – in de lucht, soms een scharrelaar op een telefoondraad en vast verschillende soorten leeuweriken. Maar tja, die ken ik toch niet allemaal uit elkaar.
Van het “wenschlijstje” niet al te veel gezien. Ik weet dat je voor de trap geoefende steppe-ogen moet hebben, en die heb ik niet. En het huis met het oranjedak heeft tralies voor het raam, dus weg uil…
Blijft staan de voor mij nieuwe kleine torenvalk. Die hebben we.
Teleurgesteld? Om de dooie dood niet. Wat een pacht tocht was het weer. Wel erg warm, dik over de dertig. Maar de weg was recht en dat maakt het dalen nog leuker. Het kon vandaag bijna zonder rem en boven de vijftig.
Trujillo is ook zo’n fraai onaangetast middeleeuws stadje. Het route boek beschrijft het treffend “het lag ook zo ver weg van de woelige wereld, dat er in al die eeuwen weinig veranderde. De conquistador Pizarro werd in 1475 in het stadje geboren. Hij bouwde later een van de paleizen aan het Plaza Mayor. Toch is het een gek idee. Als Pizarro nu op het plein zou staan, dan zou hij weten waar hij was en de meeste gebouwen direct herkennen.
Trujillo is minder gecultiveerd dan Cacares; er staan auto’s op het grote plein en er zijn minder toeristen. Nog lang niet alles is gerestaureerd en soms is het stadje een “rommeltje”. Een rommeltje waar het goed zwalken is. We lopen vanavond nog een kilometer of tien en gaan ons te buiten aan een “home-made” verantwoord waterijsje. Met dank aan Manuel uit El real de la Jara: we maken met Google Translate een foto van het Spaanse menu en per gerecht krijgen we de vertaling in het Nederlands. Hoe makkelijk wil je het hebben…
Telelens op de camera en over de schouder en nog in Cacares vraag ik aan Lenie of ze wil kijken welke rem (links of rechts) het minst piept, want het zou toch rampzalig zijn als de familie Trap (hee, die ken ik ergens van) hem smeert voordat ik enig sluitertijd heb kunnen instellen.
Volgens de route zouden we de eerste 15km langs de snelweg fietsen. Off-road vinden we leuker, dus beginnen we de tocht met een extra lange aflevering van “de gevaarlijkste wegen van Europa”.
Mijn lieve Jacob, wat een kuilen in de weg. Zand, harde geulen van klei en stenen. Oh ja, en badkamertegels die de diepste kuilen opvullen. De vering van de fietst maakt overmeters. De zadelvering is geweldig. Voor de liefhebber; als een soort Gimbal laat hij ons over het pad glijden.
Ook hier meteen al, vogels die uit alle hoeken tevoorschijn schieten. We stoppen slechts een keer. De Wielewaal binnen 10 meter! Je weet wel, zo’n knal gele grote vogel (en toch weer anders dan Pino). Zo’n vogel die zich zo goed verstoppen kan. We genieten wel 10 minuten van zijn gezang, maar zien… ho maar.
Opeens hard in de remmen. Ik ontwijk geen steen, maar een stoffige schildpad. Blij dat ik het experiment “hoeveel kilo fiets en bestuurder kan een schildpad dragen” niet ben aangegaan maken we wat foto’s van het diertje en we hobbelen met zeven kilometer per uur verder.
Het landschap is afwisselend. Van de boomweides (minder compact en meer spontaan ontstaan, of zo) die opeens overgaan in ruime (echt ruime) steppes. Roofvogels – heel, echt heel veel kiekendieven – in de lucht, soms een scharrelaar op een telefoondraad en vast verschillende soorten leeuweriken. Maar tja, die ken ik toch niet allemaal uit elkaar.
Van het “wenschlijstje” niet al te veel gezien. Ik weet dat je voor de trap geoefende steppe-ogen moet hebben, en die heb ik niet. En het huis met het oranjedak heeft tralies voor het raam, dus weg uil…
Blijft staan de voor mij nieuwe kleine torenvalk. Die hebben we.
Teleurgesteld? Om de dooie dood niet. Wat een pacht tocht was het weer. Wel erg warm, dik over de dertig. Maar de weg was recht en dat maakt het dalen nog leuker. Het kon vandaag bijna zonder rem en boven de vijftig.
Trujillo is ook zo’n fraai onaangetast middeleeuws stadje. Het route boek beschrijft het treffend “het lag ook zo ver weg van de woelige wereld, dat er in al die eeuwen weinig veranderde. De conquistador Pizarro werd in 1475 in het stadje geboren. Hij bouwde later een van de paleizen aan het Plaza Mayor. Toch is het een gek idee. Als Pizarro nu op het plein zou staan, dan zou hij weten waar hij was en de meeste gebouwen direct herkennen.
Trujillo is minder gecultiveerd dan Cacares; er staan auto’s op het grote plein en er zijn minder toeristen. Nog lang niet alles is gerestaureerd en soms is het stadje een “rommeltje”. Een rommeltje waar het goed zwalken is. We lopen vanavond nog een kilometer of tien en gaan ons te buiten aan een “home-made” verantwoord waterijsje. Met dank aan Manuel uit El real de la Jara: we maken met Google Translate een foto van het Spaanse menu en per gerecht krijgen we de vertaling in het Nederlands. Hoe makkelijk wil je het hebben…
woensdag 22 mei 2019
Cáceres
Vandaag 97 kilometer op het zadel doorgebracht. Ongeveer 80 mogen direct worden ingelijst. Een tien km kunnen de prullenbak in (langs de drukke doorgaande weg) en de rest was oké. Het fietspad de stad uit (Merida) en de stad in (Caceres).
Om negen uur (wat een ritme) de fiets op. Met een kleine omweg de stad uit. We wilden op zijn minst de Acuaducto de los Milagros nog zien (wat zoveel betekent als; het mirakel van het aquaduct). Gebouwd in de eerste eeuw, verbeterd in de derde. Dat is lang geleden. Het komt neer -zo is mijn inschatting- op zo’n zeshonderd generaties ooievaars die er hun jongen op hebben grootgebracht. Het desolate van de streek heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen dat er zoveel is blijven staan. De bouwwerken -de stijl- doen me niet zoveel. Wel roepen al die eeuwen aquaduct veel beelden bij me op.
De stad uit over een heus fietspad. Vervolgens langs een stuwmeer met een bijna duinachtig landschap. Het golft mooi op en neer in de ecostand. Het is rustig. Reigers vliegen over en stieren van de Sherry staan in de wei (Niks roods aan toch? Hup snel een foto)
Van kilometer 12 tot 34 volgen we de N630. Sinds een paar jaar het breedste “fietspad” van Europa. Daarvoor de drukke, trage hoofdroute van zuid (Sevilla) naar Noord (Gyon). Met de komst van de AP 66 -een snelle vierbaansweg- is de intensiteit van 4500 voertuigen per dag afgenomen naar 200. Vandaag is het het merendeel (groetende) fietsers.
In het fietsboekje dat we volgen wordt de weg als saai beschreven. Ik kan het tweeentwintig kilometer lang maar niet met de schrijver Paul Benjaminse eens worden. Groepjes koereigers koersen boven ons alsof de wereld van hun alleen is.. De zwarte en rode wouw scheren geregeld laag boven onze hoofden. In de Dehesa’s (ooh… daar zijn ze weer) scharrelt het vee. Ik verlang weer naar ‘hangmat’ en hier opeens ook naar “vogelhut”.
Bij Alcuescar twee glazen vers geperst sap en de N630 af. De eerste kilometers heb ik spijt van deze beslissing, daarna draaien we een weg in die uitgeroepen kan worden tot “mooiste weg van de wereld”. Dehesa’s en olijfboomgaarden wisselen zich af. Groene, paarse, witte en knalgele bloemen kleuren de grond tussen oude bomen. In de boomweides vliegt er altijd wel een kuifleeuwerik met je mee, spelen de blauwe eksters hun spel en loeren de roofvogels op hun prooi (van de kleine roodkopklauwier tot de grote rode wouw). Elk gebouw is bezet door ooievaars en als dan ook nog een groep koereigers met wat schapen meelift….
Haast verbaasd van zoveel moois per strekkende meter drinken we een bak koffie en eten we een snee brood in de berm. Op enkele mieren na is dit de pracht plek van deze reis tot nu toe. Een beetje onrustig blijf ik wel: al die vogels…
Via een omweg bereiken we Cacares. Met dank aan de firma Bosch komen we boven (14%? over kinderkopjes) en bereiken we de Plaza Mayor. Je slaat de hoek om en schrikt van de schoonheid van het plein.
Een Unesco stadje. Midden in het centrum hebben we een mooi appartement. Het “menú del día” op het plein smaakt heerlijk. Daarna nog even het stadje door. We blijven hier een dag extra. Ik heb er alweer zin in.
maandag 20 mei 2019
Merida
Op het terras heeft Spaans -als je niet luistert- veel overeenkomsten met het getjilp van mussen. Alles gaat door elkaar, niemand praat zachtjes, je snapt er geen barst van, maar ongezellig klinkt het niet….
Vanavond zijn we in Merida, de sfeervolle oude hoofdstad van Extremadura. Nog voor de jaartelling bouwden de Romeinen hier hun vesting aan de rivier de Guidiana. Een van de eerste bouwwerken was de brug; 792 meter lang, 60 bogen en 12 meter hoog. Over deze brug fiets je de stad in. Slechts 7 bogen zijn geen 2040 jaar oud. Deze zijn in de 15e eeuw vervangen. Voorwaar, dat zijn cijfers waar Amsterdam vast jaloers op is.
Weer rolden er vandaag 70 stoffige kilometers onder de banden door. Makkelijke kilometers. Direct na Zafra een afdaling van 14%. (Echt wel, die remmen zijn prima…). Daarna is het de hele route “vals plat in ons voordeel”. We dalen in zestig kilometer 400 meter. Mooi kilometers zijn het zeker, niet zo lieflijk als de boomweiden. Hier wordt wijn verbouwd en staan de olijvenbomen oud en wijs en vast vol verhalen in het land. De bermen puilen uit van kleur, de eerste gieren cirkelen hoog in de lucht, en de vele vlinders zijn me voor de lens steeds weer te snel af.
Onderweg een spontaan dagmenu op het terras van Villafranca de los Barros. Dit voelt als vakantie. We wisselen wat gebaren uit met het vroegere voetbalteam van het dorp. Ze willen wel op de foto: internationale pret.
In de buurt van Merida, tussen rommelige schuurtjes en wat vee, barst de vogelwereld los. Koereigers tussen de geiten, zes hoppen vliegen me haast van de fiets, twee ibissen scheren geruisloos over en ook de bijeneter is weer van de partij (hoe diep kan al dat moois toch in je kruipen).
Direct na de oude brug zoeken we het adres van onze overnachtingsplek. Deze ligt slechts 100 meter verderop. Pal achter het plein met haar terrassen en we hebben gewoon uitzicht op de oude brug. Nadat het stof is afgespoeld slenteren we de stad door (heerlijk ijs, Lenie, dank je wel!) Het oude Rome is nu het verdienmodel: voor de meeste opgravingen mag je fors betalen.
De kerk om de hoek is open. Een kinderkoor repeteert. We laten de koster onze stempelpassen zien. Hij mormelt en loopt weg. Na vijf minuten vindt hij het inktkussen in een zijkamer van de kerk. De lieve Heer hangt er aan het kruis, maar de vriendelijke koster heeft er tenminste een ladder bijgezet.
Abonneren op:
Posts (Atom)




























