zondag 28 augustus 2011

Steeds sneller…. (met bandenplakken)

Na de rit langs de elf steden de smaak een beetje te pakken gekregen. Lekker; de hele dag fietsen en flink kilometers maken. Woensdag al had ik gekeken in Mapsource hoeveel kilometer het IJsselmeer rond is. Bijna 300 via Amsterdam, maar 217 via de dijk Lelystad – Enkhuizen. “Eerst maar de ‘korte’ route; dan volgend jaar in het voorjaar een keer via Amsterdam”, dacht ik.

Het zou vandaag meevallen met het weer; wel verspreidt een bui, maar minder heftig of veel dan gister. Om zes uur mijn nest uit. Lenie vroeg “heb je er zin in”. “Nee, absoluut niet, maar straks wel, weet ik”.

Het restje pasta (vast bijgeloof) warmgemaakt en opgegeten; koffie gezet, brood gesmeerd en om iets voor zeven zit ik in de fiets. Het was droog, flink bewolkt, maar droog. Tussen de stapelwolken door ontsnapt af en toe wat zonlicht en dan is de zondagochtend op zijn mooist. Geen auto’s, geen mensen, wat vogels en verder stil. Ik heb de wind tegen (kracht 5 de hele dag). Met het vizier merk je dat niet meer. Zonder vizier vertaal je de decibels in je oren naar kracht beaufort. Nu is het stil in de fiets. Met 32, 33 kilometer per uur (ik moet nog een eind) naar Lemmer. Voor achten rijd ik Friesland uit. Bij de sluis na Lemmer. Je kunt rechtdoor en je kunt rechts af langs de dijk. De wind blaast Zuid Oost. Met mazzel zou ik aan de IJsselmeerkant vrij beschut rijden. Met pech krijg ik er de volle mep. Het fietspad Lemmer – Urk (26 kilometer) is mooi; vlak langs het water, met altijd een pracht spel van licht. Behoedzaam manoeuvreer ik het schapenhekje door en zet aan. Na een kilometer of twee de eerst bocht en inderdaad: de volle mep. Het waait hard en af en toe word ik nat van IJsselmeerwater. De lucht betrekt en de regen komt met bakken uit de hemel. Niets spel van licht; geen enkele beschutting en het tempo zakt tot net onder de dertig. Ik “trek het zeiltje” aan en besluit om de andere kant van de dijk op te gaan zoeken.



Na een kilometer of tien is dat in principe mogelijk. Ik rijd omhoog de dijk op en ja hoor. Een schapehek; dicht. Met zoveel water uit de lucht geen zin om de fiets uit te gaan. Ik rijd verder; weer terug aan de kant van het IJsselmeer. Een kilometer of zeven verder (nog steeds regen) de volgende “kans”. Weer de dijk op en het lijkt dat ik geluk heb. Ik tuur de weg naar beneden af maar zie zo een twee drie geen hek. Hopla; met wat flinstonen weet ik de bocht te nemen en tussen de natte schapen door fiets ik de dijk af.
Na 300 meter is het raak. Toch een hek, dicht. Grrrr. Ik stap uit in de regen en inspecteer het hek. “Ah, een anti-Quest hek”. Het is een zwaar metalen hek wat scheef is opgehangen zodat de zwaartekracht er voor zorg dat het hek dicht valt. Het enige wat ik mee heb om het hek open te houden is het koord van mijn fototoestel. Ik bind het hek met het koord vast (Jippie, het werkt) en rol de Quest door de doorgang. Vervolgens vergeet ik de fiets op de rem te zetten en – als een triatleet - een klein zondagochtend drafje is mijn deel.
Het fiets rustiger; mijn tempo gaat weer hup om hoog en zie niet veel meer door de vele regen op mijn bril en op het vizier.



Ik verstoor de zondagsrust in Urk (stom he, ik moest even een keer baldadig -lekker lang - toeteren) en om goed kwart over negen fiets ik de Ketelbrug over. Het blijft regenen waardoor ik besluit om geen fietspad langs de dijk meer te nemen. “Ik wil geen schapenhek meer zien, vandaag”, fluit ik tussen mijn tanden door en verlaat de dijk om deze vlak voor de Flevocentrale weer terug te vinden.

Een paar jaar geleden fietste ik in mijn Alleweder van Harderwijk naar Enkhuizen. Ik had de hele ochtend; maar verdwaalde hopeloos in Lelystad. Een uur reed ik dolend door het gedrocht van woonwijken, gescheiden rijstroken en onduidelijke bewegwijzering. Toen ik vandaag aan het voorbereiden was dacht ik “dat overkomt me niet nog eens. Deze keer fiets ik simpel en direct naar de dijk naar Enkhuizen.
Door mijn slechte zicht, en door de scheurende auto’s met opspattend water verkies ik het brede fietspad boven de rijbaan. En voor ik het weet zit ik vrij hopeloos verstikt in een labyrint van huizen en een heuse golfbaan (!). “Oh ja”, denk ik, “woonden hier niet al die ICT’ers voor de crisis? Nu staat een heel groot deel te koop”.

Via de Birdylaan (loopt dood) en de Eaglelaan (maak een rondje) bij hole 4 de golfcourse op en uiteindelijk met veel omrijden en flinstonen vind ik een brug (zucht… de Golfbrug) die me in elk geval over de grote weg brengt. “Daar, daar bij die zendmast moet toch ergens de dijk beginnen”. Het fietspad de brug op ziet er prachtig uit. Na de brug opeens een geel bord “inrijden op eigen risico; bouwwerkzaamheden”. "Ja, hallo. Is terug is een optie dan?”. Vijf meter later fiets ik over een smal pad van puin en gravel (maar vooral puin) de wildernis in . Niet wetend of het pad weer weg zou worden ontwijk ik met mij hoofd wat takken van struiken. Het pad wordt smaller en op een mooi (maar nog steeds nat) wandelpad mountainbike ik met 4 kilometer per uur in de Quest achter een heel nieuwe woonwijk langs. Ik heb mazzel. Het pad eindigt aan het eind van de woonwijk en daar vind ik de weg naar de voet van de dijk. Ik kijk op de Garmin en zie dat mijn gemiddelde na 82 kilometer fietsen is gezakt tot 27,9 kilometer per uur. Zucht… en daar trap je dan zo hard voor. Toch Wim Schermer maar eens vragen hoe die door Lelystad naar Dronten fietst”

Op de dijk gaat het voorspoedig. Nog wel wat regen (iets minder) maar het tempo gaat omhoog tot flink boven de 40 km per uur. Ik haal over 5 kilometer gemiddeld 39,8 km. En dat is voor mij heel netjes (voor anderen een peulenschil, ik weet het). Na 100 kilometer wordt de lucht zwart en bereik ik het café met de bijzondere naam “check point Charlie”. Net voordat de ergste bui echt losbarst bestel ik een melk, een cappuccino en een appeltaart met slagroom.


Er komen nog 4 fietsers het café binnen. Vier vrouwen van midden vijftig schat ik. Goeie racefietsen en stoer in fietskleding gehuld nemen ze plaats aan de tafel naast me. “Oh", zegt een van de dames. "Die heb ik om mijn verlanglijstje staan.” En ze wijst naar mijn Garmin. “Mag ik hem zien”. “Oh nee he”, denk ik, “moet ik de Garmin zien met een gemiddelde van 29,6 km per uur, zucht wat een afgang”. “Tuurlijk”, zeg ik en ik schakel hem in. “Wat”, roept ze verbaast “ is dat je gemiddelde? Wat ben jij een kanjer zeg. Bijna 30. Ik ben al blij als ik 21 gemiddeld haal”. Ze draait haar hoofd naar haar medefietsers en roept “hee, we hebben een coureur hier”. “Ah, nee joh”, antwoord ik snel, “dat komt door de fiets, wellicht leveren we dezelfde inspanning”.

De dames vragen waarheen ik fiets vandaag en ze vertellen mij dat ze vanuit Amsterdam de trein hebben gepakt naar Enkhuizen. Nu willen ze via de dijk naar Lelystad en dan pakken ze weer de trein naar huis. Ook vragen ze of het niet lastig rijden is, of je nek niet zeer doet. Ik antwoord dat het even comfortabel fietst als liggen in een hangmat. “En je ziet veel meer dan op een bukfiets, je kijkt niet naar de weg he”. Voor het eerst heb ik het idee dat ik over mijn Quest lieg “je ziet veel meer….”
Het blijft wat miezeren, maar na een goed half uur betaal ik en stap op. De dames hebben net kaarten besteld bij de bar; ze gaan bridgen.



Na Enkhuizen wordt het droog. Ik kijk mijn ogen uit in dit voor mij nieuwe stukje Nederland en fiets via Andijk, Kerkbuurt en Werverhoof naar Medemblik. Ik merk dat mijn snelheid wat minder wordt en besluit bij het imposante gemaal net na Medemblik mijn banden te inspecteren. “Als ik moet plakken, dan maar een beetje beschut”, denk ik en voel zittend dat zowel links voor als rechts voor nog keurig hard zijn. Ik heb geen zin om uit te stappen dus neem de gok dat de achterband nog goed is.
Een kleine kilometer later begint de fiets te slingeren. “Grr, achterband dus toch!” Tien minuten later is de band vervangen en omdat het droog is neem ik een pauze. Wat koffie, een krentenbol (2) en het leven is goed!

Het laatste stuk voor de afsluitdijk is prachtig (Dijkgatsbocht); bos, wat ondergelopen weilanden, en een meertje. Een prima plek voor vogels. Met een vrolijke veertig per uur de afsluitdijk op. Na een kilometer of 10 begint de fiets weer te zwabberen en neemt mijn snelheid weer af. “Nee, he” wordt een “ja, dus” met een diepe zucht er achter. Jas aan (het regent weer flink) en ik plak eerst de oude band en dan wissel ik ze om. De achterband wordt zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant geïnspecteerd. Ik vind een klein gaatje dwars door de band; verder niets. Voor de zekerheid plak ik meteen maar de tweede lekke band van vandaag. Het gat zit op een andere plek.
De klus is geklaard en denkend aan Brandweerquest’s verhaal over zijn pechduivel stap ik glimlachend in de fiets, zo erg zal het wel niet worden. Ik “ping” naar huis "twee lekke banden. Maar ik kom nu naar huis hoor!" De afsluitdijk gaat rap, ik geniet van de (kite)-surfers en ben blij dat aan het eind van de dijk een gemiddelde van 30,3 km per uur op de Garmin is af te lezen. Daar kan ik tenminste mee thuiskomen.


Voor Pingjum neem ik een gok. Ik kies voor het fietspad langs de windmolens en hoop dat het breed genoeg is. Ik durf het aan omdat ik -met dit weer- toch geen fietsers met hulpmotors verwacht. Bij het oprijden probeer ik wat glinsterend glas (?) te ontwijken. Bij Witmarsum blijkt dat dit me niet gelukt is. Links voor. Plat (grrr). Weer de fiets op de kant en weer een reserve band er in. Ik pomp hem een beetje op en krijg vrij vlot de buitenband weer om de velg. Fiets rechtop en pompen maar. Bij een druk van 2,5 atmosfeer: Pang… Lek. Ik haal de band er uit; kapot over een centimeter of 5. Hoe het kan? Tis mij een raadsel. Toch gedraaid er in? (nee toch, ik had volgens mij gevoeld of hij goed zat). Constructiefout? Drukmeter van de pomp stuk? Ik besluit dat het aan mij ligt; dan kan ik in elk geval navragen wat ik fout gedaan heb zodat het nooit meer gebeurt.


Ik stop de tweede reserve band erin en pomp deze op tot 3 atmosfeer. Ik durf niet harder. Even overweeg ik om op teletekst (iPhone) te kijken naar de uitslag van Feyenoord – Heerenveen. Ik doe het niet “als ze verloren hebben, is dat net het zetje wat mijn humeur niet meer kan verdragen”.
Ik ping dat ik kampioen bandenplakken ben en fiets naar huis. Na Bolsward begin ik weer te zwalken; achterband weer zacht, maar niet leeg. Ik besluit de band op te pompen, te bidden ("sorry Urk, ik had het niet moeten doen") en fiets de laatste 8 kilometer naar huis. In de wetenschap dat Perfect Moiree’s geen ideale anti-lek banden zijn denk ik dat ik in Lelystad op het puin de banden aan gort gereden heb. Een andere verklaring heb ik niet. Morgen maar een goed kijken en met Peter de Rond overleggen.

Ik zet de Garmin bij het eerste huis van Sneek uit (wil 30,2 als gemiddelde behouden en niet verder zakken door mijn lekkende achterband band) en ben blij als ik thuis ben. En toch; 80 kilometer regen en vijf lekke banden. Het was een pracht tocht!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen