vrijdag 11 mei 2012

Astorga- Sahagun

Een weg terug

donderdag avond 10 mei

Gisteravond om goed zes uur reden Jan (van wandelmaatje Akke) en ik Santiago binnen. De Quest boven op het dak was boven verwachting goed gegaan. Een snelheid van 120km/u was prima te doen. Het verbruik van de Saab steeg wel naar 9,3 liter per 100 kilometer, maar omdat een liter benzine in Spanje 1,40 kost, hoor je me niet klagen.

Midden in het centrum afgesproken en wauw.. wat mooi om Lenie (en Akke en Catrien) weer te zien! Hun tocht was na 5,5 week voorbij. Na in totaal een 1000 kilometer wandelen, door regen, hagel, sneeuw, regen en storm. Bijna geen droge dag. En bijna altijd het spul nat. Slapen in Refugio’s met 30 snurkende mensen op zaal; zonder kachel bij minus 7. “Het kost niets, dus dan heb je ook niets” , was steevast Lenie’s antwoord als ik vroeg waarom er niet voor een pension gekozen werd. En toch; je kon aan alles zien hoe goed ze het hadden gehad. Knap werk; dat zeker.

Direct de auto in en “op reis” naar een onderkomen buiten Santiago. Palas del Rei. Ik had verschillende routes getekend in Mapsource om te kijken welke ik nemen zou. Er is een historische route dwars door het hooggebergte. Ik had een stuk in Google Streetview geïnspecteerd en sliep de hele nacht niet. Afdalingen van een 15% of meer; zonder vangrail maar met haarspeld bocht. Er hoefde slecht een auto te zijn als tegenligger die zijn spoor niet hield en ik zou als een moderne Wim van Est onder in het ravijn liggen. Dat nooit! Dan was er de route via de kust; maar die viel ook af. Vooral in de buurt van San Sebastian; kleine rotweggetjes met alleen maar klimmen en dalen; korte stukjes maar oh zo venijnig. Dan toch maar de bekendste route; tegen de stroom in. Alleen vanuit Santiago is het meteen fors klimmen en volgen er enkele gevaarlijk afdalingen.
In het boekje met de fietsroute stond “En hier kunt u nog een groet brengen aan het monument van de omgekomen fietsers”. “Nou”, dacht ik…. “Ik begin wel na dat monument… “

En zo geschiedde. Met zijn allen in de auto naar Astorga. De plek waar Gaudi geboren is; waar hij een bisschoppelijk paleis heeft gebouwd en waar de hoogvlakte begint. Een mooie start voor me. In de stemming komen door de verhalen van Lenie, Akke en Catrien; de meest verschrikkelijk afdaling achter de rug en mijn benen konden op de hoogvlakte wennen aan het Spaanse land.


Om 14:00 uur afscheid (zucht, brok in de keel, traan in mijn ooghoek en ander heerlijk sentimenteel gedoe…). In de auto heen had ik vaak gedacht “oh, waar begin ik aan…. Wat een klere afstand… en vlak?? Waar is het vlak?? Ik zie alleen maar bergen en heuvels… “ Nu in de fiets wist ik “Er is geen weg terug” een gedachte die meteen gecorrigeerd werd in “Er is wel een weg terug, die staat in mijn boekje en in de Garmin en ik heb er zin in”.



De tocht was fraai. Nieuwe onbekende geuren; rustige wegen verlaten dorpjes met mijn vriend de ooievaar op elke kerktoren. Na een kilometer of vijfentwintig een stuk onverharde weg. De grote bandentest. Met een gangetje van niet meer dan 12 kilometer per uur werden de scherpste stenen ontweken. Het stuk weg van 5 kilometer hielp me meteen van een verkeerd beeld af. 'Een goed gemiddelde, Klaas, daar gaat het niet om." Het gaat om de reis; die is – hoe clichématig dan ook – toch gewoon de bestemming.


In Vilar de Mazarife mezelf op een ijsje getrakteerd (foei, Lenie en haar wandelmaten liepen hier in de hagel bij 3 graden boven nul; ik fiets hier bij 30 graden in de zon!) in een kroeg waar menig Nederlands Multifunctioneel Centrum jaloers op zou zijn (he Jappie ;-) ).


Daarna weer door. Lekker kalm aan gedaan. Zelfs Leon overgeslagen. Schijnt een mooie stad te zijn, maar de weg er naartoe was zo stinkend druk, dat ik verkoos om op het platteland te blijven. Ik herkende de route van de foto’s van mijn vriendin. Een rood landschap; soms zelfs vrij saai en eentonig en af en toe een fraaie oud dorpje dat je pas op het laatst zag. De hoogvlakte is vrij vlak, maar de meeste dorpen liggen in een soort van “kom”.



Je gaat opeens met een noodgang naar beneden; daalt een meter of dertig, veertig en dan is het hard remmen bij de eerste onverharde bocht in het plaatsje. Vervolgens aan het eind van het dorp in de bergversnelling weer een veertig hoogtemeters meter klimmen; soms in de bergversnelling en heel soms met wel 7km/u het laatste stukkie naar boven (phew). In totaal brachten de 120 kilometers van vandaag 352 meters klimmen en 460 meter dalen. Dat is mijn in Friesland in alle jaren niet gelukt. En dat heet dus hoogvlakte….




De laatste 4 kilometer was het gestaag dalen naar Sahagun. Een prachtig oud plaatsje waar de kinderen maar niet van mijn fiets af konden blijven. Een hele horde rende met me mee, zat aan mijn spiegeltjes en keken alsof er een Marsman neergedaald was. De geluiden (zwaluwen boven het plein; enthousiast spelende kinderen en de galm door de nauwe steegjes); het was of ik in een dorp van Marquez beland was.

Ik heb een pracht kamer in een pension (de camping is nog dicht; gelukkig). Mijn fiets staat veilig in de bar (ook dicht, gelukkig) en ik heb hier zelfs een bad op mijn kamer; alles voor 15 euro. Heerlijk! Als elke dag zo wordt; wie dut mie wat…




maandag 7 mei 2012

Klaar voor de start.....

Vandaag alles ingepakt en in de Quest geplaatst. Achterin – aan een touwtje – een extra F-lite voor het geval dat. Aan de andere kant achterin – ook aan een touwtje - wat reserve spul in een zakje; een pet, een zaklamp, een extra setje bandenplakspul enzovoort. Mijn kleren zitten in een vormloze zak, een waterdichte binnenzak voor een rugzak. Deze laat zich heel mooi plooien in de vorm van de Quest. Daar bovenop een brander, wat keukenspul en m’n toilettas. Aan de andere kant (bij de heuse Risse schokdemper) mijn tent van een kilo en een slaapmatje van 600 gram. Op de bodem achter de stoel fietsonderdelen (wel de oude veerpoot meegenomen) en EHBO spul; mijn waterzak en een stoeltje. Naast me mijn rugzak met MacBook Air (1,2 kgr) en al. Om mijn nek…. Inderdaad: een fototoestel.

Het past; houdt niet over, natuurlijk, maar het past. Links voor past nog een zakje met eten en de slaapzak (die ik van Lenie overneem) prop ik ook nog wel ergens tussen. De fiets is wel zwaar als ik hem de straat op rijd. Natuurlijk kies ik voor het rondje Sneekermeer als afscheid van Friesland. Een heerlijk testrondje om de fiets met bagage, met nieuwe banden, een nieuwe ketting, bladen en de schokdemper te testen.

In de straat merk ik al verschil. Het geluid is een stuk minder. Deels door de bagage die de klankkast Quest dempt, maar waarschijnlijk ook door de schokdemper. Buiten Sneek merk ik niet eens heel veel verschil in vergelijking tot het fietsen zonder bagage.

