Jeetje, wat was de wereld weer - in groot contrast met al het nieuws - ontroerend mooi vandaag. Een paar foto's van een fraaie dag...
Geen Quest meer. Maar de liefde voor het fietsen is met hulp van "sjoemelsoftware" gebleven
Posts tonen met het label herfst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herfst. Alle posts tonen
dinsdag 9 december 2014
woensdag 19 november 2014
Spinnen
Vandaag 100 kilometer gefietst voor een overleg van een uur;
Sneek – Dokkum. Wat mooi dat ik me dat zo af en toe kan veroorloven.
De weg naar Dokkum is altijd fraai; heerlijk binnendoor met
maar weinig auto’s langs de Dokkumer Ee. Op de terugweg een paar foto’s
gemaakt. Voorwaar, wat mis je elke keer weer veel moois als je in de auto stapt
(Een auto trouwens, die wel keurig je voorruit schoon blaast… het vizier heb ik op
de terugweg hopeloos beslagen achterin de fiets gelegd.)
Het meest bijzondere overvalt me bij Burdaard. Een
laagstaande zon schijnt over het natte grasland. Het land is bedekt met
spinnenweb! Zichtbaar vanwege de dunne druppels die zich aan de kunstwerkjes
hebben vastgezet. Kilometers zilverdraad verlicht door de late zon. Ik hoef niet te weten hoeveel spinnen hier verantwoordelijk voor zijn. Fascinerend
is de aanblik zeker.
zaterdag 1 november 2014
Traag de wereld door
Lighans schreef naar aanleiding van mijn verhaal over
segmenten en records een fraaie tweet “Patser, zonder het te willen zijn”. Ik antwoordde “psst… je hebt me door, niet verder vertellen he”.
Zo, dat is er uit. Kieft had een heel boek nodig heeft en ik
bovenstaande zin. Nu kan het afkicken beginnen. Om 12 uur pak ik de fiets. “Je hoeft niet snel, Klaas, je hoeft niet
snel, de wereld is geen aaneenschakeling van segmenten”. De start is zeker niet snel. Langzaam rol ik
mijn fiets de straat op. Rechts voor; lek. Sinds april 2012 zit deze Marathon
om het wiel. Nu – na dik 9000 km – z’n eerste lek. Niet slecht. De band wordt
snel verwisseld en ik peuter een stukje glas uit de buitenband. Omdat ik nog
thuis ben plak ik de binnenband meteen en na een kwartiertje hup, op pad.
Eerst naar Joure, dan binnendoor via Ouwsterhaule naar
Oldeouwer aan de oever (ouwer) van het Tjeukemeer. Ik stop even en maak een
foto van de begraafplaats. Het is er vredig stil. In de lucht wat ganzen en
verder op een kakelende haan. Dat is alles.
De begraafplaats stamt uit de 17e eeuw. Rond 1800
verdween de kerk en werd hij vervangen door de klokkenstoel. Daarin hangt nu
een klok uit 1952 (gegoten in Heiligerlee, waar anders) met de tekst “Myn lûd nij. Ald myn bea. Frede oer it
Ouster Gea” (Mijn geluid is nieuw,
oud mijn bede, vrede over het Ouwster landschap.)
Met die vrede hier zit het wel goed, mijmer ik als ik de
Quest weer op gang help. Het Tjeukemeer zie ik nauwelijks. Ik rijd onder het
dijkje door dat het meer tegenhoud. Het fietst lekker. Rohel, het buurtschap
Fjouwerhûs en Delfstrahuizen worden vlot achter elkaar doorkruist. Dan richting
Langelille. Heerlijk langs het laatste stuk van de Tjonger. De wereld wordt
vanaf hier steeds stiller. Bij Slijkenburg is de Tjonger op en volg ik de weg langs
het mooie meanderende riviertje de Linde. Veel vogels met in de verte een
aantal zilverreigers.
Vanaf Driewegsluis volg ik een kilometer lang het fietspad.
Een niet al te breed pad, maar men kan me passeren. “Is dit wel goochem? Zo’n
brede fiets? Het is hier heel druk”. Snauwt een dame me zuur in onversneden Weststellingwerfs toe. Ik antwoord opgewekt met “Wat een pracht dag vandaag, is
het niet?” en rijd heerlijk traag door.
Thuis had ik de hoop dat het fietspad bij Nijetrijne langs
de Helomavaart te bequesten was. Het ziet er geweldig uit, maar mijn
spoorbreedte is breder dan het schelpenpad. Het wordt omfietsen. Niet erg. De
wereld is hier overal mooi. Hier heb ik nog nooit gefietst. Ik koers richting
het pondje van Rotstergaast. Ben er altijd van uitgegaan dat dit pondje niet
geschikt was voor mijn fiets. Vanmorgen op het internet gezocht naar de
dienstregeling en naar een foto van het veer. De pont is zelfbediening (draaien
aan een lier) en de enige foto die ik tegenkwam was uit 2002. Als het nog
hetzelfde pontje is, dan lukt het wel.
Ik fiets – wederom over een schelpenpad – langs het
Brandemeer. Een fraai gebied van petgaten en riet. In het water dobberen vele
eenden, in de weilanden ernaast maken duizenden ganzen zich klaar voor hun
grote tocht. Ineens vliegen een twintigtal zwanen vlak over mijn hoofd. Wat een
wereld!
Zelf als ik niet met de pont over kom is de route een parel.
De pont ligt aan de overkant en de lier is goed voor de
armspieren. De fiets rijd er met gemak op en af. Zelfs makkelijker dan mening "bemand" veer. Langs het Easter Skar (wat wonen er vandaag veel ganzen) en dan is
het vrijwel “weer naar huis fietsen”.
Hard gaat het niet meer. Zelfs het
laatste stukkie Joure – Sneek niet. Dat is me dus keurig gelukt.
zondag 30 september 2012
Herfst
De wekker is op twintig over zeven gezet. Het eerste nog grijze licht valt de slaapkamer binnen. Van zon is geen sprake. Als ik mijn voeten op het tapijt zet, hoop ik heel even dat het grijs bewolkt is buiten. “dan heb ik mijn kussen weer snel gevonden… “
Een enkel wolkje zonder naam drijft in de lucht. Het verlangen naar mijn kussen wordt omgeruild voor het verlangen naar een mooie rit.
Icebreaker shirt aan; een stevig ontbijt en de route wordt al kauwend op de laptop in elkaar geknutseld. Grotendeels ken ik de wegen wel. Joure, Rohel, Echtenerbrug en dan mijn favoriete Langelille. Waar ik meestal rechtdoor rijd naar de oude zeedijk, buig ik nu links af naar het Friese Scherpenzeel en Spanga.
Bij de kruising van de Peter Stuyvesandweg valt café de Veehandel me op. Ik herinner me het café nog uit de tijd dat ik hier in de buurt werkte (eind jaren tachtig). Toen zag het er vervallen uit. Ik kan niet beoordelen of het café nog wel eens open is. Ergens achter in een zaal brand een oude tl-buis, das alles. Als ik de trappers weer beroer hoor ik sleutels in een zware deur. Ik rijd weg zonder om te kijken. Stel dat de (vast oude) eigenaar met een dubbelloops geweer zijn eigendommen beschermt.
(Thuis zoek ik op het internet het café op. Ik kom een foto uit 1896 tegen. Toen heette het café al de Veehandel. Verder een telefoonnummer, maar of het open is?)
Na Spanga wordt het natuurgebied de Rottige Meente geschampt en verlaat ik via de Linde Friesland. Ik hoor een groep ganzen gakken in de lucht; de herfst is begonnen.
Het eerste dorp in Overijssel is Ossenzijl; de Weerribben; ooit gekozen tot mooiste gebied van Nederland.
Ik had op de kaart vanmorgen al gezien dat de “Oude Weg” van Ossenzijl naar Kalenberg smal was. Dat het zo smal zou zijn, wist ik niet. Vlak tegen het kanaal en vlak langs de huizen ligt deze weg; feitelijk niet meer dan een smal (jaag)pad met om de 50 meter een steile brug, waarachter de roeiboot van de visser of rietvlechter een beschutte plek had. Tegenwoordig zijn roeiboten verruild voor fluisterboten en het beroep van visser of rietvlechter sterft langzaam uit. Maar hoe dan ook; de schoonheid van de streek; de stilte van het pad en het glinsterende water zullen hetzelfde gebleven zijn.
Van enige snelheid is geen sprake. Met 5 km per uur in de "Mickey Mouse versnelling" behoedzaam de bruggen over en zelfs dan nog schampt de onderkant van de Quest het “wegdek” een keer of drie. Ik glimlach en geniet, soms een groet naar een vroege wandelaar of verbaasde huiseigenaar. Toch weet ik zeker dat ik de Quest deze weg niet nog een keer aan doe. In Kalenberg is de mogelijkheid om een wat groter pad te nemen. De laatste 10 kilometers heb ik met een gemiddelde van 18 km/uur afgelegd. Als ik zo door rijd, wordt het avond voor ik thuis ben.
De weg naar Blokzijl volgt de zuidelijke rand van de Weerribben. Ik besluit het fraaie plaatsje niet aan te doen, maar verkies de heerlijk slingerende dijk naar Blankenham en de Kuinre. Het uitzicht is altijd fraai hier. Rechts het nieuwe land (met in de lente tulpen) en links het oude land, waar de “kolken” herinneren aan woeste dijkdoorbraken van de Zuiderzee.
Vanaf de Kuinre zijn de wegen "polder" recht. Zelfs kilometers bos die me aangenaam en fraai uit de wind houden. Daarna de A7 over; Lemmer door en zo rond 12:00 uur weer thuis na 110 fraaie kilometers.
Een enkel wolkje zonder naam drijft in de lucht. Het verlangen naar mijn kussen wordt omgeruild voor het verlangen naar een mooie rit.
Icebreaker shirt aan; een stevig ontbijt en de route wordt al kauwend op de laptop in elkaar geknutseld. Grotendeels ken ik de wegen wel. Joure, Rohel, Echtenerbrug en dan mijn favoriete Langelille. Waar ik meestal rechtdoor rijd naar de oude zeedijk, buig ik nu links af naar het Friese Scherpenzeel en Spanga.
Bij de kruising van de Peter Stuyvesandweg valt café de Veehandel me op. Ik herinner me het café nog uit de tijd dat ik hier in de buurt werkte (eind jaren tachtig). Toen zag het er vervallen uit. Ik kan niet beoordelen of het café nog wel eens open is. Ergens achter in een zaal brand een oude tl-buis, das alles. Als ik de trappers weer beroer hoor ik sleutels in een zware deur. Ik rijd weg zonder om te kijken. Stel dat de (vast oude) eigenaar met een dubbelloops geweer zijn eigendommen beschermt.
(Thuis zoek ik op het internet het café op. Ik kom een foto uit 1896 tegen. Toen heette het café al de Veehandel. Verder een telefoonnummer, maar of het open is?)
Na Spanga wordt het natuurgebied de Rottige Meente geschampt en verlaat ik via de Linde Friesland. Ik hoor een groep ganzen gakken in de lucht; de herfst is begonnen.
Het eerste dorp in Overijssel is Ossenzijl; de Weerribben; ooit gekozen tot mooiste gebied van Nederland.
Ik had op de kaart vanmorgen al gezien dat de “Oude Weg” van Ossenzijl naar Kalenberg smal was. Dat het zo smal zou zijn, wist ik niet. Vlak tegen het kanaal en vlak langs de huizen ligt deze weg; feitelijk niet meer dan een smal (jaag)pad met om de 50 meter een steile brug, waarachter de roeiboot van de visser of rietvlechter een beschutte plek had. Tegenwoordig zijn roeiboten verruild voor fluisterboten en het beroep van visser of rietvlechter sterft langzaam uit. Maar hoe dan ook; de schoonheid van de streek; de stilte van het pad en het glinsterende water zullen hetzelfde gebleven zijn.
Van enige snelheid is geen sprake. Met 5 km per uur in de "Mickey Mouse versnelling" behoedzaam de bruggen over en zelfs dan nog schampt de onderkant van de Quest het “wegdek” een keer of drie. Ik glimlach en geniet, soms een groet naar een vroege wandelaar of verbaasde huiseigenaar. Toch weet ik zeker dat ik de Quest deze weg niet nog een keer aan doe. In Kalenberg is de mogelijkheid om een wat groter pad te nemen. De laatste 10 kilometers heb ik met een gemiddelde van 18 km/uur afgelegd. Als ik zo door rijd, wordt het avond voor ik thuis ben.
De weg naar Blokzijl volgt de zuidelijke rand van de Weerribben. Ik besluit het fraaie plaatsje niet aan te doen, maar verkies de heerlijk slingerende dijk naar Blankenham en de Kuinre. Het uitzicht is altijd fraai hier. Rechts het nieuwe land (met in de lente tulpen) en links het oude land, waar de “kolken” herinneren aan woeste dijkdoorbraken van de Zuiderzee.
Vanaf de Kuinre zijn de wegen "polder" recht. Zelfs kilometers bos die me aangenaam en fraai uit de wind houden. Daarna de A7 over; Lemmer door en zo rond 12:00 uur weer thuis na 110 fraaie kilometers.
Abonneren op:
Posts (Atom)











.jpg)





















