Posts tonen met het label afsluitdijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label afsluitdijk. Alle posts tonen

zondag 14 september 2014

Een bescheiden rondje

Edwin, Casper, Marc, Arjen, Pieter Jan, Hendrie, Paul, Peter en Jelle. Ik ken ze nauwelijks tot niet. Zo’n twee weken geleden zijn ze vanuit heel ver weg het IJsselmeer rond gefietst. Een afstand voor de meesten van tegen de 400 kilometer. Wat een prestatie. Met de trein is het al een fiks end. Mijn heerlijke tochtjes rond het Sneekermeer zijn daarmee vergeleken “eitjes rond de kerk”.

Het IJsselmeer fiets ik in de regel zo’n twee keer per jaar. Maar dit jaar is het er nog niet van gekomen. De verhalen van de rijders en hun filmpjes zijn de aanleiding dat ik gisterochtend mooi om kwart over zes uur naast mijn bed stond. Het meest vermoeiende deel van de tocht had ik de middag ervoor al volbracht; banden fiks op druk en de Schwalbe Marathon achter verwend met een nieuwe binnenband (die liep iets leeg).

Ik ben alleen zo stom geweest om de oplader van mijn camera ergens te laten liggen. Neem als alternatief mijn oude Lumix (uit 2008) mee en de GoPro.

De oude Lumix batterij is nog goed voor een paar foto’s. Het voelt bijna als analoog fotograferen. Toen had ik voor drie weken vakantie ook drie filmpjes (van 36 foto’s mee). Mocht je ongeveer vijf foto’s per dag maken.




Het weer is fraai. Niet te warm, niet teveel zon en een windkracht vier. Met het grote vizier op heel goed te doen. De zon komt mooi op en er ligt wat nevel over de velden.

De eerste 25 kilometers Friesland uit gaan super langzaam. Zit meer de klooien met de GoPro in combinatie met de iPhone, dan dat ik mijn benen het werk laat doen. De samenwerking tussen de twee is prima, maar het vreet wel energie. Ik besluit om gewoon de camera in de hand te houden en zonder WiFi zelf de knopjes in te drukken. Knip ik de slechte stukken er later wel uit.

De afsluitdijk gaat lekker. Fiets hem met een gemiddelde van zo’n 37 per uur en ik vind dat prima. Ook omdat het nog maar het begin is van de reis. Wil me in elk geval niet forceren.
Zoals altijd is een van de twee draaibruggen op de afsluitdijk aan onderhoud toe.
Daar gaat het zojuist opgebouwde gemiddelde. Op de Noorderdijkweg wordt het er niet beter op. Er is net nieuw grind als slijtlaag gestrooid. Ik glibber met vijfentwintig kilometer per uur over de losse steentjes.


Het Dijkgatbos op 65 kilometer is een mooie plek voor een eerste stop. Het blijkt een plek te zijn met historie: Het bos is ontstaan na een dijkdoorbraak in 1945. Bij een wraakactie van de Duitsers, die de oorlog aan het verliezen waren, werden op 17 april 1945 twee gaten in de toen 16 jaar oude dijk van de Wieringermeer geblazen. Het op twee plaatsen instromende water veroorzaakte twee kolkgaten, de huidige twee wielen van 20 en 26 meter diep. In twee dagen stroomde de polder vol. Na de oorlog kreeg het herstel van de polder een hoge prioriteit. Op 9 augustus 1945 werd met het malen gestart. Gemaal Lely en gemaal Leemans werden bijgestaan door zes noodpompen, waardoor de polder op 11 december 1945 weer droogviel. De materiële schade was enorm. Het grootste deel van de boerderijen en gebouwen moest later worden herbouwd. Het bos werd aangeplant op het zand dat na de dijkdoorbraak was blijven liggen. En daar….. daar eet ik nu een krentenbol…

Tot Medemblik is de route saai. Een rechte weg met rechte verkavelde weilanden. Het Lelygemaal bij Medemblik vind ik een van de fraaiste gebouwen op de route. Daarna slingert de route tot Enkhuizen mooi over het dijkje van de voormalige Zuiderzee. Het is nog vrij druk op het water. Schuimkopjes op de golven verraden dat er aardig wind staat.

Bij de vuurtoren “De Ven” (gebouwd in 1700 !) stop ik even. Gewoon omdat het zo’n bijzondere plek is. Waarom men gekozen heeft voor een raar, lelijk en groot hek rondom de vierkanten toren is me een raadsel. Ik strek mijn benen even bij het bankje en dan, hup, de fiets weer in richting Enkhuizen.


Na iets meer dan 3 uur (half twaalf) wordt Enkhuizen geschampt. De binnenstad is fraai, maar ik kies ervoor om door te rijden. Mijn lunch neem ik – geheel en al volgens de traditie – bij Checkpoint Charlie aan de Markerwaarddijk. Ik neem ruim de tijd voor twee glazen melk, twee koffie en een broodje kroket en om een uur of een zet ik koers voor de tweede helft van de rit.

De dijk fietst lekker door. Ik heb de wind schuin van achter en zolang ik tegen de 40 koers word ik begeleid door zwermen spreeuwtjes (tenminste… ik denk dat het spreeuwen zijn). Na de dijk – in Lelystad – moet ik opletten dat ik niet verkeerd koers. Lelystad blijft de stad waar ik het vaakst ben verdwaald en waar ik het makkelijkst verdwaal. Deze keer gaat het goed. Met weinig moeite weet ik de IJsselmeerdijk te vinden  (vanaf hier wind tegen) en fiets ik onder de slagbomen door langs de IJsselmeercentrale.
Ik heb twee keer bijna een aanrijding met een schaap (goh, wat reageren die beesten suf vertraagd) en geniet van de vele vogels aan de kant van de dijk. De aalscholvers maken indruk. Een zo’n vogel heeft ongeveer een kilo vis per dag nodig. Ik heb eens gezien hoe een kolonie de Langweerderwielen in een keer vrijwel leeg vrat. Sindsdien heb ik ontzag voor de (ietwat enge) beesten.

Het fietspad naar Urk is niet echt bedoelt voor velomobielen. Het is voorzichtig manoeuvreren om de fiets ongeschonden tussen de hekjes door te krijgen. Even verderop heb ik geluk dat twee wandelaars een schapenhek voor me open houden. Ik kan blijven zitten. 




Het is traag schudden over de klinkers van Urk en het duurt even voordat ik het fietspad langs het meer weer gevonden heb. De weg is weer tekentafel recht maar tempo is hier niet te rijden. Grote drainageslangen liggen over de dijk. Ze zijn voorzien van “op en afritten". Het is kundig mikken met een snelheid van hooguit 15 kilometer per uur.


Ik zit nog steeds op een tijdschema dat me net voor vijf uur weer in Sneek brengt. Alleen wordt ik na Urk gehinderd door kramp (dat hoort nu eenmaal bij me). Genoeg gedronken; genoeg rust genomen; zelfs magnesium geslikt en toch… pats…. daar is het. Dit keer op een plekje waar ik ooit een zweepslag had; maakt me wat extra voorzichtig. Met rek en strekoefeningen krijg ik de kramp er goed uit. In Lemmer maar een extra pauze bij de Mac (hun Cappuccino is wel lekker). De laatste kilometers gaan niet al te snel meer. Na een dikke 210 kilometer ben ik met een gemiddelde van iets boven de 30 km/u weer thuis. Niets vergeleken met “de helden” uit het begin van dit verhaal of met velonauten die Zoetermeer – Parijs – Zoetermeer in een keer fietsen. Maar dit in acht nemend, ik heb genoten van de mooie dag en ben niet ontevreden over hoe mijn lijf zich –zonder veel kilometers dit jaar - gehouden heeft.

zondag 16 september 2012

Het IJsselmeer rond

Het moest er maar weer eens van komen: een fikse tocht vol kilometers. De meeste afstanden in de Quest zijn tegenwoordig woon- werk verkeer. Heen en weer Leeuwarden. Ik maak op die manier wel de kilometers; een randonneur wordt je er niet van. Gister tijdens het weerbericht kwam het idee bovendrijven voor een rondje IJsselmeer. Vanmorgen net voor zeven uur er uit en om kwart voor acht de fiets in. Een stevig ontbijt en voor de zekerheid twee extra buitenbanden in de fiets. Vorig jaar heb ik de tocht twee keer gefietst; de eerste keer zeven keer lek; de tweede keer twee keer. Veel vertrouwen in deze tocht zonder pech heb ik niet.

Voor de afwisseling fiets ik nu de andere kant om. Dit keer eerst de afsluitdijk (dan heb je die in elk geval maar gehad). Het weer was net wat anders dan voorspeld. Wat meer mooie zon (prachtig) en wat meer wind tegen (minder prachtig). De eerste kilometers tot de afsluitdijk gaan niet al te snel. Bolsward met haar vele klinkers; het slecht wegdek tussen Witmarsum en Zurich. Ik ben blij met een gemiddelde van boven de 30.




Ondanks de redelijk felle wind tegen loopt de afsluitdijk vrij voortvarend. Een kruissnelheid van 36. Verder zijn deze bijna 30 kilometers vooral plichtmatige kilometers. Echt mooi is de dijk niet; veel sturen is ook al niet nodig. Blik letterlijk op oneindig (of beter: op de einder) en het verstand op nul. De enige afwisseling is het inhalen van een groepje hardfietsers (Frisia uit Leeuwarden). Op de claxon wordt niet gereageerd, dan maar de stem erbij “Heren… of harder fietsen, of aan de kant… dit is niets, natuurlijk…” Met vriendelijk gemor mag ik er langs.

Na de afsluitdijk langs het Robbenoordsbos en het Dijkgatsbos. De grote afwisseling en de heerlijke schone stilte na het lawaai van de afsluitdijk.


In Medenblik is het feest. Ik weet niet waarom en weet ook niet of het er iets mee te maken heeft, maar in het luchtruim een bijzonder vliegtuig onder begeleiding van twee kleintjes. Thuis hoef ik alleen maar het “kenteken” van het vliegtuig in te typen en ik weet dat het hier om een Antonov 2t (1948) gaat. Ooit in de trotse Sovjet Unie ontwikkeld, met name voor de landbouw (traag; makkelijk en vrijwel overal landbaar; geen ingewikkelde tankprocedures; daar is dus echt over na gedacht). Dit exemplaar heeft de thuishaven in Oost Duitsland. Waar ze naar toe gaan? Geen idee. Imposant is het schouwspel wel.

Na Medemblik het fraaiste fietsstukje van vandaag. Een smal fietspad slingert boven op de dijk met altijd mooie vergezichten over het water. Snel is het allemaal niet, het geniet er des te meer.



Na Enkhuizen in een mooi tempo van rond de 40 naar Lelystad. Om half twaalf een ruime lunch bij Check Point Charly (ja zo heet het daar); halverwege de dijk naar Lelystad. Je zit hier precies op de helft van de tocht. Vorig jaar zat ik hier twee keer. Ik word zowaar door het personeel herkend (aan mijn fiets, zucht, dat wel). De pauze is zeer welkom.


Met Lelystad heb ik meestal ruzie. Of ik verdwaal er of ik verknal er mijn banden (vorig jaar 7 keer lek na een stuk “gravel” bij Lelystad). Nu rijd ik er lek. Net na de dijk. Ik hoor de band sissen. Nog even hoop ik dat het geluid uit een schip vlak bij me komt, maar als ik een paar minuten later de fiets op de zijkant zet weet ik zeker dat het niet een schip was. Het gat in de binnenband is groot en het canvas van de Big Apple vertoont diverse slijtplekken.
Voor de tweede keer ben ik super blij met de 26" Schwalbe Marathon. De eerst keer toen ik hem vond in Compiegne (bij Parijs). Nu knijp ik in mijn handen dat ik het rubber vanmorgen in mijn fiets gestopt heb.

Vreemd genoeg zit de Risse schokdemper los. De vleugelmoer is weg. Ik speur de klinkers af maar vind niets. Als ik de band vervang zie ik – gelukkig – de moer in de beschermkap van de derailleur. Ik ben al lang blij dat ik hem weer heb en vraag me af of ik zonder die moer nog wel had kunnen fietsen.

De Marathons voor pomp ik op tot 7 Bar. Weet eigenlijk niet met hoeveel “wind” de achterband het lekkerste rolt. De Big Apple had ik op 4,5 Bar. Deze zet ik op iets meer dan vijf. Ik weet het niet. Trager dan de Big Apple is hij wel. Ik merk dat mijn kruissnelheid een 2 tot 3 kilometer langzamer ligt.

Na Urk is er de keus voor de dijk tegen het water aan of de weg achter de dijk. Kijkend naar de wind zou de laatste optie de beste zijn. Ondanks het feit dat ik de kilometers in mijn kuiten merk, kies ik voor “mooi” en niet voor “comfortabel”. Vanaf Kornwerderzand heb ik eigenlijk de hele route (okay… bij Enkhuizen even niet) het meer voortdurend aan mijn linkerhand gehad en dat wil ik tot Lemmer zo houden. Het grootste nadel van deze route zijn de buizen die over het fietspad lopen. Elke keer terug naar 15km per uur om zonder problemen deze obstakels te nemen.

In Lemmer drink ik nog wat en vanaf hier is het gewoon naar huis. In Folsgare staat de brug open; in Sneek – natuurlijk – ook.


Iets voor half vijf ben ik thuis. Mijn gemiddelde staat op 34,2 km/u. Ben ik wel tevreden mee. Of het lekker was? Nah… kweet niet. In mijn voet en in mijn kuiten heb ik de laatste dertig kilometer een paar keer kramp gehad. Helaas hoort dat bij me, maar lekker is het niet. Een randonneur?? Nee joh, dat word ik nooit. Maar die ambitie was er toch al niet.


donderdag 29 december 2011

16,42 Oliebollen


Vandaag weer terug naar Sneek. Half negen er uit en kijkend op de buienradar kreeg ik opeens haast om mijn ontbijt op te eten (zonde, stom, maar goed.. zo werkt het). Tot een uur of elf zou het droog blijven met wellicht een klein streepje zon! Daarna regen, hagel en een klap onweer.   
Uiteindelijk liep het toch nog tegen tienen voordat ik in de fiets zat. Het was een westelijke waaibomen dag, waardoor ik de wind meestal in de zij (tjee wat trekt de fiets) of schuin van achteren had (wauw… dit gaat hard).  Bij Schermerhorn, omdat ze zo mooi zijn nog een paar foto’s van de molens en daarna inderdaad: regen.




Vizier er af; Buff over mijn wangen (wat een perfecte uitvinding, zo’n superlicht wind en waterdicht “sjaaltje”) en het dekzeil er op; het fietst behaaglijk door. 

Ik fiets expres een klein stukje om; door Obdam. In mei heb ik er vanuit mijn werk een heel mooi en geslaagd project mogen bezoeken. Medemensen met een (fikse) lichamelijke en geestelijke beperking voeren er taken uit voor de gemeenschap; het sportveld wordt gemaaid; de zaal schoongehouden; het station opgeruimd; glas ingezameld e.d. Machtig om mee te mogen ervaren. Volgens mij had iedereen vakantie: Geen “bekenden” tegengekomen.

Bij Wieringen regent het echt hard. Een benzinepomp met koffie biedt uitkomst. Even 20 minuten schuilen en hop; daar gaan we weer. Vanaf hier zijn het (flink veel) buien en inderdaad, wat hagel voel ik er ook tussen. De afsluitdijk is vandaag een “eitje”. De wind had nog net iets gunstiger gekund: de dijk waar ik naast rijd, vangt de meeste wind voor me weg  (goh, wat ben ik een enorme zeikerd). Maar ach, dik 40 per uur… wie dut mie wat… 

(trouwens, Tom, Peter, en Marcel... al die dooie meeuwen op het fietspad... uh....komt dat ook door uh... zo'n racekap??)

Thuis blijkt dat ik vandaag tijdens de tocht een 2300 kcal heb verstookt. Een oliebol bevat zo’n 140 kcal. Ik kan er dit weekend dus gerust 16,42 van op…….




dinsdag 27 december 2011

Één Oliebol


Heemskerk

Vanmorgen om dik tien uur het gezin uitgezwaaid. Zij via de Primark (Hoofddorp) naar de StayOkay in Heemskerk; ik met de fiets er achter aan. Nog even snel wat spullen pakken en hup; de fiets in. Helaas is het een grijze dag. Geen zon te zien en vanaf twee uur 's middags al het gevoel dat de zon aan het ondergaan is. Toch fietst het niet onaardig: Er staat wel wind (kracht 4 tegen, zo schat ik in) het is niet koud en het is in elk geval droog. Zo droog dat ik het niet laten kan om even met de fiets door twee plassen te scheuren (wordt de onderkant weer schoon). Ik denk nog even " ai, f-lites, gingen die niet sneller lek bij nat weer?", maar ban de gedachte direct uit mijn hoofd. Zo vlak na kerst lijkt het me geen goed idee om de goden te verzoeken.
Na ruim 15 kilometer is het zover: de Quest maakt de vertrouwde slingerbeweging. Zucht; lek. Links voor. De tweede lekke F-lite in 1500 km. En op exact (maar dan ook exact) dezelfde plek als eerder dit jaar. Het schrikbeeld van die tocht - een rondje IJsselmeer - gaat toch wel even in mijn lijf zitten. Zeven keer lek in 200 kilometer. "Nee, he, het zal toch niet". Voor de zekerheid er ook maar een nieuwe buitenband om. Je weet maar nooit, en ik wil voor donker in de Stay Okay zijn.



De afsluitdijk over gaat prima. Wind pal tegen en dan merk je hem minder. Niet echt hard (34 a 35 per uur) maar inclusief extra bagage en weinig fietsritme vind ik het wel prima zo. De dijk - normaal al grijs - blijft kleurloos met dit weer. Er zijn extra miljoenen beschikbaar gesteld voor een flinke opknapbeurt. Ik hoop dat ze het goed aanpakken. De dijk heeft wel "iets". Als men het asfalt één kleur zou geven (zwart?); de vangrails strak zou maken en het gras altijd kort, dan rijd je door een grafisch landschap. Berlage had dat begrepen toen hij zijn monument ontwierp; de uitbater van de kiosk erbinnen snapt er minder van: In veel te sierlijke neonletters worden we schreeuwend voor de koffie uitgenodigd.




Misschien moet men voordat men hier aan de slag gaat eerst Jeroen Henneman vragen om een ets te maken van de afsluitdijk. Hij weet dit landschap terug te brengen tot grafisch elementaire vormen en spannende strakke lijnen. Zijn ets kan daarna gebruikt worden om de afsluitdijk opnieuw in te richten. Het bord met "hier 130"  past daar niet in; veel te frivool.

Direct na de afsluitdijk is Wieringen een kadootje. Geen strakke polder, maar een geaccidenteerd landschap, met mooie slingerende kleine en rustige wegen. Tot 1924 was Wieringen een eiland; vanaf 1 januari 2012 is het geen eigen gemeente meer. Wieringen zal opgaan in Hollands Kroon. Ik denk dat daarmee ook de droom van enkelen om van het eiland een schiereiland te maken voorgoed in de grootschalige klei van de nieuwe gemeente begraven wordt.



De polder door is saai; ik rijd nog verkeerd bij de jachthaven van Westerland en vervolgens verbaas ik me over de lelijkheid van de boerderijen en opslagloodsen hier. Verder heeft het landschap de leegte van de functionele tekentafel en mis ik de warmte van de  historie. Na Winkel (het dorpje wordt slechts geschampt) verandert dit; de weg waarover de wielen rollen heet "de langereis". Een naam die de fantasie in beweging zet en daarmee een andere focus geeft aan de route. Nu wordt het landschap hier ook mooier. De Beemster: prachtige oude molens waarvan een enkeling de wieken in beweging heeft gezet; dezelfde beweging die de ontwikkeling hier in gang zette. Feitelijk is het hier ook gewoon een polder; een leeggepompt meer, net als het Wieringermeer. Het verschil is wellicht dat in de Beemster de hand van de vakman zichtbaar is. In de Wieringermeerpolder is de ambachtelijke vakman vervangen door de knappe architect.




Bij Akersloot mag ik de pont over (leuk!). Als ik aan kom rijden vaart de pontbaas net weg. Hij zal een meter of 5 van de oever vandaan zijn; aan de overkant wachten enkele auto's. Ik zet de fiets op de handrem en ga op zoek naar mijn vast lauwe koffie. Opeens hoor ik hoe de pont zijn laadklep naar beneden laat zakken. De beste man is teruggevaren om mij op te halen! Wauw… hoe aardig. Ik steek mijn duim op en roep "superrrr". Hij grijnst van oor tot oor. De laatste kilometers door Akersloot en dan Uitgeest. Volgens mij begint hier de randstad. Ik verdwaal heerlijk in een jaren zeventig nieuwbouwwijk (jee, wat een drempels) en als mijn Garmin zegt dat ik er ben, zie ik alleen vier grote (grijze - natuurlijk -) flats om me heen. Ik vraag een bewoner en hij wijst me de weg. Het kasteel "Slot Assenburg" ligt aan de andere kant van de flats; geen wonder dat ik ze nog niet gezien heb. Om 16:00 uur rijd ik in mijn ros de oprij laan op. Hier overnachten is geen straf en dan morgen de "oliebollentocht". Toch raar. Volgens mij kiest een groepsdier voor een bukfiets zodat hij in groepjes uit de wind kan rijden op de zondagochtend. Een solist zal eerder voor een Quest kiezen, zo lijkt me. Toch komen er morgen een 150 ligfietsen bijeen. Uit alle hoeken van het land  voor een tocht van 50 kilometer. Het Snelheidsjaargemiddelde zal bij alle deelnemers flink dalen; 20 km per uur lijkt me morgen snoeihard. Om die 50 kilometer te fietsen, overbrug ik twee keer 150 kilometer. Wat fietsen betreft ben ik een enorme solist. Toch - en waarom weet ik nog niet precies – heeft deze oliebol er nog zin in ook.

zaterdag 1 oktober 2011

In de herkansing

Een maand geleden ben ik het IJsselmeer rond gefietst. Toen 217 kilometer onder redelijk erbarmelijke omstandigheden. Ongeveer 80 kilometer harde regen; windkracht vijf continue, hopeloos verdwaald in Lelystad en 5 keer lek. Toch vond ik het een heerlijke tocht.

Omdat het vandaag mooi weer zou zijn en omdat ik toch wel wilde zien waar ik allemaal langsgefietst was, vanmorgen voor het krieken van de dag opgestaan. Net voor achten reed ik de straat uit. Ik heb geleerd van de vorige tocht in de mist. Twee brillen mee; een gewone bril en een zonnebril. De mist leverde - naast een compleet beslagen vizier – wederom prachtige beelden op.


Het ging lekker. Het beperkte zicht zorgde er wel voor dat ik niet op topsnelheid reed, maar binnen het uur was ik Friesland uit. Mooi langs het IJsselmeer naar Urk. Daar brak ook de zon door. Zelden heb ik het water zo stil zien liggen. Heel anders dan in de mist, maar ook nu fiets ik langs grote schoonheid.



Peter de Rondt had me uitgelegd dat je heel goed langs het meer naar Lelystad kan fietsen (“nee hoor, je hoeft echt geen schapenhekjes door) en dat je dan heel mooi bij de dijk naar Enkhuizen uitkomt. “Verdwalen? Ah, joh. Dat kan echt niet”. En inderdaad het lukt. Via de dijk het fietspad volgen. Een paar keer bukken onder de slagboom door en hup, voor je het weet heb je Lelystad (gelukkig) achter je liggen. Dan via de snelle, maar niet zo bijzondere dijk naar Enkhuizen. Ik had Arjen Haayman via Twitter gevraagd of je goed over de dijk van Enkhuizen naar Medemblik kon fietsen. Hij was direct enthousiast.
We hebben vanaf Enkhuizen de Zuiderzeeroute gevolgd en het stuk tot aan Medemblik was letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt.”

Mooi, geen anti-Quest obstakels op de dijk! De vorige keer genoot ik om onder de dijk te fietsen; fraaie boerenhoeves, mooie oude kerkjes en verstilde dorpjes. Nu op de dijk het IJsselmeer, de weide en weidevogels, de boten op het water en de dorpjes wat verder weg. Wel veel elektrisch verkeer; geregeld terug naar 25 km/uur en dan vriendelijk vragen of je er langs mag.


Arjen had gemeld dat Thomas van de Westen vandaag ook het IJsselmeer zou gaan ronden. En verdraaid. In Medemblik bots ik zowaar tegen twee Quest rijders op. Ik zeg “een van jullie moet Thomas zijn”; verbaasde gezichten. Niet dus.


Het zijn Kees van de Wetering (Quest 323), die vandaag ook het IJsselmeer als tocht heeft uitgekozen en Jur Vogel; die in de Carbon Quest van Pa (Niels Vogel) Noord Holland onveilig maakt. Jur en Kees hebben elkaar een paar kilometer geleden ontmoet en nu staan er op eens 3 Questen het trottoir van Medemblik te blokkeren. Kees is via Friesland gefietst en gaat nog via Amsterdam. Dat wordt een dikke 100 kilometer meer dan ik moet (mag of wil). Petje af (en fietshelm weer op; hop daar gaan we weer).


De rest van de tocht is vooral warm. De afsluitdijk is net als de dijk naar Enkhuizen ook geen landschappelijk hoogtepunt (behalve dan het monument van Berlage). Aan het eind van de dijk nog even wat water gepakt en gekletst met een sportieve heer op Skeelers (wat een rot sport…brrr… je kunt niet eens goed remmen). Hij had ooit overwogen een Quest te kopen. Maar een wachttijd van drie jaar vond hij te bizar. Ik vertel dat die wachttijden over zijn en er verschijnt een twinkeling in zijn ogen. “Maar ja, dan ben ik helemaal nooit meer thuis”. Ben benieuwd wat er van terecht komt.

Na de dijk is de lol er voor me af. De weg is fraai, langs Witmarsum naar Bolsward, Nijland en Sneek. Maar mijn benen hebben in de ‘hitte’ niet veel zin meer. Met een 30 / 32 per uur worden de laatste kilometers afgelegd.


De douche hebben we inmiddels gehad; mijn partner loopt vanavond vijfentwintig kilometer (das pas ver) en ik heb zeer gezellig met mijn dochter gegeten in een prima Italiaanse restaurant. Straks maar even naar mijn Pa; Vitesse – Heerenveen, toch geen gek leven zo.


zondag 28 augustus 2011

Steeds sneller…. (met bandenplakken)

Na de rit langs de elf steden de smaak een beetje te pakken gekregen. Lekker; de hele dag fietsen en flink kilometers maken. Woensdag al had ik gekeken in Mapsource hoeveel kilometer het IJsselmeer rond is. Bijna 300 via Amsterdam, maar 217 via de dijk Lelystad – Enkhuizen. “Eerst maar de ‘korte’ route; dan volgend jaar in het voorjaar een keer via Amsterdam”, dacht ik.

Het zou vandaag meevallen met het weer; wel verspreidt een bui, maar minder heftig of veel dan gister. Om zes uur mijn nest uit. Lenie vroeg “heb je er zin in”. “Nee, absoluut niet, maar straks wel, weet ik”.

Het restje pasta (vast bijgeloof) warmgemaakt en opgegeten; koffie gezet, brood gesmeerd en om iets voor zeven zit ik in de fiets. Het was droog, flink bewolkt, maar droog. Tussen de stapelwolken door ontsnapt af en toe wat zonlicht en dan is de zondagochtend op zijn mooist. Geen auto’s, geen mensen, wat vogels en verder stil. Ik heb de wind tegen (kracht 5 de hele dag). Met het vizier merk je dat niet meer. Zonder vizier vertaal je de decibels in je oren naar kracht beaufort. Nu is het stil in de fiets. Met 32, 33 kilometer per uur (ik moet nog een eind) naar Lemmer. Voor achten rijd ik Friesland uit. Bij de sluis na Lemmer. Je kunt rechtdoor en je kunt rechts af langs de dijk. De wind blaast Zuid Oost. Met mazzel zou ik aan de IJsselmeerkant vrij beschut rijden. Met pech krijg ik er de volle mep. Het fietspad Lemmer – Urk (26 kilometer) is mooi; vlak langs het water, met altijd een pracht spel van licht. Behoedzaam manoeuvreer ik het schapenhekje door en zet aan. Na een kilometer of twee de eerst bocht en inderdaad: de volle mep. Het waait hard en af en toe word ik nat van IJsselmeerwater. De lucht betrekt en de regen komt met bakken uit de hemel. Niets spel van licht; geen enkele beschutting en het tempo zakt tot net onder de dertig. Ik “trek het zeiltje” aan en besluit om de andere kant van de dijk op te gaan zoeken.