Een kruissnelheid tussen de 36 en 38 km per uur. Meer dan prima toch. Ik fiets voor mijn gevoel vrij rustig en merk dat de fiets – zelfs met nieuwe marathons er onder – heerlijk stil is. De ketting, het schakelen, het remmen alles gaat perfect. De Quest stuurt veel strakker de bochten door (zelfs met het risico van overschatting). Ook heb ik het gevoel dat alle energie inderdaad in de “voortstuwing” gaat zitten. Het fietst prima zo. Op Koninginnedag werd ik door een politieagent aangehouden omdat ik op de weg fietste. Hij bromde “Heeft u dan een motor?”. Toen zei ik nee. Ik denk dat ik vandaag zou zeggen “Ze hebben me verteld van niet, meneer, maar ik geloof er niets van”. Zo heerlijk zoeft het door het weidse Friese landschap.




Natuurlijk weer wat foto’s bij het Sneekermeer en natuurlijk gaat mijn vriendin de Ooievaar nog een paar keer op de kiek.


Ik heb zin in de fietstocht van een dikke 2500 kilometer; heb zelfs het gevoel dat ik er klaar voor ben.


Een jaar geleden schreef ik een venijnig stukje over Velobiel.nl. Mijn fiets zou 2 week weg zijn; het werden er toen 6. Dit keer wil ik deze vaklui dank zeggen dat ze op het laatste moment mijn Quest zo geweldig gemaakt hebben. Heren, chapeau, hij fietst geweldig.

zaterdag 5 mei 2012

Hee men, het werkt (deel 2)

Dinsdagochtend werd ik gebeld door Peter. Hij was aangereden en had zijn ribben behoorlijk gekneusd (zie zijn blog). Wel gewoon aan het werk. En ook nog gewoon in zijn Quest naar huis gefietst. Wat een kerel….

Gelukkig is hij er goed van af gekomen. En de (toch wel belangrijke) bijzaak, mijn fiets maken; dat ging hem niet worden. Even sloeg de paniek toe. Hoe krijg ik de Quest bij een gediplomeerd velomobielmaker en wie heeft er tijd? En kan ik dan wel op tijd naar Spanje afreizen? Mijn vriendin is al in Santiago (loopt letterlijk een week voor op het schema) en ik wil toch echt wel uiterlijk 8 mei weg. Peter en ik spreken af dat we woensdag weer met elkaar bellen; kijken hoe de ribben zich houden en welke eventuele alternatieven er zijn.

Woensdag belt Peter: het lukt hem niet om de fiets te maken, maar omdat hij toch naar Friesland moet, brengt hij mijn Quest naar Dronten. Met velomobiel heeft hij al geregeld dat ik hem zaterdagmiddag kan ophalen. Wauw, perfect zo; enige stress glijdt toch wel van mijn schouders af.

Vrijdag haal ik mijn dak drager uit Twijzel op. Het gevaarte ziet er – verzinkt en al – fraai en solide uit. Wat gefluit bij 80 en wat gezoem bij 120 maar verder merk ik hem niet. Vandaag naar Dronten. De fiets is klaar en alles wat gedaan moest worden is keurig klaar :-) . De Risse schokdemper wordt nog geplaatst (in Dronten duurt het inbouwen iets meer dan 4 minuten, Wim ;-) ) mijn kilometerteller wordt op “0” gezet en de fiets gaat het dak op.

Naar aanleiding van mijn filmpje werd de vraag gesteld of de Quest niet te veel naar achter staat. Wel; dat klopt; alleen tijdelijk. Als de Quest op het dak staat, schuif je het hele gevaarte naar voren zodat de fiets mooi midden op het dak staat. De constructie is zo gemaakt dat de fiets de achterkant van de auto niet raakt op het moment dat hij omhoog getakeld wordt.



De eerste rit met de Quest op het dat gaat prima. Boven de 110 krijg je wat meer kabaal (de Quest als klankkast) verder merk je hem zo goed als niet. Ik durf met een goed onderhouden fiets en met een stevige dak drager de trip Sneek – Santiago de Compostella – Sneek wel aan. Sterker nog; ik heb er zin in!