Posts tonen met het label Lumix. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lumix. Alle posts tonen

dinsdag 9 december 2014

Eerste ijs....

Jeetje, wat was de wereld weer - in groot contrast met al het nieuws - ontroerend mooi vandaag. Een paar foto's van een fraaie dag...










dinsdag 28 mei 2013

De efficiency van een Quest


Waar ik vorige keer nog optimistisch schreef dat het fietsen weer een onderdeel van het dagelijkse leven is geworden, moet ik nu opbiechten dat het wat tegen valt. De reden? Wandelschoenen….

Eind Juni gaan mijn partner en ik wandelen op IJsland. Om precies te zijn van Landmannalaugar-Þórsmörk. Een route die al heel lang op ons lijstje staat (met auto of fiets niet te doen is; wandelen is de enige optie daar).


De afgelopen weken trachten we elke avond een uur of twee te lopen en in het weekend een kleine dag. Al met al deze maand zo’n 100 kilometer “zwoegend” afgelegd. De hartslag veel lager dan in de fiets; en toch vind ik het veel vermoeiender, is lopen meer een aanslag op mijn lijf.



Wat ik nu zeker weet is dat lopen niet echt “mijn ding” is. Wat ik ook zeker weet is dat ik meer respect heb gekregen voor al die wel wandelaars (zoals mijn partner). Waar wij fietsers wel eens zeuren of klagen over een lekke band; hebben (beginnend) wandelaars (zoals ik) te maken met brandende voeten, blaren, zere tenen en vermoeide voeten. Ik heb me regelmatig verbaasd over de efficiëntie van het Questen als ik dat afzet tegen mijn manier van lopen.




Afgelopen week nog. Van Sneek naar Workum. Vijfentwintig kilometer. Bijna de hele dag onderweg. De laatste drie kilometers waren extra zwaar. Echt zwaar. In de fiets ben je er binnen het uur en dan voelt het alsof je eindelijk een beetje warm begint te draaien. Eigenlijk is het opmerkelijk dat de evolutie benen, vinnen en vleugels heeft opgeleverd; wielen zijn ze vergeten (wat overigens de uitvinding weer groter maakt)
Toch begin ik het wel te waarderen. Dat lopen. Op de fiets mijmer ik niet over het soort bloem dat in de berm staat. En deze lente kom ik er achter hoeveel vogelnesten ik mis als ik over ’s Heeren wegen zoef. En dat de provincie hier zoveel beloopbare “tsjerkepaden” dwars door de weilanden en langs verborgen meertjes heeft, ik wist het niet. Kilometers lopen zonder een auto tegen te komen. Prachtig.


Zoals vaak in de lente is er ook weer een nieuwe camera gekocht (foei, maar in verband met IJsland… tja, ik kon het niet laten he). Een Panasonic Lumix gf6; een systeemcamera met verwisselbare lenzen maar toch nog aardig compact. Ik ben onder de indruk van de kwaliteit. Eindelijk heb ik scherptediepte terug.




Vanavond een heel mooi stuk wezen lopen in het strijklicht tussen Hennaard en Oosterlittens. Heerlijk. Camera mee en bij het kerkhofje van Hennaard (met de huizen om de klokkentoren) zou de eerste foto genomen worden. Mist de geheugenkaart, zucht, die zit nog in de computer. De snelheid van de wandeling ging daardoor wel omhoog. 


En voor dit blog maar wat extra foto’s van gisteravond langs het Sneekermeer (die lepelaar, die daar de zonsondergang in vloog… die had ik daar nog nooit gezien.)

maandag 6 mei 2013

Het nadeel van (bijna) nooit lek


Het fietsen begint weer een (heerlijk) onderdeel van de werkweek te worden. Op het moment zijn er twee projecten. Een in Leeuwarden en een in Dokkum. Dokkum is met de auto vrijwel even ver als Utrecht of Amsterdam. Met de fiets is het vijftig kilometer. Een snelle route is het niet. Zeven kilometer door Leeuwarden haalt de vaart er aardig uit.

Vorige week woensdag had ik om half vijf een vergadering in Damwoude (net onder Dokkum). Het was mooi weer en dat zou het blijven. Als ik voor mijn werk fiets, neem ik altijd wat extra tijd mee. Wat tijd om me te verkleden en op te frissen en tijd om een klein ongemak met de fiets te repareren.

Twee uur van de voren pak ik de fiets uit de schuur. Rechts voor staat treurig leeg. Lek. En dat werd bijna tijd ook. De Schwalbe Marathons heb ik er precies een jaar geleden om gelegd. Ze hebben over het gravel van Spanje gereden, ze zijn over de kasseien van Noord Frankrijk gestuiterd, ze gleden geruisloos langs de Dender in België en reden behoorlijk vaak van Sneek naar Leeuwarden. In totaal een 6500 kilometer zonder enig lek.

De band laat zich eenvoudig van de velg halen. Direct zie ik het gat in de binnenband. Ik besluit te plakken. Nu weet ik waar het lek zit en als ik de band opberg moet ik later zoeken. Alles gaat prima; ik twijfel alleen over de kwaliteit van de Solution. Die tube is ook meer dan een jaar open; een nadeel dat je alleen maar hebt als je nooit lek rijd. Ik controleer de buitenband op steentjes; haal er een paar uit en zie dat een stukje glas de veroorzaker van het “leed” is.

Bij Reduzum schiet het me opeens te binnen dat er hard gewerkt wordt aan de “Haak om Leeuwarden”. Ik vraag me af of de meest logische route wel “fietsbaar”  is. Ik gok dat via Wirdum wel lukt; een verkeerd gok. In het dorp aangekomen blijkt dat ik niet meer onder de Waldwei door kom. Terug dus; een kilometer of drie…  weer een stukje extra tijd achterlatend bij de stoplichten van de A32.

Als ik Leeuwarden in rijd blijkt dat Solution inderdaad beperkt houdbaar is. In de voorband is de druk deels verdwenen. Twee kilometer verderop (en op mijn route) is de prima winkel Liever Ligfietsen. Ik besluit daar mijn band te plakken; als de buitenband niet meer goed is, kan ik direct een nieuwe kopen.
De bandenwissel heeft iets van een pitstop. Hup; snel op de kant, band eraf, winkel in, nieuwe binnenband erom (buitenband kon nog wel) en weer verder. De rekening wordt per Email verzonden. Wat een service!

Weer is er een stuk van mijn tijd weg. Ik hoef me nog geen zorgen te maken, maar een beetje doortrappen met wat haast erbij kan geen kwaad. Leeuwarden door gaat goed. Ik steek de noordelijke rondweg over en zie dan opeens het bordje Burdaard. “Hee, daar moet ik heen”. Ik ben een beetje in de war “daar ligt Lekkumerend toch niet? hoe rijd ik nu de stad uit.” Het blijkt dat ik aan de andere kant van de Dokkumer Ee fiets. Het plaatsje Lekkum zie ik aan de overkant liggen.


Het fietspad is wel mooi, een voormalig jaagpad. Het fietst niet snel (25 per uur) maar slingert wel fraai langs het water. Gezien zijn voorliefde voor dik doortrappen kan ik met niet voorstellen dat dit het pad is wat Marcel Prins neemt om op zijn werk te komen. 
Een paar kilometer verder weet ik het zeker. Hier komt geen Quest. Bij de Cornjumervaart moet ik een wandelbrug over die niet zonder schade te nemen is. Te stijl omhoog en te stijl naar beneden. Ik overleg even met een wandelaarster hoe de weg er verderop uit zie. “Tja”, zegt ze, “je krijgt straks natuurlijk ook nog het bruggetje van Bartlehiem, en die is identiek aan deze he”.



Ik besluit dat terug toch de beste optie is. Het waait aardig; de wind is koud en mijn fiets in en uit, daar heb ik geen zin in. Ik bel dat ik te laat kom (grrrrr... stom) en fiets vier kilometer later Leeuwarden weer door. Omdat ik laat ben lijkt de wind opeens ook harder te waaien. Als ik mijn fiets uitstap blijkt dat de vergaderplek veranderd is. Pas om vijf uur schuif ik met een “sorry, sorry” aan.



Vanmorgen weer lekker heen en weer naar Leeuwarden. Vanavond trakteert het fraaie weer me op nog een extra stukje over bekende wegen ten zuiden van Sneek. Toch heb ik het idee dat de Quest nog niet in vorm is. Hij rolt minder fraai en zakt als ik even niet trap snel terug naar onder de dertig. Ook denk ik dat het binnenkort wel tijd is voor nieuw schoeisel. Ik weet nog niet of ik vasthoud aan de Schwalbe Marathons. Deze pomp ik op tot 6,5 bar om ook op klinkers een beetje vlot te kunnen rijden. Het schijnt dat de Marathon Plus tegenwoordig ook een alternatief is. Ervaring? ik hoor het graag.  




Het fototoestel om mijn nek zorgt ervoor dat ik me niet irriteer aan het trage rollen. Ik fiets zonder haast langs Westhem en de Aldegaester Brekken  en geniet van de zonnestralen, de geuren en de frisse kleuren onderweg. 

maandag 21 mei 2012

Tours - Vendôme

Volgens mij ben ik nu een echte Pelgrim. Het voelt wel niet zo (of in elk geval voelt het niets anders) maar ik heb een deel van mijn bagage naar huis gestuurd. Dat schijnt elke Pelgrim te doen (wat je niet mee neemt, is mooi meegenomen). Het had niets met gewicht te maken; wel alles met volume.

Vanmorgen het rituele 8 uur ontbijt met vertrouwen weer opgepakt. Het regende nog wel wat, maar niet al te erg. Dat kon ook niet, want het zou droog zijn vandaag. Ik wilde vroeg in de fiets zitten om vandaag flink kilometers te maken.
Eerst de stad uit; langzaam over het natte fietspad (!) Tours uit (het miezert). Daarna weer ‘heerlijk’ kruipend uit het Loire dal. Het liep stroef, vanmorgen. Waarom weet ik niet, maar enige snelheid kon ik nergens ontdekken. Soms was dat logisch. Direct na de stad een helling van 16%. Het is maar 230 meter, maar je voelt hem wel. Sneller klimmen doe ik (zelfs na 9.300 meter hoogtewinst) zeker nog niet, ik houd het gelukkig wel langer vol. Ik heb niet meer het idee dat ik stoppen moet omdat mijn hoofd barst (of zo iets). Ik stop nog wel; maar enkel omdat ik dan heel hard “oh nee he…. nog niet boven” denk. Dit soort klimmetjes (een van 17,2% vertelt mijn hoogtemeter) zijn er vrij veel deze etappe. Mijn voorwielen slippen geregeld als ik aanzet en ik ben blij met mijn kleinste verzet.

Inmiddels is het miezeren omgezet naar fietsen in dichte mist. Dan helpt een pet zo goed als niet; de druppels hangen in de lucht en voor je het weet zetten ze zich vast aan je brillenglazen en aan je neus. Het is het bekende “ik blijf liever binnen vandaag” weer. Grijs en nat. Heel erg nat. Soms kan ik de verleiding niet weerstaan om snel toch een foto te maken. Snel omdat alles zo nat is, dat ik bang word dat mijn fraaie Lumix nog tijdens het fotograferen gaat roesten.




De regen wordt feller. Het zeiltje gaat er over. Het water klapt op de fiets. Ik trap gestaag – maar naar mijn idee toch traag – door. Na twee uur fietsen heb ik er een 35 kilometer opzitten. Voorwaar dat is niets. Zelfs in Frankrijk is dat mij te weinig. In Chateau – Renault vind ik geen kroeg of restaurant open; dicht of failliet…. Ik fiets langs een Lidl en een Carefour (officieel de eersten op de rit!). Helaas zit er geen klein cafétje bij. Ik vraag het nog even bij de kassière. Ze fluistert dat er in de Intermarché 2 kilometer verder op er wel een is en dat -als ik het niet verder vertel- je er ook nog lekker en goedkoop kunt eten. Ik zeg dat ik mijn mond houd en dat ik in ruil voor haar informatie het brood bij haar in de Carefour koop. Ze glundert als ik een stuk taart en 2 pain au chocolat (tja… calorieën he, die heb je nodig) bij haar afreken.

Met het stuk taart op schoot fiets ik verder. “….Het zal nu toch wel een keer droog moeten worden en dan ga ik toch ten aanval…”. Maar droog wordt het niet; het wordt alleen maar natter. Net buiten het dorp Auton ben ik het zat. Ik stop de fiets, doe of er niets aan de hand is en eet mijn verdiende stuk taart op bij kilometer 43 in de stromende regen. De koffie in mijn thermoskan is bijna nog te heet om op te drinken; een paar slokken dan gaat de deksel er weer op.

Drie kilometer later voel ik aan mijn sturen dat na 1300 kilometer er een lek zit in mijn achterband. Ah, denk ik, dus toch. Ik probeer de band om de fiets weg te halen en dat gaat zwaar. Vreemd zwaar. Waar ik normaal altijd genoeg ruimte heb om de band te “verwijderen” is het nu trekken en duwen. Mijn bagage. Ik heb aan die kant mijn zak met kleren gestouwd. Blijkbaar heb ik de binnenkant verder naar binnen gedrukt dan de makers van de fiets voor ogen hadden.


In de stromende regen verhelp ik het euvel; inspecteer de band op ongeregeldheden, wissel de binnenband en zal weer door fietsen. De Big Apple loopt aan. Aardig aan. Eigenlijk hetzelfde als in Bandaran. Ik besluit te stoppen en te kijken hoe de ‘Risse’ vlag er voor hangt. Op dat moment stoppen er twee Pelgrimisten uit Zwolle. Ze vragen of ze helpen kunnen. Graag zeg ik. Ik weet van mezelf dat ik de Risse moeilijk op 7 bar krijg; en een van de Zwollenaren ziet er flink wat sterken dan mij uit. Het lukt hem ook niet. “Tja”, denk ik ineens, “maar uh… feitelijk moeten we op deze manier met dat hele kleine pompje ook nog eens alle bagage optillen”. Ik weet niet eens of deze gedachte juist is. In elk geval zijn er nu twee opties: of ik haal de Risse los, pomp hem op en zet hem dan weer vast; of de fiets wordt aan de achterkant opgetild en dan pompen we hem op. Het wordt de laatste. Ik krijg de druk op bijna 7 bar en zeg dat het zo maar genoeg moet zijn. We kletsen nog een tijdje (wat een aardige mensen) en nemen dan in de stromende regen hartelijk afscheid van elkaar.

Het fietst merkbaar beter, maar het wiel loopt nog steeds wat aan. Na 500 meter stop ik weer. Verdeel de bagage anders en rijd verder met de slaapzak op mijn schoot. “Dit is niets” denk ik en ik overweeg om het slaapzakje (geen dure) weg te gooien. Mijn milieu geweten vind dit zonde en ik kom tot de constatering dat de slaapzak alleen het grote probleem niet eens verminderd. Ik heb qua volume te veel bagage mee. Het gewicht is wel te doen, maar ik stouw te veel. Zodra ik een postkantoor zie, zal ik kijken wat de mogelijkheden zijn.

Met slaapzak op schoot fiets ik verder door de regen. Zonder dekje. Ik ben tijdens “de pech” al zo ongelooflijke nat geworden dan een dekje me nu onzin lijkt. Ik neem me voor om dit gewoon niet erg te vinden en dat lukt. Het is geen mooie dag, maar daarmee nog geen rot dag. Marcelli en Beauce is een pracht dorpje. Ik stop en zet het kerkje met koolzaad op de foto: Het dorpje kan er ook niets aan doen dat het zulk een rot weer is.



Na bijna 80 kilometer steek ik de rivier de Loire over en rijd ik door de stadspoort Vendôme binnen. Wat een pracht stadje, wat een schoonheid! Een heuse kathedraal; een grote mooie toren; een eik uit 1765 en een restaurant dat gewoon open is.

In mijn natte koude kloffie duik ik het restaurant in en bestel een hamburger en een koffie (au lait). Ik “whats app” met mijn dochter en vertel hoe heerlijk het gaat en dat ik – als ik weer warm ben - toch nog wel een kilometer of 50 door wil gaan. Ze schrijft “dat is dom, in zoveel regen, hebben ze daar geen hotel of zo”. Voor ik reageer kijk ik even stiekem op Bookings.com. Hotels genoeg; op nog geen 200 meter en niet duur. Ik schrijf terug: “Dank je, Jente, dit zetje had ik net even nodig, ik ga kijken of ze plek hebben”.

Het hotel heeft plek; in de nog stromende regen breng ik mijn tent, slaapzak en nog wat volume naar het postkantoor zodat de Quest morgen weer haar oorspronkelijke vorm terug heeft. Het blijft maar door plenzen. Ik hoop dat het morgen wel droog is, ook omdat ik dan nog wat foto’s kan maken van dit hele fraaie stadje.



zaterdag 4 februari 2012

Winter

Afgelopen week te weinig gefietst. Koud, sneeuw, te vroeg.... (reële) smoezen genoeg. Vandaag zou het wezen. Kijken of ik door de prut me een weg wist te banen. Het was prachtig weer. Min tien, dat wel, maar de zon scheen geweldig. Ook weer om met zijn allen (het gezin) er even op uit te trekken. Voor dat laatste gekozen. Lekker wandelend langs... ja... het Sneekermeer.




Bij de Gauster Hoppen waren motoren met spikes races aan het houden. Jammer van de stank en het kabaal, maar ach... ieder zijn hobby en een leuke foto leverde het ook nog op.






Bij Terhorne foto's gemaakt van het eilandje in Heerengat. De hele serie is nu wel compleet; lente, zomer, herfst en winter.






In het paviljoen chocomelk (oké, ik mag niet liegen; de warme chocomelk kwam uit een automaat dus werd het cappuccino) gedronken en lekker bijgeteut terwijl de zon rood onder zonk. Soms is het ook prima om de fiets te laten staan....






dinsdag 17 januari 2012

Kon het niet laten...

Omdat het morgen weer gewoon Nederlands weer is, vanmorgen net zo'n tochtje gemaakt als gister. Geen rijp op de bomen, maar de luchten en de kleuren waren weer spectaculair. 
Waar ik gister zuidelijk van Sneek fietste, heb ik vandaag 30 kilometers van de noordkant "verkend". 
Ik kan het niet laten, dus hier weer wat foto's.


Zonsopkomst boven Goënga





De lucht bij en boven de Zwette bij Dearsum






Molens bij Dearsum en de Kleiterpstermolen bij Easterwierrum. Een Amerikaanse windmotor uit 1918.






Kerktoren bij Easterwierrum (zie ook de "titel" foto van dit blog) en het kleine dorp Lutkewierrum (Lytsewierrum). Er is geen doorgaand verkeer naar dit dorp van 70 inwoners.





Meer foto's van vandaag op flickr. 

maandag 16 januari 2012

Tocht van het jaar

De jongste dochter moest naar de orthodontist. Mijn echtvriendin ging mee. De oudste dochter had het eerste uur vrij. We zaten met z'n tweetjes aan het ontbijt. Telefoon: of ik Floor over een uur bij de orthodontist wilde ophalen. Het ging wel een uur duren daar (blokjesbeugel). Ik denk dat mijn partner mijn schrik en zucht hoorde. “Anders wil ik het wel doen hoor”, zei ze nog voordat ik wat had gezegd. “Pfffff…. Ik heb mijn fietskleren al aan”. Lenie was resoluut en superlief, “Dan doe ik het toch, geen probleem hoor”.

Ik heb zojuist de tocht van het jaar gehad. 22 verstilde witte onwaarschijnlijke kilometers. Een gemiddelde van 24 per uur. Mooie foto’s. Ik draag ze allemaal op aan Lenie!






Vanaf de brug bij Nijezijl. Uitzicht op IJlst. 








Pikemar vol ganzen en eenden




Sommige foto's heb ik vanaf dezelfde plek als eerder gemaakt. Het laat zo duidelijk zien dat licht heel bepalend is.



Westhem; het dorp met mijn favoriete kerk. Maar als ze dan ook nog op maandag de was ophangen, dan is het er helemaal prachtig! Ik kan maar niet kiezen welke ik nu de mooiste "was" foto vind. Ze zijn vrijwel identiek, maar ik post ze dus maar alle twee.




Meer foto's van vandaag zijn hier op Flickr te vinden. Goh, wat was dit mooi, en wat ben ik blij met mijn kleine Lumix camera. Deze zou eigenlijk al standaard in de Quest moeten zitten.