Na een kilometer of tien is dat in principe mogelijk. Ik rijd omhoog de dijk op en ja hoor. Een schapehek; dicht. Met zoveel water uit de lucht geen zin om de fiets uit te gaan. Ik rijd verder; weer terug aan de kant van het IJsselmeer. Een kilometer of zeven verder (nog steeds regen) de volgende “kans”. Weer de dijk op en het lijkt dat ik geluk heb. Ik tuur de weg naar beneden af maar zie zo een twee drie geen hek. Hopla; met wat flinstonen weet ik de bocht te nemen en tussen de natte schapen door fiets ik de dijk af.
Na 300 meter is het raak. Toch een hek, dicht. Grrrr. Ik stap uit in de regen en inspecteer het hek. “Ah, een anti-Quest hek”. Het is een zwaar metalen hek wat scheef is opgehangen zodat de zwaartekracht er voor zorg dat het hek dicht valt. Het enige wat ik mee heb om het hek open te houden is het koord van mijn fototoestel. Ik bind het hek met het koord vast (Jippie, het werkt) en rol de Quest door de doorgang. Vervolgens vergeet ik de fiets op de rem te zetten en – als een triatleet - een klein zondagochtend drafje is mijn deel.
Het fiets rustiger; mijn tempo gaat weer hup om hoog en zie niet veel meer door de vele regen op mijn bril en op het vizier.



Ik verstoor de zondagsrust in Urk (stom he, ik moest even een keer baldadig -lekker lang - toeteren) en om goed kwart over negen fiets ik de Ketelbrug over. Het blijft regenen waardoor ik besluit om geen fietspad langs de dijk meer te nemen. “Ik wil geen schapenhek meer zien, vandaag”, fluit ik tussen mijn tanden door en verlaat de dijk om deze vlak voor de Flevocentrale weer terug te vinden.

Een paar jaar geleden fietste ik in mijn Alleweder van Harderwijk naar Enkhuizen. Ik had de hele ochtend; maar verdwaalde hopeloos in Lelystad. Een uur reed ik dolend door het gedrocht van woonwijken, gescheiden rijstroken en onduidelijke bewegwijzering. Toen ik vandaag aan het voorbereiden was dacht ik “dat overkomt me niet nog eens. Deze keer fiets ik simpel en direct naar de dijk naar Enkhuizen.
Door mijn slechte zicht, en door de scheurende auto’s met opspattend water verkies ik het brede fietspad boven de rijbaan. En voor ik het weet zit ik vrij hopeloos verstikt in een labyrint van huizen en een heuse golfbaan (!). “Oh ja”, denk ik, “woonden hier niet al die ICT’ers voor de crisis? Nu staat een heel groot deel te koop”.

Via de Birdylaan (loopt dood) en de Eaglelaan (maak een rondje) bij hole 4 de golfcourse op en uiteindelijk met veel omrijden en flinstonen vind ik een brug (zucht… de Golfbrug) die me in elk geval over de grote weg brengt. “Daar, daar bij die zendmast moet toch ergens de dijk beginnen”. Het fietspad de brug op ziet er prachtig uit. Na de brug opeens een geel bord “inrijden op eigen risico; bouwwerkzaamheden”. "Ja, hallo. Is terug is een optie dan?”. Vijf meter later fiets ik over een smal pad van puin en gravel (maar vooral puin) de wildernis in . Niet wetend of het pad weer weg zou worden ontwijk ik met mij hoofd wat takken van struiken. Het pad wordt smaller en op een mooi (maar nog steeds nat) wandelpad mountainbike ik met 4 kilometer per uur in de Quest achter een heel nieuwe woonwijk langs. Ik heb mazzel. Het pad eindigt aan het eind van de woonwijk en daar vind ik de weg naar de voet van de dijk. Ik kijk op de Garmin en zie dat mijn gemiddelde na 82 kilometer fietsen is gezakt tot 27,9 kilometer per uur. Zucht… en daar trap je dan zo hard voor. Toch Wim Schermer maar eens vragen hoe die door Lelystad naar Dronten fietst”

Op de dijk gaat het voorspoedig. Nog wel wat regen (iets minder) maar het tempo gaat omhoog tot flink boven de 40 km per uur. Ik haal over 5 kilometer gemiddeld 39,8 km. En dat is voor mij heel netjes (voor anderen een peulenschil, ik weet het). Na 100 kilometer wordt de lucht zwart en bereik ik het café met de bijzondere naam “check point Charlie”. Net voordat de ergste bui echt losbarst bestel ik een melk, een cappuccino en een appeltaart met slagroom.


Er komen nog 4 fietsers het café binnen. Vier vrouwen van midden vijftig schat ik. Goeie racefietsen en stoer in fietskleding gehuld nemen ze plaats aan de tafel naast me. “Oh", zegt een van de dames. "Die heb ik om mijn verlanglijstje staan.” En ze wijst naar mijn Garmin. “Mag ik hem zien”. “Oh nee he”, denk ik, “moet ik de Garmin zien met een gemiddelde van 29,6 km per uur, zucht wat een afgang”. “Tuurlijk”, zeg ik en ik schakel hem in. “Wat”, roept ze verbaast “ is dat je gemiddelde? Wat ben jij een kanjer zeg. Bijna 30. Ik ben al blij als ik 21 gemiddeld haal”. Ze draait haar hoofd naar haar medefietsers en roept “hee, we hebben een coureur hier”. “Ah, nee joh”, antwoord ik snel, “dat komt door de fiets, wellicht leveren we dezelfde inspanning”.

De dames vragen waarheen ik fiets vandaag en ze vertellen mij dat ze vanuit Amsterdam de trein hebben gepakt naar Enkhuizen. Nu willen ze via de dijk naar Lelystad en dan pakken ze weer de trein naar huis. Ook vragen ze of het niet lastig rijden is, of je nek niet zeer doet. Ik antwoord dat het even comfortabel fietst als liggen in een hangmat. “En je ziet veel meer dan op een bukfiets, je kijkt niet naar de weg he”. Voor het eerst heb ik het idee dat ik over mijn Quest lieg “je ziet veel meer….”
Het blijft wat miezeren, maar na een goed half uur betaal ik en stap op. De dames hebben net kaarten besteld bij de bar; ze gaan bridgen.



Na Enkhuizen wordt het droog. Ik kijk mijn ogen uit in dit voor mij nieuwe stukje Nederland en fiets via Andijk, Kerkbuurt en Werverhoof naar Medemblik. Ik merk dat mijn snelheid wat minder wordt en besluit bij het imposante gemaal net na Medemblik mijn banden te inspecteren. “Als ik moet plakken, dan maar een beetje beschut”, denk ik en voel zittend dat zowel links voor als rechts voor nog keurig hard zijn. Ik heb geen zin om uit te stappen dus neem de gok dat de achterband nog goed is.
Een kleine kilometer later begint de fiets te slingeren. “Grr, achterband dus toch!” Tien minuten later is de band vervangen en omdat het droog is neem ik een pauze. Wat koffie, een krentenbol (2) en het leven is goed!

Het laatste stuk voor de afsluitdijk is prachtig (Dijkgatsbocht); bos, wat ondergelopen weilanden, en een meertje. Een prima plek voor vogels. Met een vrolijke veertig per uur de afsluitdijk op. Na een kilometer of 10 begint de fiets weer te zwabberen en neemt mijn snelheid weer af. “Nee, he” wordt een “ja, dus” met een diepe zucht er achter. Jas aan (het regent weer flink) en ik plak eerst de oude band en dan wissel ik ze om. De achterband wordt zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant geïnspecteerd. Ik vind een klein gaatje dwars door de band; verder niets. Voor de zekerheid plak ik meteen maar de tweede lekke band van vandaag. Het gat zit op een andere plek.
De klus is geklaard en denkend aan Brandweerquest’s verhaal over zijn pechduivel stap ik glimlachend in de fiets, zo erg zal het wel niet worden. Ik “ping” naar huis "twee lekke banden. Maar ik kom nu naar huis hoor!" De afsluitdijk gaat rap, ik geniet van de (kite)-surfers en ben blij dat aan het eind van de dijk een gemiddelde van 30,3 km per uur op de Garmin is af te lezen. Daar kan ik tenminste mee thuiskomen.


Voor Pingjum neem ik een gok. Ik kies voor het fietspad langs de windmolens en hoop dat het breed genoeg is. Ik durf het aan omdat ik -met dit weer- toch geen fietsers met hulpmotors verwacht. Bij het oprijden probeer ik wat glinsterend glas (?) te ontwijken. Bij Witmarsum blijkt dat dit me niet gelukt is. Links voor. Plat (grrr). Weer de fiets op de kant en weer een reserve band er in. Ik pomp hem een beetje op en krijg vrij vlot de buitenband weer om de velg. Fiets rechtop en pompen maar. Bij een druk van 2,5 atmosfeer: Pang… Lek. Ik haal de band er uit; kapot over een centimeter of 5. Hoe het kan? Tis mij een raadsel. Toch gedraaid er in? (nee toch, ik had volgens mij gevoeld of hij goed zat). Constructiefout? Drukmeter van de pomp stuk? Ik besluit dat het aan mij ligt; dan kan ik in elk geval navragen wat ik fout gedaan heb zodat het nooit meer gebeurt.


Ik stop de tweede reserve band erin en pomp deze op tot 3 atmosfeer. Ik durf niet harder. Even overweeg ik om op teletekst (iPhone) te kijken naar de uitslag van Feyenoord – Heerenveen. Ik doe het niet “als ze verloren hebben, is dat net het zetje wat mijn humeur niet meer kan verdragen”.
Ik ping dat ik kampioen bandenplakken ben en fiets naar huis. Na Bolsward begin ik weer te zwalken; achterband weer zacht, maar niet leeg. Ik besluit de band op te pompen, te bidden ("sorry Urk, ik had het niet moeten doen") en fiets de laatste 8 kilometer naar huis. In de wetenschap dat Perfect Moiree’s geen ideale anti-lek banden zijn denk ik dat ik in Lelystad op het puin de banden aan gort gereden heb. Een andere verklaring heb ik niet. Morgen maar een goed kijken en met Peter de Rond overleggen.

Ik zet de Garmin bij het eerste huis van Sneek uit (wil 30,2 als gemiddelde behouden en niet verder zakken door mijn lekkende achterband band) en ben blij als ik thuis ben. En toch; 80 kilometer regen en vijf lekke banden. Het was een pracht tocht!