dinsdag 22 juli 2014

Vocht

Het zal zo ongeveer kwart voor elf zijn geweest als ik de fiets instap. Niet  via de Hanzesteden Bolsward en Stavoren (die ken ik te goed) maar rechtstreeks naar  beneden naar Lemmer. Daar wordt de oude zeedijk opgepakt richting Schoterzijl. Het is warm. Heel warm. De Garmin geeft 34 graden aan. Ik had me zondag laten verlijden tot een groter formaat windscherm. Met name heuvels af vind ik al dat geraas vervelend. Het windscherm doet het voortreffelijk op een warme dag als deze; geen zuchtje wind kwam nog de fiets in. Spijt is niet het goede woord; Cruijff zijn theorie blijkt wel weer waterdicht en hittebestendig te zijn.

Ik weet dat ik veel moet drinken en ook al doe ik nog zo mijn best; het lukt me niet. Stoer vond ik het al van mezelf om in Schoterzijl even een pauze in te lassen en wat water en koffie te drinken, mijn shirt was al kletsnat. Nog maar wat extra slokken dus.




Aan wat fietsers en campingbezoekers de fietsvoordelen en nadelen uitgelegd en daarna weer verder. Ik was niet ontevreden. “Wie dut mie wat” kwam niet het brein binnensluipen. “Rolling” van Randy Newman geeft ook mooi weer hoe ik loom over de oude Zuiderzeedijk naar Blankeham en Blokzijl laveerde. Het is een lied dat over een drankprobleem gaat; twee coupletten werden over geslagen waardoor de volgende tekst overbleef

Rollin' rollin'
Ain't gonna worry no more
Rollin' rollin'
Ain't gonna worry no more

But I'm all right now
I'm all right now
I never thought I'd make it
But I always do somehow
I'm all right

Met andere woorden: De fiets hield ik mooi rollend (op matige snelheid) en Bathmen zou ik hoe dan ook wel halen vandaag.

In Blokzijl heb ik vooral behoefte aan schaduw. Nog meer dan aan eten of drinken. Het grote terras is vol, maar ah… aan de andere kant is nog een tafeltje met schaduw. Ik zet snel mijn fiets weg en neem gretig plaats voordat andere toeristen dat ene plekje kunnen innemen.  Het zweet gutst langs mijn hoofd. Ik vraag om een menukaart. Die hebben ze niet. Binnen hangt een bord waarop ik kan lezen wat verkocht wordt. Ik loop naar binnen en pas dan zie ik dat ik me in zo ongeveer het enige type eetgelegenheid bevind dat ik altijd mijd: Een visboer!




Het wordt te dure patat met een blikje te dure jus d’orange (dat wordt € 7,85 meneer). De patat smaakt naar vis (bah); de calorieën zijn weer binnen. Aan de overkant koop ik nog een soft ijsje  (“de kleinste graag”) en ik neem nog wat foto’s voordat ik me in de fiets tussen het verkeer het museumdorp uitwurm. 

In Vollenhove rijd ik twee keer verkeerd. Men is er met de weg bezig. Allemachtig wat is het warm. Het harde hete licht eet haast alle kleur uit het landschap weg. Even buiten Zwartsluis stap ik plots de fiets uit. Drinken. De fietshelm wordt verruild voor een pet en ik zuig het water gulzig uit mijn waterzak naar binnen. Geen schaduw te zien hier. Dit is geen weer voor een Quest.  Na vijf minuten weer verder. 



De pont bij Genemuiden zet me over het Zwarte Water (weer drinken) en dan richting Kampen. Bij het Zalkerveer – zo heb ik mezelf beloofd  - mag ik me trakteren op een wat langere pauze. Twee kilometer voor het appelpuntencentrum – terwijl ik eigenlijk wel lekker fiets – : kramp. Oef. Ineens komt het in een golfbeweging opzetten. Beginnend bij mijn grote teen; dan naar de bovenkant van de kuit en dan rechts net boven de knie. Met moeite wurm ik me de fiets uit.
Blijkbaar toch te veel vocht en mineralen (of zo) verloren. Ik doe kalm aan; rek en strek wat; zit een tijdje in het gras en heb na tien minuten het gevoel dat mijn spieren weer enigszins in hun normale doen zijn.

In het theehuis bij het Zalkerveer laat ik me door een leuke meid met een verstandelijke beperking adviseren welke taart het lekkerste is. De combinatie van Cappuccino en een glas water is nieuw voor haar; ze vind het maar niets. Het smaakt mij echter prima. In het toilet fris ik me nog even op en dan met de tweede pont van vandaag naar de overkant.



Het glijdt mooi over de Zalkerdijk naar Hattem. Daar het dorp door en als verassing de relatieve verkoeling van het oude bos. De Hanzeroute volgt vervolgens niet de IJssel maar kiest voor het fietspad langs de Groote Wetering.  Niets voor de Quest. Veel te smal.

Gezien de hitte besluit ik om maar niet om te fietsen naar de IJssel Ik volg de lelijke ruilverkavelingsweg richting Veessen. Weer kramp. Weer mijn fiets uit. Ik besluit om mijn pet onder mijn fietshelm te blijven dragen. Acht de kans op een zonnesteek ondanks de helm reëel.  

Tien minuten later rijdt het gelukkig weer redelijk soepel. In Vorchten verbaas ik me over de fraaie kerk (deels 13e deels 15e eeuw). 



In Veessen staat zowaar nog een heuse muziekkapel te pronken (“wat zie je toch fraaie dingen als je opeens van een route af wijkt”). De rest van de tocht gaat redelijk; nog drie keer met kramp de fiets uit. 

Ik ben blij als ik Bathmen zie; het lieve onthaal daar; de douche; het heerlijke eten. Het maakt de tocht van 150 kilometer toch een stuk milder. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen