maandag 25 augustus 2014

Bakker, Uw slager.

Leeuwarden heeft zijn “Bakker, Uw slager”. In Zwolle werkt een kaakchirurg met de naam “Koppendraaier”, in Utrecht doceert dhr. Kabel media en communicatierecht en Lattrop heeft “de Rond, Ovale tandwielen”.

Om het leed een beetje minder leed te laten zijn heb ik toen de achter brug van mijn Quest gelast werd er meteen maar ovale tandwielen in laten zitten. Vooral met klimmen zou dit zoveel beter zijn. Het meest overtuigende argument werd (ook zichtbaar) geleverd door Tom Hospes. Hij vertelde dat hij sinds zijn ovale tandwielen 10 kilo was afgevallen.

(Wauw… dat wil ik ook. Fietsen met het gewicht van een Carbon Quest tegen beduidend minder kosten.)

Als het om de Quest gaat ben ik wel vaker in voor vernieuwing. De Risse schokdemper, de  links klemmende ashouder (in Frankrijk aangevuld met de “onderklemmend lijmtang”) stormstrips, vizieren, F-lite banden en nu dus “Ovale tandwielen”

Van sommige vernieuwing heb ik inmiddels afscheid genomen. Schwalbe Marathons zijn gewoon veel sneller dan F-Lites als je alle “bandenplakwisseltijd” mee mag rekenen. De stormstrip verkleurde lelijk, het laatst aangeschafte grote vizier ontnam me haast elk zicht bij regen en een nieuwe ashouder klemt tegenwoordig links en rechts (de lijmtang heb ik bewaard op een ereplekje trouwens). 





En voor de discussie: ik weet niet of er een relatie is tussen de Risse, veel bagage (gewicht), slechte wegen en een scheur in de achter brug. In elk geval zit op het moment voor de zekerheid de veerpoot er weer in.

Maar ach, een mens wil wel eens wat….  spijt heb ik nergens van. Ik denk dat de ovale tandwielen een heerlijke blijver zijn. Ik fiets er nu zo’n 400 kilometer mee en na een periode van wennen vind ik ze comfortabel. Het is in het begin zoeken naar een goede cadans: de vanzelfsprekendheid van je cadans is weg.

Ovale tandwielen kennen namelijk geen “dood punt”; het punt waarop je aanzet om rondtedraaien. En – tenminste zo verging het mij – dat “aanzetpunt” herinnert je lijf als ritme van je cadans. Aan de hand van dat ritme fietste ik, eventueel ondersteund met een onzinnig liedje in je kop (het al eerder gememoreerde “de Kop van de Kat”).
Bij ovale tandwielen is dat ritme weg. Je trapt niet meer over een dood punt heen, maar je voeten malen met gelijkmatige kracht de trappers rond.

Nu ben ik een leek, maar ik denk dat dat ook de reden is waarom je cadans om hoog gaat; waarom je sneller gaat trappen. Met ronde tandwielen zoek je een maximale spanning op waarmee je over het “dode punt” heen trapt, om direct daarna die spanning los te laten. Je spieren spannen en ontspannen zich. Met ovale tandwielen is die maximale spanning niet plezierig omdat hij niet gevolgd wordt door ontspanning. De spanning in je benen is redelijk constant, waardoor een lichtere, snellere tred aangenamer wordt.

De brug op gaat in elk geval makkelijker en sneller (bergen hebben we niet zo heel veel hier in Friesland), optrekken is zeker geen last meer en mijn spieren zijn minder verzuurd na een flinke tocht.

Overdrijven wil ik nog niet. Ik denk niet dat het verschil zo enorm is dat ik met ovale tandwielen in mijn schoenen opeens de Marathon van Rotterdam kan lopen. Er naar toe fietsen is goed te doen. En ik krijg zeker zin om in de toekomst nog eens een fikse berg aan te vallen.


Het meest belangrijke dat niet verandert met de Rotor’s  is de wereld waardoor je fietst. Die blijft gewoon prachtig.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen